Een steenhuis in Medemblik

Een middeleeuwse versterking of tolhuis?

Door Ben Dijkhuis
(Update 17-04-2016)
Naar het Huis te Medemblik in de 13e eeuw →

Er is in 2010 een belangwekkende ontdekking gedaan, namelijk het fysieke bewijs dat er een 13e eeuws versterkt huis heeft gestaan bij Schoorldam tussen de oude veenrivier de Rekere en de westelijke bedijking ervan. Vreemd genoeg was hier niets van bekend vanuit primaire bronnen, alhoewel geschriften uit recentere tijden van een tolhuis spraken. Restanten van dit gebouw werden in het begin van de 18e eeuw nog waargenomen.
Er zijn diverse vermoedens geopperd, dat rond de West-Friese omringdijk meerdere kleine versterkingen hebben bestaan. Van de stenen versterking van Schoorldam wordt gezegd dat het wellicht een voorloper van het Huis te Nuwendoorn was.
We kunnen in dit verband mogelijk nog een kandidaat aanvoeren, wellicht een oude versterking of tolhuis in het middeleeuwse Medemblik, dat sinds eeuwenlang van de kaart is verdwenen.

Het oude recht van cijns, tol en muntslag

De oudste historische vermelding van Medemblik bevindt zich in het goederenregister van de St.Maartenskerk te Utrecht en is een onderdeel van het Cartularium van bisschop Radboud (Cartularium Radbodi). Dit register handelt over het bezit van een Medemblikker koningstiend (Medemolaca regalis decima, een tiende van het koninklijk domein en inkomsten). Het goederenregister bewijst daarmee dat Medemblik rond het jaar 900 met zekerheid koninklijk bezit kende. De inkomsten van de tienden bestonden uit diverse belastingen en tolheffingen. De vermelding van de koningstiend van Medemblik, had betrekking op een algemene schenking, die lang daarvoor, in 753 door de Karolingische koning Pippijn III ('de Korte'), plaatsvond. Dit ter ondersteuning van het zendingswerk vanuit Utrecht, dat inzake de kerstening en pacificering van de Friezen, was gedaan1). Het goederenregister is louter bekend van afschriften uit de 11e en 12e eeuw. De ouderdom van het goederenregister zelf is geschat rond het jaar 9002).

Otto III (983-1002), keizer van het Heilige Roomse Rijk.
(München, Bayerische Staatsbibliothek, Clm 4453, fol.24r)
In 985 werden twee schenkingen gedaan door keizer Otto III van het Heilige Roomse Rijk, op voorspraak van zijn moeder Theophano. De Hollandse graaf Dirk II ontving goederen, die hij aanvankelijk van de koning in leen had. Deze schenkingen hadden betrekking op bepaalde gebieden van Holland en werden omschreven als het gebied tussen de twee rivieren Medemelacha (waarnaar Medemblik is genoemd) en Chinelosare en het gebied van Texla (Texel)3).
Daarvoor vond in hetzelfde jaar een schenking plaats aan graaf Ansfried (ca. 940-1010), een deel van de tol, de munt en de cijns te Medemblik4)5). De overige rechten waren reeds in het bezit van de bisschop van Utrecht. Nadat Ansfried in 995 tot bisschop werd gewijd, verkreeg de kerk daarmee alle rechten van inkomsten van Medemblik. (Lees meer over Ansfried in het artikel De heilige Ansfried van Bernd Ooijevaar).

De rol van het Hollandse gravenhuis

De vraag is, wat het moment was dat bepaalde rechten in belangrijke mate zijn overgegaan naar het gravenhuis van Holland, nadat Floris V in 1282 bezit nam van West-Friesland.
Zoals gezegd bezat Dirk II eerder goederen in Medemblik, terwijl de opbrengsten ook ten goede kwam aan de St. Maartenskerk.
Het is echter de vraag of in Medemblik onder het bewind van de Hollanders, rond 1290, muntslag plaats vond. Er zijn wel enkele zilveren penningen ('kopjes') met de opschrift 'MONE MEDENBLEC' gevonden die tijdens het bewind van Floris V zijn geslagen6). Omdat er slechts enkele exemplaren bekend zijn, is het zelfs aannemelijk dat het hier om gelegenheidsmunten ging en dat deze in Dordrecht werden vervaardigd. Dat de naam Medemblik was aangebracht, zou in verband kunnen staan met de Hollandse overwinning op de West-Friezen. Ondanks dat de muntslag dan waarschijnlijk niet in Medemblik plaats vond, blijkt hieruit wel, dat Medemblik een centrale rol voor het Hollandse Gravenhuis in West-Friesland speelde. Dit laatste wordt nog eens bevestigd door het toekennen van Stadsrechten aan Medemblik op 25 maart in het jaar 1289.

