Het kasteel te Medemblik.

Het bouwplan en uiterlijk door de eeuwen heen.

(Update 25-12-2012)

Het oorspronkelijke bouwplan

Tegenwoordig weten we veel over het originele bouwplan van kasteel in Medemblik (in de volksmond 'kasteel Radboud' genoemd). Mede door onderzoek van kastelenarcheoloog, professor Renaud (Lit.48, J.G.N. Renaud), heeft men meer inzicht verkregen over het oorspronkelijke bouwplan van het kasteel, zoals deze door Floris V is bedacht. Het grondontwerp is naar voorbeeld van een omgrachte of met water omgeven vierkante burcht (waterburcht). Men gaat er vanuit, dat Floris V het vierkante basisontwerp voor kastelen, in de Nederlanden heeft geïntroduceerd. Mogelijk heeft hij dit idee overgenomen van de Engelse vorst Edward I, die in zijn strijd tegen de opstandige Welshmen een soortgelijke tactiek voerde als Floris deed in zijn strijd tegen de West-Friezen. Toch is het ook mogelijk dat de contacten tussen Floris en Edward meer op het politieke vlak lagen dan op het gebied van de burchtenbouw. Het zou zelfs kunnen zijn dat het idee van de vierkante burcht afkomstig is van het principe dat in Noord-Frankrijk werd toegepast.

De bouw van vierkante burchten werd in ieder geval met succes door Edward I toegepast. Hierbij getuigt b.v. de tegenwoordige ruïnes van Flint Castle (1277) en Harlech Castle (1283) in het noorden van Wales. Het principe van de vierkante burcht vindt men eveneens terug in de grondplannen van de Nuwendoorn, Middelburg en Nieuwburg. Het welbekende Muiderslot, toont voor wat betreft de oorsponkelijk bouw veel overeenkomsten met die van het kasteel te Medemblik.

Een oorspronkelijk vierkant grondplan treffen we ook aan bij de kastelen van Schiedam, Strijen en Doorn, die ook ten tijde van Floris V zijn gebouwd.

Een model van de het 13e eeuwse grondplan van het kasteel van Medemblik.
Een model van de het 13e eeuwse grondplan van het kasteel van Medemblik. De toegang is volgens de bevindingen van prof. Renaud oostelijk gelegen. De overige drie vierkante 'uitstulpingen' (zuid en west) waren bastions, die later tot vierkante toren werden uitgebouwd. Het noordelijke bastion (onder), is later verbouwd tot nieuwe toegangspoort.
Het bouwplan van het kasteel in Medemblik heeft in ieder geval een belangrijk opvallend verschil met de overige kastelen in West-Friesland en omgeving (Nuwendoorn, Middelburg en Nieuwburg): namelijk het ontbreken van een donjon of hoofdtoren. Het kasteel had vier uitspringende ronde torens op elke hoek en vier uitspringende vierkante torens in het midden van de zijden. Volgens de zienswijze van Renaud, was de oostelijke vierkante toren groter dan de overige drie. Deze diende aanvankelijk als poortgebouw. Het is bekend dat deze functie uiteindelijk is overgenomen door een nieuw poortgebouw op de plaats van Renaud's noordelijke bastion. Het is aannemelijk dat deze verandering van functie een gevolg was van een watersnoodramp, misschien die van 1334/1335 (St. Clemensvloed). Een deel van het land ging verloren, waarna mogelijk(?) een nieuwe dijk meer landinwaarts werd aangelegd, zodat tussen de Zuiderzee en de oostkant van het kasteel minder ruimte overbleef voor een adequate toegangsmogelijkheid. Het is eveneens denkbaar dat het oostelijke poortgebouw, reeds tijdens de bouw van het slot zijn functie verloor, wegens het optreden van de overstromingramp van 1287/88 (St. Luciavloed)

Aan de zuidwestzijde grenzend aan het binnenplein bevonden zich twee woonvertrekken. Het ommuurde slotplein had afmetingen van 37x 40 m. Het mag duidelijk zijn, dat een efficiënte verdedigingsfunctie de hoogste prioriteit had, omdat het gebouw in zo kort mogelijke tijd neergezet moest worden. De muren waren opvallend laag en van geringe dikte: 112-124 cm voor de muren tot 67 cm van de vierkante torens. Omdat de schildmuur te smal was voor een weergang, werden aan de binnenkant spaarbogen aangebracht. Dit laatste is bevestigd aan de hand van de onderhoudsrekening van 1438-1444, waaruit eveneens de mogelijkheid van een voorburcht aan de noordkant van het slot blijkt. (Zie: Tymmerage 1438).

