Verder verval in de 19eeeuw gestopt.

Een omvangrijke restauratie.

Kantongerecht.

(Update 12-02-2016)

Hendrik Tavenier (1734-1807): 'Kasteel te Meedenblik 1787'. Deze afbeelding laat de embarmelijk toestand van het slot zien rond het einde van de 18e eeuw. Zowel het kasteel als de Oosterpoort bevinden zich in zeer vervallen staat. (Noord-Hollands Archief)

Sedert 1823 werd het slot gebruikt als vergaderplaats van de 'Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, departement Medemblik'. Naast de Nutsvergaderingen, was de ridderzaal ook een ideale ruimte om muziekuitvoeringen en gymnastiekoefeningen te houden.

Detail van de eerste kadastrale minuut (1825) met daarop het kasteel van Medemblik (noord is boven).
De zuidwestelijk toren is totaal verdwenen, deze werd in de periode 1895-1898 opnieuw opgemetseld. De ruïnes van twee oostelijke torens en de Oosterpoort zijn hier nog duidelijk aanwezig. Ook de oostelijke weermuur is verdwenen.
(Bron: WatWasWaar.nl)

Ondertussen begint het verval van het kasteel zodanige vormen aan te nemen dat er forse delen gesloopt moesten worden. Het financiële vermogen van de gemeente Medemblik was niet groot genoeg om het slot te onderhouden. In 1846 was er veel armoede in Nederland vanwege de mislukte aardappeloogst. De Gemeenteraad besloot om twee oostelijke torens te slopen en de opbrengst van de stenen ten goede te laten komen aan de armen. Dit besluit werd echter vernietigd door de bevoegde macht.

Het volgende komt uit de notulen van de gemeenteraadsvergadering van Medemblik van 14 november 1856, waarin wordt gemeld dat de Oosterpoort in bouwvallig toestand was en:

"....dringend een herstelling vordert, waarvan de vrij belangrijke kosten geenszins uit de stedelijke geldmiddelen kunnen worden gevonden.."
"..Dat intusschen, alswaren ook de daarvoor benoodigde gelden voorhanden en beschikbaar, het ook dan nog en in elk geval onraadzaam moet worden geacht, een eenigszins beduidende som te koste te leggen aan de restauratie van een oud gebouw buiten verhouding met de behoeften des tijds en waarvan het behoorlijk onderhoud door zijn grooten omvang voor die stad veel te bezwarend is.."

"..Dat dit ontbrekende zou kunnen worden gevonden door te gelijk met de poort, mede voor afbraak te verkopen de daaraangrenzende of liever daarmee onmiddellijk verbondene overblijfselen van de steenen wal en de beide torens van het Oud Slot, die meer en meer een bouwval worden door de tand des tijds, maar ook door de hand des kwaadwilligen dagelijks van menigen steen beroofd, en welke afbraak gezamenlijk begroot wordt bij de verkoop eene som van p.m. fl 2500,- te zullen kunnen opbrengen.."

"..Wordt goedgevonden en besloten:
De Oosterpoort en bijbehorende bemuring benevens de aangrenzende overblijfselen van de steenen wal en de beide torens van het Oude Slot publiek tot amotie te verkoopen, onder voorwaarde dat de koper daarvoor in de plaats zal stellen een Barrière met Commies en Wachthuisje, behekking en noodige ophooging van het omliggende terrein, mitsgaders enkele hoognoodige reparatien aan het Slotgbebouw, zooals zulks bij de verkoop zal worden omschreven.."

Het 'Barrière met Commies en Wachthuisje' op een anonieme foto uit 1890. Beide gebouwtjes zijn in 1920 gesloopt. Fotograaf onbekend. Uit de collectie van www.medenblik.nl.

Tijdens de gemeenteraadsvergadering van 30 april 1857 kwam de mededeling dat de sloop van de Oosterpoort door de Gedeputeerde Staten hadden goed gekeurd.
De gehele fundering werd uitgegraven, waarbij de stenen en het puin van de sloop van de Oosterpoort, de restanten van de aangrenzende stenen muur op de stadswal en de twee oostelijke torens zijn gebruikt voor dijkversterking.


De ster verwaarloosde toestand van het kasteel in 1851, 39 jaar voor de restauratie, is op deze krijttekening sprekend afgebeeld. Zie ook de onderstaande afbeeldingen, die direct op dit beeld aansluiten.
(Anonieme tekenaar, bron niet bekend).

Hetzelfde beeld als boven, doch deze 'naïve' compositie toont, naast de context in het begin van de 19e eeuw, een uitgesproken sfeer. Klik hier voor een vergroting.
Meer: De details rond de Oosterpoort van de stad Medemblik zijn bijzonder opmerkelijk. De staat van de bouwvallige torens is evident.
(Aquarel van Jacob Braaff (1776-1864). Bezit van de familie Bakker en voor deze website ter beschikking gesteld.)

Een bouwval, vergane glorie in 1890.
De zuidzijde van het kasteel van Medemblik in 1890. Het slot is zienderogen afgetakeld tot een boerderijachtige bouwval
(Collectie auteur).
Wederom het kasteel van Medemblik naar de situatie van ca. 1880 op een schilderij. Het standpunt dat uitkijkt op het kasteel is gesitueerd voor de stadswal, met de singel van de stad Medemblik op de voorgrond.
(Schilderij van J.F. Geusebroek uit 1947, kopie naar Nicolaas Bastert (1854-1939) in het bezit van Piet Bakker. Foto: Marijan Bakker.)(Met vriendelijke permissie van de maker J.F. Geusebroek)(Klik hier of op de afbeelding voor een vergroting.)