Dat bepaalde rechten van de St. Maartenskerk in Medemblik met de Hollandse ambities conflicteerden is wel duidelijk. Het is niet voor niets dat Roomskoning Adolf in 1292 een oorkonde liet uitvaardigen, waarin men nog eens aan de oude rechten werd herinnerd7):

"Koning Adolf bevestigt de regten der abdij nam op eenige inkomsten te Medemblik en in Neder—Maasland, haar vroeger door graaf Ansfried geschonken. 15 September 1292 "

Hollandse zilveren penning met een zgn. Schots portret op naam van Floris V (1291-1293). Met als opdruk :.F COMES OLLANDIE en op de keerzijde :.MONE MEDENBLEC. Oorspronkelijk in de collectie van het Koninklijk Penningkabinet, Leiden nr. 02690. Deze bevindt zich vanaf 2004 in de Numismatische Collectie bij de Nederlandse Bank.
Hoe het ook zij, Floris V sloot met de bisschop van Utrecht in 1293 een verdrag, waarin bepaald werd dat het bisdom zijn oude rechten behield8). Dat wil niet zeggen dat de onderlinge verhouding zodanig was, dat zij vrij van conflicten was. Dit wordt bijvoorbeeld geïllustreerd, dat kort na de dood van Floris V in 1296, er een monsterverbond tussen de Utrechtse bisschop Willem van Mechelen, de Kennemers en West-Friezen werd gesloten, hetgeen tot een groot offensief tegen de Hollanders leidde, dat uiteindelijk onder graaf Jan II van Avesnes, in het voordeel van Hollanders werd beslecht9).
In ieder geval had de kerk van Utrecht nog enige tijd een deel van de tol van Medemblik in bezit, zoals blijkt uit een handvest uit 1303, dat Guy van Avesnes, bisschop van Utrecht nog de tol regelde van de schepen die tussen Medemblik en Kampen voeren10). Bemoeienis met de tol door het gravenhuis vond in ieder geval plaats in 1323, waarbij Willem III van Henegouwen stelde dat de biertollen van Medemblik en Amsterdam niet ontdoken zullen worden11).

'..als in voirtijden gecomen is van een oudt huus'

Omdat het middeleeuwse Medemblik eeuwenlang een belangrijke economische en strategische rol vervulde, ligt het voor de hand dat de aanwezigheid van een sterkte of, zo men wil, een kasteelachtig object gerechtvaardigd was. Het is slechts de vraag, waar zo'n bouwwerk stond. Misschien op de plaats waar nu het Medemblikker kasteel staat? Of misschien elders? Tot op heden, heeft op en om het kasteelterrein, geen archeologisch onderzoek plaatsgevonden, dat dit zou kunnen vaststellen.

Het was in het voorjaar/zomer van 1282 dat Floris V een belangrijke overwinning op de West-Friezen behaalde 12). Het is zeer waarschijnlijk dat hij toen al de opdracht gaf om het kasteel van Medemblik te laten bouwen. Omdat de kastelenbouw de nodige tijd vergde, mogen we aannemen, tenminste als we de 'clerc' van de graaf, Melis Stoke mogen geloven, dat het kasteel pas in 1287 werd opgeleverd, na de beslissende slag na de St. Luciavloed in december van 128713).
Het is in dit verband opvallend dat Floris V reeds in mei 1283, krap een jaar na zijn eerste overwinning in 1282 vanuit Medemblik een oorkonde liet uitgaan14), waarvan het twijfelachtig is of dat hij dit document vanuit het kasteel liet uitvaardigen, om de eenvoudige reden dat de burcht zich mogelijk nog in het beginstadium van de bouw bevond. Het ligt daarom voor de hand dat de graaf misschien gebruik maakte van een reeds bestaand onderkomen. Ongetwijfeld een versterkt huis of misschien een klein kasteelachtig object.