Tijdens de restauratiewerken (1963-1966), rapporteerde restauratiearchitect J. Holstein sporen van een 13e eeuwse kanteling en schietgaten in de muren van de huidige woonvertrekken. Deze behoorden volgens hem toe aan de kantelen van de vroegere weermuur. Hieruit viel te concluderen dat oorsponkelijke hoogte van de woonvertrekken een stuk kleiner was dan de huidige. Dit geldt ook voor de vierkante hoektorens aan de zijden, die bij de eerste bouwfase een onderdeel van de weermuur (bastions) vormden (noot auteur: vergelijkbaar met rechthoekige bastions in de schildmuur van de Nieuwburg bij Alkmaar/Oudorp). Holstein vergeleek deze bevindingen van zijn onderzoek met die van het Muiderslot, destijds door prof. Renaud en hem uitgevoerd. Zijn conclusie was dat het kasteel uit de reeds genoemde rechthoekige ommuring met de op de vier uitspringende hoektorens, waarbij de hoogte van de vierkante torens gelijk was aan die van de schildmuur. Dit idee sluit aan, aan de bevindingen van Kamphuis en Viersen aan de hand van een onderzoek in het kader van de restauratie in 1995 aan het muurwerk van het Muiderslot. Het woonvertrek zou aanvankelijk van hout of via vakwerkconstructie zijn gemaakt en pas in een later stadium van steen zijn opgetrokken. (Lit.91, R. Gruben, J. Kamphuis, A. Viersen) (noot 1).

(Zie ook inzake het Muiderslot op de website van Matthieu Fannee: Over de stichting van het Muiderslot.)

De positie van de oorspronkelijke kantelen.
De positionering van de oorspronkelijke kanteling en schietgaten, zijn in het metselwerk met een andere kleur steen gemarkeerd.
(Foto: Ben Dijkhuis)

Een reconstructie van het kasteel in Medemblik in de 13e eeuw.Het kasteel in volle glorie op een anonieme 16e eeuwse gravure.
De reconstructietekening (links) van het kasteel in de 13e eeuw laat een hoge ronde hoektoren zien op de voorgrond (noordwest). Deze toren ontneemt het 'zicht' op de oostelijke poorttoren. De vierkante bastions, zijn later uitgebouwd tot vierkante torens. Het is overigens nog maar de vraag of de twee torens op de voorgrond, destijds voorzien waren van een spits.
De 16e-eeuwse tekening van het kasteel (rechts) is mogelijk de nog enige bestaande afbeelding, waarop het kasteel in volle omvang is te zien. De forse noordwestelijke toren is duidelijk als voorbeeld genomen voor de reconstructietekening (links). Verder is de noordelijke poortoren opvallend en dat de noordelijke weermuur lager is dan op andere plaatsen. Dit laatste bevestigt het beeld van een oorspronkelijke lage weermuur voor het gehele kasteel.
(Reconstructietekening links: Ben Dijkhuis)
(Fragment rechts: Uitsnede van een anonieme tekening, 'Beleghering der stadt Medenblick----Anno 1588'.
(Amsterdam, Rijksmuseum, obj. nr.: RP-T-00-3602). Zie deze volledige prent op de website van het : Rijksmuseum, Amsterdam
)

Reparaties, onderhoud- en sloopwerkzaamheden

In een rekening uit 1386 van baljuw Bartolomeus van Raaphorst, ongeveer een eeuw na de bouw van het slot, wordt melding gemaakt van reparaties aan brug, keuken, de bakkerij en al het andere dat aan het huis van Medemblik aanwezig was:

"..brugghe, aender coken, aen den bachuse ende alwaer daert aenden huse tot Medemleec te doene was." (noot 2).

