Inventarys ten huyse ende slote van Medenblick

Inventaris van artillerie, munitie en meubelen in 1554

Door Ben Dijkhuis en Bernd Ooijevaar (augustus 2011)
(Revisie 06 augustus 2015)


Inleiding

Na het manuscript 'Tymmerage bij him gedaen anden slote tot medebliec 1438/1444' (voor het gemak afgekort met Tymmerage) is er nieuw document tevoorschijn gekomen van 110 jaar later, een inventarisbeschrijving van het kasteel van Medemblik uit 1554. Dit document is bij ons onder de aandacht gebracht door amateurhistoricus Peter Swart uit Hoorn in 2010. Dit document is getiteld 'Medemblyck geinventarieert in Julio LIIII' en bevindt zich in het Noord-Hollands Archief en was, voordat het in het archief terecht kwam, ooit particulier bezit.
Dit geweldige manuscript, dat op de vooravond van de tachtigjarige oorlog (1568-1648) is geschreven, korten we voor het gemak af tot 'Inventarys'. Dit document is feitelijk een kopie-afschrift met veel interessante informatie met betrekking tot de geschiedenis van het kasteel. Er zijn onmiskenbare raakvlakken met Tymmerage, maar met enige verschillen in naamgeving en functionaliteit van de diverse ruimten en torens van het kasteel. Eveneens zien we een veranderend militaire beeld op basis van het gebruik van zware vuurwapens (noot 1). Inventarys is opgesteld tijdens het kasteleinschap van Cornelis van Rijswijk (†1586).
Dit artikel geldt als een aanloop tot verdere publicaties.

Context

Na bestudering is een aantal interessante wetenswaardigheden naar voren gekomen, waaruit kortweg de volgende conclusies zijn te trekken:
  1. De inventaris is een verslag van het aanwezige oorlogsmaterieel, meubelen, etc. 'aldaer gelevert ende gelaeten zijn tot laste van Cornelis van Ryswyck capiteyn upten selve huyse'
  2. De functionaliteit en de namen van een aantal ruimten en torens is, op enkele wijzigingen na, ten opzichte van die in Tymmerage onveranderd gebleven.
  3. De aanwezigheid van een bierbrouwerij in het slot.
  4. Het beeld van de militaire rol van het kasteel, die het manuscript oproept, toont een mate van overeenkomst met die men zou verwachten bij de getoonde oorlogshandelingen tijdens het beleg van Medemblik in 1588:

    Anonieme tekening, ca. 1600), uitsnede: 'Beleghering der stadt Medenblick----Anno 1588'. De stad Medemblik tijdens de belegering van Maurits. Op de kaart is de gehele omsingelde stad te zien.
    (Amsterdam, Rijksmuseum, obj. nr.: RP-T-00-3602). Zie deze prent op de website van het : Rijksmuseum, Amsterdam
    )

    Fragment van de kaart hierboven. Waarschijnlijk de enige bewaarde afbeelding, waarop het kasteel van Medemblik in volle omvang is te zien. Opvallend is de hoge toren met spits, de forse hoofdpoort en de lage weermuur aan de noordzijde van het kasteel.
    (Amsterdam, Rijksmuseum, obj. nr.: RP-T-00-3602). Zie deze prent op de website van het : Rijksmuseum, Amsterdam

Ter vergelijking zijn op de onderstaande plattegrond de diverse onderdelen van het kasteel, zoals deze in 'Tymmerage' zijn genoemd, aangegeven. De bijbehorende nummering zal ook voor het gemak verder in dit artikel worden gebruikt.
  1. Grote Bottelarijtoren
  2. Kleine Bottelarijtoren
  3. Molkentoren
  4. Nieuwe Poorthuis
  5. Monnikentoren, Monckentoren
  6. Oude Poorthuis
  7. Gevangenistoren, Gevangentoren
  8. Vooralsnog naamloos
  9. Zaal of Grote Zaal
  10. Grote Kamer
  11. Blauwe Kamer
  12. Kledingopslag/magazijn, garderobe
  13. Nieuw altaar
  14. Bakkerij (Bakhuis)
Een schematische reconstructie van de plattegrond van het kasteel in Medemblik ten tijde van het groot onderhoud van 1438-1444. Dit is een interpretatie van de auteurs aan de hand van 'Tymmerage'. De plaats van de trap en ingang van het gebouw, tussen nr. 10 en 9, is gebaseerd op 17e en 18e eeuwse afbeeldingen. De Grote Zaal nr. 9 verwijst evenwel naar de huidige 'Ridderzaal' van het kasteel. Nr. 11 (Blauwe Kamer) is een uitbouw van de 14e eeuw. Het met blauw aangegeven gedeelte is de uitbouw (kledingopslag), zoals deze in 'Tymmerage' uitgebreid is beschreven.
(Afbeelding: Ben Dijkhuis)