Nogmaals de zuidzijde van het kasteel rond 1880, dit keer op het originele schilderij van Nicolaas Bastert. De context met betrekking tot de omgeving is hier prachtig uitgewerkt.
Met vriendelijke permissie van het Stedelijk Museum in Amsterdam (A2183).
Voor een meer gedetailleerde vergroting in zwart-wit kunt u terecht op de website van het Geheugen van Nederland.

Aan het eind van de 19e was het verval bijzonder groot. Het koste moeite om in de bouwvallige, boerderijachtige restanten, de eens zo roemrijke burcht te herkennen. Het onzalige plan van de stad Medemblik om de resten van het slot maar af te breken, werd gelukkig door koning Willem II afgewezen. In 1889 werden de resten van de burcht overgedragen aan het Rijk.

De architect De Stuers maakte in 1890 een schets van de bouwval en tekende daarin meteen de verdwenen resten van het kasteel in. Hiervoor gebruikte hij oude prenten. Op deze manier kreeg hij een gefantaseerd beeld van de oorspronkelijke vierkante waterburcht.

Geïnspireerd door deze pentekening ging Rijksbouwmeester J. van Lokhorst in 1890 over tot het restaureren van het kasteel, met als doel om daar een kantongerecht te maken. Hierbij kreeg hij adviezen van architect P.J.H. (Pierre) Cuypers.

Voordat men met de restauratie begon, moest alles opgenomen en -gemeten worden. De schade was enorm: verzakte en verweerde muren met sporen van wijzigingen in het verleden, waarbij ook kleinere stenen werden gebruikt. Ook vond men aanwijzingen van verdwenen torens. De ramen waren gewijzigd, verkleind of door spitsboogvensters vervangen. Het enige wat nog aan het verleden herinnerde was het eiken cassettenplafond (cassette=verdiept vlak) en een renaissanceportaal uit 1600. De werkzaamheden moesten ingrijpend zijn, want Justitie wenste een degelijk gebouw.

Het beeld van de middeleeuwen was in die tijd sterk beïnvloed door de romantische stijl. Zo werd tijdens de restauratie een aantal neogothische elementen toegevoegd. Een aantal spitsboogvensters werden uitgebroken. Ook kwam er een rond venster in de noordgevel. De kanteling was, gezien de minimale afmetingen, puur decoratief.

Direct na de restauratie in 1893, werd het slot aanvankelijk nog als onderkomen voor het krankzinnnigengesticht gebruikt. Pas in 1897 werd het slot door Justitie in gebruik genomen als kantongerecht (dit duurde tot en met het einde van 1933).



Voor de restauratie (1890): een bouwval!Na restauratie (1898): een grondige opknapbeurt!
De zuidzijde van kasteel Radboud vóór de restauratie van 1890: een bouwval.Als de linker afbeelding, na de grondige opknapbeurt na 1897.
(Collectie auteur)

Daarna werd tussen 1895 en 1897 de zuidwestelijke toren vanaf de fundamenten opnieuw opgebouwd. Deze moest als portaal voor de zittingszaal van het gerecht dienen. Het geheel werd weer toonbaar gemaakt met spitsen en kantelen om een suggestie van een 'middeleeuws kasteel' te geven.

"De Zittingzaal van het Kantongerecht (de voormalige Burchtzaal) in het kasteel van Medemblik."
Foto: C. Steenbergh (1859-1939), 1916. Verschenen in: A. Loosjes, Medemblik de oudste; 1916; Buiten, 8 juli. Uit de collectie van www.medenblik.nl.)
Door de hoogte van de kap werd het loopvlak van de weergang zo hoog dat de kantelen alleen nog maar decoratieve waarde hadden. De daken werden voorzien van kapellen en werden bedekt met leien.

Eigenlijk was het gebouw voorzien van een nieuw opgetrokken muurwerk om het middeleeuws kasteel. Deze buitenbekleding was geheel vernieuwd. Hierbij gebruikte men de oude gele moppen samen met, speciaal voor dit doel gebakken, bruinrode steen. Oude en nieuwe stenen werden door elkaar gebruikt. Het doel hiervan was om de suggestie te wekken dat het nieuwe beeld van het kasteel was gebaseerd op oude gegevens.
De afwerking was uitgevoerd volgens de typische 19e opvattingen over de bouwstijl bij rijksgebouwen: het materiaal bij het ruwe witte muurpleisterwerk en de gemetselde getande omlijstingen van deuren, ramen en kaarsnissen.


Geraadpleegde bronnen en literatuur:
(Lit. 1, P.S. Teeling, H. Langereis)
(Lit. 3, D. Kransberg, H. Mils)
(Lit. 5, J.W. Groesbeek)
(Lit. 6, H. M. van den Berg)
(Lit. 10b: W. van Leeuwen)
(Lit. 91, West-Fries Archief/Bernd Ooijevaar 2006)
(Lit. 157, E. Vink, N. Weitkamp)

[Naar boven]         [Vorige][Kaart][Volgende] [Home]
(Onderstaande link breekt aktieve frames!)
[Huidige pagina]