Uit een andere rekening van de Hollandse grafelijkheid, die zich in het Nationaal Archief in Den Haag bevindt blijkt, dat er gedurende de periode 1438-1444 omvangrijke reparaties en aanpassingen aan het kasteel te hebben plaatsgevonden. Deze rekening bevat veel details over het kasteel. Naast de hiervoor genoemde brug, keuken en bakkerij, zijn drie kamers (Zaal, Grote Kamer en Blauwe Kamer) en acht torens geïdentificeerd, alsmede enkele andere functionele bijgebouwen en ruimten. Zo is er sprake van een Oude en Nieuw Poorthuis, een bolwerk (voorburcht?) en een boerderij. Eén van de aanbouwen, is de zgn. 'weirde reube', een garderobe of kledingmagazijn. Deze is op de plattegrond hieronder, in blauw aangegeven. De ruimte waar hier over gaat is het binnenste deel, dat aan het hoofdgebouw grenst. Aanvankelijk is dit deel voorheen (mogelijk abusievelijk) als 17e eeuws aangemerkt.
Lees meer over deze rekening op een speciale pagina: Tymmerage tot Medembliec 1438-1444.

Een tweede document, die qua inhoud hier aardig op aansluit is een manuscript uit het Noord-Hollands Archief, een inventaris van oorlogsmaterieel en meubilair in het slot van Medemblik uit 1554. Sommige ruimten en functies zijn anders benoemd, terwijl andere namen hetzelfde zijn als in 'Tymmerage 1438'. Zo is er een Rode Kamer, Kasteleinskamer, Kapelkamer, een brouwerij, een kruittoren en diverse kelders.
Lees meer over deze inventaris, eveneens op een aparte pagina: Inventarys ten huyse ende slote van Medenblick 1554

Omdat men al 1573 overging tot het verbeteren en verhogen van de stadswallen, verloor het kasteel zijn functie als verdedigingswerk. In 1578 besloot men tot ontmanteling, waaronder de sloop van de noordelijke muren en torens. Het is aannemelijk dat dit pas na 1588 plaatsvond. Het slot kreeg in 1598 een flinke onderhoudsbeurt. Op een kaartfragment van Medemblik van Paulus Utenwael uit 1599, is duidelijk te zien, dat zowel een deel van de noordwestelijke ronde hoektoren toren als de noordelijke vierkante toren zijn verwijderd.

De hardstenen voorgevel van de ingangspoort uit 1654. Het bijschrift van deze prent meldt:
'Buitenpoort van het kasteel Radbout te Medemblik fecit fa. A. Voskuil 1851'. Waar Voskuil zijn bron vandaan had, is niet bekend. Zeker is in ieder geval wel, dat de poort in 1851 niet meer bestond
Bovenaan de poort bevinden zich drie wapens, links van de stad Hoorn, midden van Medemblik en rechts van Enkhuizen.
Klik hier of op de afbeelding voor een vergroting. (Deze prent is voor deze website ter beschikking gesteld door Carolien van Berge van Kasteel Radboud)
Een uitvergrote uitsnede van een kaart van de stad Medemblik uit 1649 van Johannes Blaeu, waarop het ontmantelde kasteel is te zien.
Een paar interessante kenmerken, zijn de poort en pallisade aan de noordzijde van het slot (zie ook de afbeelding links hiernaast). De houten(?) pallisade uit de zuidzijde van het kasteel die het gebouw met de oostelijke hoektoren verbindt, mogelijk vanwege het ontbreken van de stenen weermuur aldaar. Het lijkt dat de zuidmuur uit twee bouwlagen bestaat. Dit zou de de aanvankelijke lage weermuur met kantelen kunnen bevestigen, die later is verhoogd met het woonvertrek. Verder een raar gebouwtje op de top van de oostelijke hoektoren, misschien een vertekening van de middelste oostelijke vierkante midden-toren, die niet op deze tekening staat afgebeeld. Of een schuilhuisje?
(Bron: Kaartencollectie van de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam)

Het kasteel in gebruik als Hervormde kerk, (naar C. Pronk, 1740)
Het kasteel van Medemblik in gebruik als Hervormde kerk
(naar C. Pronk, 1740).
Hendrik Tavenier (1734-1807): 'Kasteel te Meedenblik 1787'. Het kasteel en Oosterpoort bevinden zich in zeer vervallen staat.