Overzicht en commentaren

De beschrijvingen in dit artikel zijn samengesteld op basis van de huidige transcriptie van Bernd Ooijvaar en Ben Dijkhuis. (Deze is opvraagbaar bij de auteurs, door een bericht te sturen via email bg_dijkhuis[AT]planet.nl [AT]=@).

De Zaal, keuken en brouwerij
De kop 'Eerst inde zaelle', heeft betrekking op de Zaal (nr. 9) van het kasteel. Deze naam van de grootste ruimte van het slot heeft in ieder geval een grote mate van consistentie. Uit 'Tymmerage' is het reeds bekend dat de keuken zich in deze ruimte bevond, samen met een klein kamertje. Dit laatste vinden we eveens terug in 'Inventarys': 'Inde coecken' en 'Int camerken naest de coecken'.
In 'Inventarys' is dit keer extra beschreven dat zich in de zaal ook de provisieruimte bevond: Inde botterye duer de zaelle.
Het woord botterye betekent van oorsprong bottelarij, doch werd eveneens voor provisiekamer gebruikt. Gezien de keukenfunctie in de Zaal, ligt dit voor de hand. Zie ook het volgende citaat uit Gerrit Paape's Mijne vrolijke wijsgeerte in mijne ballingschap (1792), met name en bijbehorende voetnoot (Peter Altema 1996):

"...Thans was ik zonder kostwinning en, - zonder geld! - o Mijn dierbaare Thomas! van hoe veel nut was mij toen uwe Wijsgeerte, die gij zo menigwerven lachende te hulp riept, wanneer gij geen stuiver in uw zak, en geen brood in uw botterij47 had! ...."

noot 47 brood in de provisiekamer; oorspronkelijk betekent 'botterij' bottelarij, de plaats waar de drank bewaard wordt.
(Bron van deze tekst: www.dbnl.org/tekst/paap004mijn01_01/paap004mijn01_01_0014.php#164)

Verderop in het document vinden nog één en ander terug dat betrekking op de keuken/zaal kan hebben, namelijk 'Inde stove', 'Boven die stove' en 'In dopperste soldere boven de stove'. Het gaat hierbij dus om een functionele ruimte in een deel van het kasteel met meerdere verdiepingen. Men zou hierbij in eerste instantie aan een toren denken. Verder zoekend naar het woord 'stove', treft men het volgende aan in het Etymologisch woordenboek van Jan de Vries (Lit. 34, J. de Vries): Het is aannemelijk dat het hier dus gaat om een badvertrek of badkamer, hetzij in ieder geval, een ruimte waar een soort van kachel of vuurplaats aanwezig was.
In dit verband is het misschien vermeldenswaard dat in de westelijke vierkante toren (nr.2, Tymmerage: Kleine Bottelarijtoren) een oven is beschreven. Het restant daarvan is overigens nog steeds zichtbaar. Het ligt in ieder geval voor de hand dat deze oven een functie in de keuken heeft gehad. De betreffende toren had destijds, evenals nu, meerdere verdiepingen boven de plaats, waar de oven is gesitueerd (zie ook: 'waaktorentje').

In het manuscript, wordt direct achter 'In dopperste soldere boven de stove' het volgende gemeld: 'In den anderen thoorn boven die brouwerye' en 'noch op dopperste soldere vanden selven thoorn'. Hieruit kunnen we concluderen zich twee torens boven de brouwerij bevinden, dit zijn de westelijke vierkante toren op de verdieping waar zich het hiervoor genoemde oventje zich bevindt en de 'anderen thoorn'. Gezien de westelijk positie, bevond zich direct onder de Zaal de brouwerij. In 'Tymmerage' werden in dit verband dezelfde twee torens genoemd: de 'Grote Bottelarijtoren' en 'Kleine Bottelarijtoren' en een kelder genaamd 'Bottelarijkelder' onder de Zaal. De 'anderen thoorn' in 'Inventarys' is elders in het manuscript omschreven onder de kop 'Inde brouthoren'. Dit betekent dat de naam van 'Grote Bottelarijtoren' in Tymmerage nu met 'Brouwtoren' identificeerbaar is. De kelder onder de zaal en keuken: 'Inde kelder onder de zaele en coecken', zoals we hebben gezien, een onderdeel van de brouwerij, werd volgens het document ook als opslag van bouwmateriaal gebruikt, zoals kalksteen, en een rol loodplaat, Rijnse leien en stijgermateriaal, die diverse reparaties aan het slot dienende. Het is overigens niet uitgesloten, dat tijdens de tijd van Tymmerage er reeds een brouwerij in het kasteel aanwezig was, in combinatie met de bottelarij.

De kapelkamer
We lezen het volgende in Inventarys: 'Inde camere naest de zaelle genaempt die capelle camere'. Dit was in Tymmerage: Grote kamer (nr. 10). Dit is een extra bevestiging voor onze veronderstelling van de aanwezigheid van een altaar, de nis (nr. 13) tussen de Blauwe Kamer (nr.11) en de Grote Kamer (nr. 10). In de huidige situatie, is de nis (nr. 13) dus een overblijfsel. Mogelijk stond hierin een beeld of tabernakel.

De kastelein's kamer
Dit staat vermeld in de zin 'Inde casteleins camere'. Het lijkt voor de hand liggend, dat deze derde en laatste betrekkelijk grote kamer (nr. 11) op de begane grond, het verblijf van de kastelein was. In Tymmerage heette deze kamer of een deel daarvan, 'Blauwe Kamer'. In dit verband is het interessant om te melden dat tijdens een opmeting van het slot in 1881, nog vóór de ingrijpende restauratie van de 19e eeuw, deze ruimte in combinatie met de kamers in nr. 12 'Slotvoogds kwartier' werd genoemd. (Zie ook de 'Rode Kamer' hieronder). Zie daarvoor het artikel: Overblijfselen van het Kasteel te Medemblik: Opmetingen in 1881)

De Rode Kamer en portierskamertje
'In de roede kamer'. Blijkbaar een figuurlijke tegenhanger van 'Blauwe Kamer' (nr. 11) We mogen er voorzichtig vanuit gaan dat de 'Rode Kamer' gelijkvloers met de andere kamers is gesitueerd. Als dat het geval is, dan is vertrek nr. 12 een mogelijke optie voor de 'Rode Kamer', daar de andere kamers reeds benoemd zijn ('kasteleinskamer', 'kapelkamer' en 'zaal'). In Tymmerage is deze geïdentificeerd als 'nye wairde reube' (garderobe, opslag van kleding). Het is het waard om ter vermelden, dat tijdens de opmeting van 1881, ruimte nr. 12 niet door een stenen muur was opgesplitst, maar door een houten wand. Dit zou er op kunnen duiden dat deze kamer van oorsprong niet in tweeën was opgedeeld.
Oude prenten uit de 17e en 18e eeuw tonen een ingang van het slot bij de zaal, naast de 'kapelkamer'. Hetgeen ook in Tymmerage beschreven is.

De plaats van de portierskamer, 'In tpoertiers camerken', is niet duidelijk. Er zijn twee opties. Het kan de portierskamer zijn die volgens Tymmerage zich in het 'nieuwe' poorthuis bevindt of mogelijk in een andere ruimte in het kasteel, b.v. bij de ingang van de zaal.
Het souterrain
De ligging van de brouwerij is gelokaliseerd ('Inde kelder onder de zaele ende coecken'), hieruit volgt dat de kelders van de brouwerijtoren (nr. 1) en west-toren (2) daar deel van uitmaakten. Het manuscript meldt nog een vier overige ruimtes in het souterrain van het slot, waarvan het voor de volgende kamers evident is waar deze zich bevonden:

'In een camerken onder den casteleyns camer' (onder nr. 11),
'Inde kelder onder de capelle camer' (onder nr. 10).