In 1654 werd een hardstenen poort aan de noordzijde gebouwd dat toegang gaf aan het kasteelplein en omdat de grote zaal van het kasteel (huidige Ridderzaal) werd gebruikt als hervormde kerk werd de westelijke vierkante toren verhoogd en in gebruik genomen als klokkentoren. Op een tekening van het kasteel uit zien we een veruïneerde oostzijde van het kasteel. De noordoostelijke hoektoren is door verval geheel verdwenen, terwijl de resten deel uitmaken van de stadswal. De grote zuidoostelijke hoektoren is duidelijk gehalveerd.
Reeds voor 1825 waren de resten van de zuidwestelijke hoektoren tot aan de grondvesten gesloopt, en in 1848 de overgebleven restanten van de noordwestelijke hoektoren, waarbij het puin werd gebruikt als dijkversterking. In 1857 ging men over tot de sloop van de zuidoostelijke hoektoren en de oostelijke poorttoren. Dit gebeurde in combinatie met de toenmalige stadspoort (Oosterpoort). Het vrijgekomen puin werd ook hierbij gebruikt voor de dijkversterking.

Toen men zich voor het kasteel ging interesseren en het in 1889 aan het Rijk werd overgedragen stond er niets meer dan de twee vierkante zijtorens en de twee woonvertrekken. Alles in bouwvallige toestand.

In 1881 werd het kasteel in zijn geheel opgemeten in aanloop van de restauratie van 1890. (Zie hiervoor een aparte pagina: Overblijfselen van het Kasteel te Medemblik. Opmetingen in 1881) In 1890 ging men over tot grondige restauratie, waarbij o.a. de zuidwestelijke ronde hoektoren vanaf de funderingen opnieuw werd opgetrokken.

In het begin van de 20e eeuw werd het terrein rond het kasteel zwaar ontsierd door allerlei gebouwen. Nadat in 1931, de pal naast het kasteel gelegen conservenfabriek afbrandde, is men kort daarna overgegaan tot ontmanteling van het kasteelterrein. Hierbij werd de fundering van de noordwestelijk hoektoren opgemetseld (1938).

In de jaren 1963-1966 vond er opnieuw een restauratie plaats. Hierbij werden de neogothische elementen die tijdens de restauratie van 1890 werden aangebracht weer werden verwijderd. De geveltrap bij ingang die destijds loodrecht op de gevel stond, werd vervangen door een trap langs de gevel

Het huidige bouwplan (schematisch) van kasteel Radboud inclusief de veranderingen die in de loop der eeuwen hebben plaatsgevonden.
Het huidige grond- en bouwplan (schematisch) van kasteel Radboud inclusief de veranderingen die in de loop der eeuwen hebben plaatsgevonden. Dit overzicht is vanwege nieuwe inzichten aangepast.
De toren rechtsonder, is tot aan het maaiveld, vanaf de fundering twee keer opgemetseld geweest: De eerste keer in 1934, op de originele fundering (rood) en voor de tweede keer in de zestiger jaren van de vorige eeuw, doch dit keer met een geringere omvang (lila).
De zuidewestelijke toren (magenta) was in het begin van de 19e eeuw reeds verdwenen, doch aan het einde van dezelfde eeuw weer in zijn geheel gereconstrueerd.
Het tegenwoordige bovenaanzicht van Kasteel Radboud.
Afbeelding: Google Earth

Fundering van de noordelijke muur en noordwestelijke toren

Rond het kasteelterrein zijn door middel van bestrating, de contouren aangegeven, waarmee men de oorspronkelijke omvang van het kasteel wilde aangeven. Deze reconstructie blijkt echter niet correct. Ten eerste lag de noordelijke muur van het kasteel meer noordwaarts, en ten tweede blijkt de in 1938 opgemetselde noordwestelijke toren, qua omvang veel groter was, dan de tegenwoordige reconstructie uit de 60-er jaren. Gezien het formaat van de originele fundering ondersteunt het feit, dat hier sprake was van een flinke robuste toren. Dit is in overeenstemming met de tekening uit 1588 waarop de toren prominent staat weergegeven.
De omvang van de noord-west toren (voorgrond) in de situatie van vóór 1963 op een oude prentbriefkaart. Deze is tijdens de laatste restauratie afgebroken en wederom, in kleiner formaat opgebouwd.
(Westfries Archief)
In 2007 werd de beschoeiing van de kasteelgracht vernieuwd, waarvoor men het waterniveau van de kasteelgracht heeft laten zakken. Tijdens deze werkzaamheden kwam de oorspronkelijke noordelijke fundering bloot te liggen. Van de noordelijke muur, was slechts een deel van de muurfundering bewaard. De torenfundering werd bijzonder goed zichtbaar, zodat de werkelijke omvang goed waarneembaar was. De onderstaande foto's geven een aardige indruk.
De blootgelegde fundering van de noordwestelijke toren, die goed zichtbaar werd na het zakken van het waterpeil van de gracht. De werkelijke omvang blijkt veel groter te zijn dan de opgemetselde versie. Hetgeen aantoont, dat dit een robuuste toren was.
(Ter beschikking gestelde foto: Carolien van Berge, Stichting Kasteel Radboud)
Een deel van de fundering van de noordmuur van het kasteel, dat direct grenst aan de noordwestelijke toren. De rechterfoto is een bewerking van de foto links, zodat de fundering beter zichtbaar werd. Dit is dus muur aan de westzijde van de huidige brug. De restanten van muur aan de andere zijde van de brug zijn mogelijk verdwenen.
(Foto: Ben Dijkhuis)

Voetnoten:

1. Opmerkingen van auteur Ben Dijkhuis: Er blijken overigens grote bezwaren tegen de 'bewijsvoering' van Holstein te bestaan. Ten eerste blijken diverse sporen die tijdens de restauratie naar voren kwamen, niet goed te zijn gedocumenteerd (Lit.157, E. Vink). Van de sporen van de 13e-eeuwse kanteling en schietgaten zelf, bestaan geen tekeningen of fotomateriaal. Wel zijn deze (vermeende?) sporen in de bouwtekeningen opgenomen en als zodanig gereconstrueerd tijdens de restauratie. Holstein baseerde zich op zijn ervaringen met het Muiderslot en vond zijn bevindingen in Medemblik zo logisch(?), dat hij het niet de moeite waard vond om dit voor Medemblik te documenteren (Lit.91, R. Gruben, J. Kamphuis, A. Viersen, p. 150). Het onderzoek van Kamphuis en Viersen van 1995 is samengevat in een werk dat nooit is gepubliceerd: J.Kamphuis, A. Viersen; Een vergeten bijdrage tot de bouwgeschiedenis aan het Muiderslot; Delft; 1995. (Lit.91, R. Gruben, J. Kamphuis, A. Viersen; p. 160). Ik ben zo vrij om eveneens te refereren naar gesprekken die ik had met Drs. Michiel Bartels van Archeologie Hoorn/West-Friesland in november 2010.

2. Nationaal Archief; Archief van de Graven van Holland, 3.01.01, 1990, rekening van Bartolomeus van Raaphorst, baljuwschap van Medemblik, 1386.

Geraadpleegde bronnen en literatuur:
(Lit. 1, P.S. Teeling, H. Langereis)
(Lit. 3, D. Kransberg, H. Mils)
(Lit. 5, J.W. Groesbeek)
(Lit. 6, H. M. van den Berg)
(Lit. 7b, A.I.J.M. Schellart)
(Lit. 10a: H.L. Janssen)
(Lit. 10b: W. van Leeuwen)
(Lit. 11: P. E. van Rijen)
(Lit.32, J. Struik)
(Lit.48, J.G.N. Renaud)
(Lit.91, R. Gruben, J. Kamphuis, A. Viersen)
(Lit.157, E. Vink)

[Naar boven][Home]
(Onderstaande link breekt aktieve frames!)
[Huidige pagina]