De locaties van de 'wynkelder' en 'bierkelder' zijn lastiger vast te stellen. De aanwezigheid van een 'bierkelder' is in Tymmerage beschreven. Men zou verwachten, indien de wijn-consumptie uitsluitend voor de kastelein is weggelegd, dat de wijnkelder gemakkelijk bereikbaar zou moeten zijn vanaf zijn domein (ergens in de ruimte onder nr. 10 zou dan een mogelijke optie kunnen zijn). De bierkelder kan tevens in verband met de brouwerij worden gebracht. Hierbij vallen we nog even terug op de opmeting uit 1881, waarin is gebleken dat het souterrain in twee delen was opgesplitst, een westelijk en een oostelijk deel, waarbij het laatste onder het 'Slotvoogds kwartier' was gesitueerd. Als deze situatie sinds 1554 niet veranderd was dan is het aannemelijk dat de wijnkelder, mogelijkerwijs onder kamer nr. 10 waren gesitueerd.

De zolder boven de zaal
'Opde coeren Solder boven die zaelle ende coecken': deze zolder werd dus gebruikt om graan (coeren) op te slaan. Volgens Tymmerage werd het graan opgeslagen, zowel op de zolder boven de zaal, als op de zolder van het Nieuwe Poorthuis (nr. 4). Een ander deel van de zolder van het slot heette in Tymmerage 'Hemelrijk'. Deze kon men volgens Tymmerage uiteindelijk vanuit de Grote Kamer via een wenteltrap bereiken. In Inventarys, leest men wederom 'hemelryck', nu als de aanduiding voor een klein kamertje: 'In een camerken genaempt het hemelryck'. Het is niet duidelijk waar het 'Hemelrijk' zich precies bevond. Er zijn twee opties voor de oostvleugel van het kasteel: boven de kasteleinskamer of boven de kapelkamer.
Poorthuizen en torens
In 'Tymmerage' werden twee poorthuizen genoemd. Die was het 'Oude Poorthuis' (nr. 6) en 'Nieuwe Poorthuis' (nr.4). We mogen met redelijke zekerheid concluderen, dat het 'Nieuwe Poorthuis', de toegangspoort tot het kasteel was. In 'Inventarys' zien we 'Inde oude poort', 'Boven op de selve oude poorte' en 'Noch op dopperste van selve oude poorte'. Het 'Nieuwe Poorthuis' word in 'Inventarys' aangegeven als de voorpoort van het kasteel: 'Inde poorte'. "Een quartier slange staende inde voorpoorte vanden voorn huys root geverwet leggende op raederen ende is goet.".

De zuidwestelijke Brouwtoren (nr.1) is reeds genoemd, evenals de vierkante toren met de oven (nr. 2). De toren met de gevangenis wordt genoemd in de kopjes: 'In de gevangenisse' en 'Inde thoorn boven den gevangenisse', hierin bevond zich een blok of 'stock' waarin een gevangene gezet kon worden. De term 'stock' wordt ook toegepast in 'Tymmerage', maar dan als gevangenis.

Er is bewijs dat de gevangenis, evenals bij Tymmerage zich in de zuidoostelijke hoge hoektoren bevond. Niet, zoals eerder gedacht op de plaats waar zich het huidig cachot bevindt. De reden is de noodzakelijke grootte van de ruimte boven de gevangenis. De ruimte boven de huidige gevangenis in de zuidelijke vierkante toren is te klein en bovendien onpraktisch om een lang kanon en ook nog eens een bedstede te plaatsen. De omschrijving 'toren boven de gevangenis' doet het meest recht aan de situering op de bovenverdiepingen van de zuidoostelijke toren. Het is voorstelbaar dat er een kanon zich geheel bovenaan, voor de kanteling staat opgesteld en een bedstede in een ruimte boven de gevangenis.

Het waaktorentje. Het valt af te leiden dat dit dezelfde toren is als de huidige gevangenistoren (nr. 8). Ten tijde van 'Inventarys' had deze zuidelijke vierkante toren, volgens twee beschrijvingen, een andere functie: 'In een waeck thoorentken' en 'Op de waecthoorn boven themelryck'. De positie van de zolderkamer 'hemelryck', is reeds min of meer vastgesteld, zo nu ook de 'waecthoorn' aan de zuidkant. De andere, westelijke, kleine vierkante toren (nr.2), werd zoals hiervoor reeds gezegd, vermoedelijk genoemd als 'stove' en de twee ruimten daarboven.

De Monnikentoren (nr. 5), treffen we voor wat betreft de naam in zowel Tymmerage als Inventarys aan: 'Inde monneken thoorn', hierin trof men niets anders in dan een oude kapotte bedstee.

Nieuw in deze is de Kruittoren, omschreven in 'Inde cruythoorn'. Als het voorgaande klopt, dan blijft er maar één optie voor de lokatie over. Zeven van de acht torens zijn hiervoor geïdentificeerd, behalve de zuidwestelijk hoektoren, die in Tymmerage 'Molkentoren' (nr. 3) wordt genoemd. Dat deze Molkentoren werd gebruikt als opslag van kruit en munitie is begrijpelijk, omdat deze zo ver mogelijk van de woonvertrekken was gesitueerd. Deze toren en de toegangspoort (nr. 4) werden, na het verdwijnen van de militaire functie van het kasteel tussen 1588 en 1599 geslecht

Noordelijke wal
Deze wordt in het manuscript als volgt vermeld: 'Opte walle ande noortzijde vanden huyse'. In Tymmerage is er sprake van een dijk of wal, die vanaf de zeedijk liep. Vanaf deze dijk of wal was er een toegangsweg naar het 'bolwerk' of voorburcht. De aanduiding noordelijke wal kan twee betekenissen hebben. De in Tymmerage beschreven dijk of het 'bolwerk' zelf, die als een aarden wal was opgeworpen. De laatste is een plausibele mogelijkheid, omdat in Inventarys een opslagruimte 'op de wal' is gevonden, misschien een rudimentair overblijfsel van het, in Tymmerage genoemde, 'bauhuys'.

Verklarende lijst van woorden en opmerkingen

De meeste woorden die in het manuscript zijn gebruikt, zijn goed herkenbaar in het Nederlands, doch volgen enkele nadere verklaringen.

Keyzerlyke MajesteitKeizer Karel V (1500-1558), koning van Spanje. Werd na zijn dood opgevolgd door zijn Filips II (1527-1598).
Getuigen van de Spaanse tijd in het kasteel? In het stadsmuseum van Medemblik liggen deze twee zogenaamde Spaanse kruiken uit het afval van het kasteel. (Foto's: Ben Dijkhuis).
wapen van SassenHet wapen van Saksen, waarschijnlijk met betrekking tot Albrecht III van Saksen (1443-1500), destijds stadhouder van de Nederlanden. Dit geeft mogelijk aan dat reeds in de 15e eeuw vuurwapens in het kasteel aanwezig waren.
falconet Falconet of valkenet, een licht kanon of geschutstuk. Kartouwen waren de voornaamste geschutstukken, die schoten een kogel van 48 pond (incl. 24 pond buskruit), een bastaard schoot 36 pond, een middelbare 24 pont en een falconet 5 pond.
Een falconet voor het stadhuis van Enkhuizen. Deze bezit het wapen van Karel V en dateert rond de tijd dat de inventarisatie plaatsvond. Deze afbeelding geeft een aardige vingerwijzing naar de falconet dat in Inventarys wordt genoemd. (Foto's: Jantine Leeflang).
haeck(en) Haakbus(sen). Een primitief geweer die zijn opmars in de 2e helft van de 15e eeuw had. Een haak was een toevoeging aande bestaande donder- of handbus. Men onderscheidde halve, hele en dubbele haakbussen.
serpentyn Serpentijn of slang, was er al in de 14e eeuw. Het was de aanduiding van een lange vuurmond. In de 16e eeuw kregen zij diverse namen naar gelang hun afmetingen. IJzeren, koperen, hele, halve en kwartierslangen kwamen voor. Ze schoten zowel kogels als gewone pijlen, vuur- of branpijlen en brandkogels. Deze wapens waren door hun lengte en geringe dikte ideaal bij toepassing bij nauwe schietgaten.
steenbusse, camersSteenbus, één van de oudste kanonnen, waarmee o.a. stenen kogels werden afgevuurd. Kamers zijn verpakte ladingen voor de toenmalige kanonnen.
Diverse kogels in het stadsmuseum van Medemblik, waaronder musket- en kanonskogels. De meesten van steen. (Foto: Ben Dijkhuis). Een kanonskogel die tijdens baggerwerkzaamheden in de 20e eeuw uit de slotgracht van het kasteel van Medemblik is opgevist.
(Foto: Bernd Ooijevaar)
gaffel Gaffel, een hooivork
scapraye, schrapayeSchapperij of schap. Een rek om potten en pannen in te zetten
berdtLegbord, b.v. hangberden in de wijnkelder
wipBlijkbaar het werktuig waarmee men de melk van het vet scheidde (karnen)
drieffachtersBetekenis niet achterhaald. Hierin zien we het woord 'drief' van 'drijven'. Het object had aan twee einden, sparrenstammen.
block met een rolle, coerdeKatrol en touw
vuurpanMet kokend pek of kokende olie gevulde pan, als verdedigingsmiddel
of pot of pan, gevuld met een vlammende, lichtverspreidende stof (b.v. olie), dienend ter verlichting van een vertrek of op straat.

Kruisverwijzing van de objecten in Tymmerage en Inventarys

De volgende tabel geeft een aannemelijke vergelijking van de objecten die in Tymmerage en Inventarys worden genoemd.

Object in Inventarys Vergelijkend object in Tymmerage
Zaal Zaal (nr.9)
Kapelkamer Grote kamer (nr.10), voorzien van altaar
Kasteleins kamer Blauwe kamer (nr.11)
Rode kamer Nieuwe Garderobe (nr.12)
Brouwerij Bottelarij (onder de zaal nr.9)
Brouwtoren, toren boven de bottelarij Grote bottelarijtoren (nr.1)
Toren boven de brouwerij, 'stove'(?) Kleine bottelarijtoren (nr.2)
Waaktorentje boven het hemelrijk Onbenoemd
Gevangenis, toren boven de gevangenis Gevangentoren, Vangentoren (nr.7) ook: 'Smitse toren' of Smederijtoren
Monneken toren Monken toren (nr.5)
Oude poort Oude poorthuis (nr.6)
Poort Nieuwe poorthuis (nr.4)
Korenzolder Zolder boven de zaal (nr.9)
Kruittoren Molkentoren (nr.3)

Ben Dijkhuis, Bernd Ooijevaar, 05 augustus 2011 (Revisies door Ben Dijkhuis op 23 juli 2014, 06 augustus 2015)
©2011-2015


Voetnoten:
  1. De toepassing van vuurwapens in Nederland is ouder en al aantoonbaar vanaf het eind van de 14e eeuw. De oudste vuurwapenprojectielen in Nederland stammen uit het beleg van Puttenstein van 1375. Hierbij is gebruik gemaakt van hand- of haakbussen met een kaliber van rond de 20 mm. Ongeveer gelijktijdig zal men ongetwijfeld ook de grotere stukken geschut zoals falconetten, kartouwen, bombardes en dergelijke hebben gebruikt. Naar mededeling van Drs. Mathieu Willemsen, destijds conservator vuurwapens van het voormalige Leger Museum te Delft. (In december 2014 opende in Soesterberg het Nationaal Militair Museum, waarin het legermuseum is geïntegreerd.)


Geraadpleegde bronnen en literatuur:
(Lit. 34, J. de Vries)
(Lit. 154, Noord-Hollands Archief)

[Naar boven][Home]
(Onderstaande link breekt aktieve frames!)
[Huidige pagina]