De noordelijke aanbouw van het kasteel van Medemblik, afgebeeld op een tekening van Roeland Roghman uit 1647.
Uit een grafelijke rekening inzake de renovatie en bouwkundige aanpassingen van het Medemblikker slot, zijn veel opvallende zaken naar voren gekomen15). Dit document, met als opschrift 'Rekenyngen van Bengaert Sey van der tymmerage bij him gedaen anden slote tot Medebliec van zes jaren' (hierna kortweg Tymmerage genoemd), vangt aan in 1438 en stopt in 1446. In het laatste onderdeel dat extra werkzaamheden tussen 1444 en 1446 beschrijft, met name de herconstructie en uitbreiding van de de noordelijke aanbouw aan het kasteel ('nyeuw wairderup'/'nieuwe garderobe', fol. 43r,v). Voor dit doel wordt er melding gemaakt van de aanvoer van 4000 stenen uit Kampen. Dit duidt hoogst waarschijnlijk op bakstenen die vanuit Friesland zijn aangevoerd. Daarnaast maakt men melding dat er stenen zijn getransporteerd vanaf de restanten van een stenen huis uit het verleden, zonder dat daar extra transportkosten voor gemaakt werden. Uit dit laatste valt af te leiden dat dit een meevaller moest zijn geweest voor de kastelein omdat deze stenen kennelijk niet ver van het kasteel en haven waren opgeslagen16):

"Sijmen Harmans soen, vanden voirscreven iiijM steens uut der haven opten huse te dragen, te scrijven ..... xvi groten.

Ite, alle steen, uutgesondert die voirscreven iiijM, die andere voirscreven werck verwracht is, ende beloypt veel dusenden als in voirtijden gecomen is van een oudt huus dair om dairoff hier ........Niet. "
(Tymmerage, fol. 49v)

Passage uit de grafelijke onderhoudsrekening 'Tymmerage', fol. 49v

Het is evident dat, als men in die tijd over een stenen 'huis' sprak, dat dit betrekking had op een stenen gebouw met een voorname functie. Het zou bijvoorbeeld een tolhuis geweest kunnen zijn of een versterkt huis met een andere primaire functie. Daarbij is een vergelijking met het 'huis' van Schoorldam misschien wel op zijn plaats. Mijn eerste gedachte gaat hierbij inderdaad naar uit. Het is zelfs voorstelbaar, alhoewel speculatief, dat dit versterkte gebouw als administratief centrum dienst deed alvorens men met de bouw van het kasteel begon. Dit zou goed passen in de uitgave van de oorkonde in 1283 door Floris V. Het mag duidelijk zijn dat het gebouw rond 1400 er in ieder geval niet meer stond. Nadat het kasteel in gereedheid kwam, verloor dit huis mogeljk geleidelijk aan zijn functie, zodat het nadien tussen 1300 en 1400 gesloopt kon worden.

Door het ontbreken van fysiek onderzoeksmateriaal is het lastig te bepalen hoe oud het 'oudt huus' moet zijn geweest. Een indicatie zou kunnen zijn als men zou weten wat het bouwmateriaal geweest is. Waren dit bakstenen (kloostermoppen) of tufstenen blokken? Van de vroegste baksteengebruik in de Lage Landen is het bekend, dat dit in de 13e eeuw van toepassing was, voornamelijk bij de bouw van kloosters en kastelen17). Het 'Tymmerage'-document is zeer nauwkeurig in de omschrijving met betrekking tot het gebruik van specifieke werkzaamheden en bouwmaterialen. Hierin wordt niet expliciet melding gemaakt van tuf- of duivensteen. Voor het metselwerk voor de 'nyeuw wairderup' werd wel veel kalk en zand aangevoerd. Het zou ook zomaar kunnen zijn dat men van het 'oudt huus', inderdaad tufsteen vond en deze te vermalen en het gruis (tras) als extra metselmateriaal aan te wenden. Daartegen valt een en ander in te brengen, zo zijn er geen maalwerkzaamheden in de rekening genoemd. Als er inderdaad duizenden tufstenen voor dit doel tot tras vermaald zouden zijn, had dit de nodige tijd en arbeidskosten met zich mee hebben gebracht. Gezien de niet aflatende nauwkeurigheid van de beschrijvingen in het document, zou dit duidelijk in de rekening naar voren zijn gekomen.

Misschien biedt de archeologie uitkomst als men in staat zou worden gesteld om de funderingen van de noordelijke aanbouw van het kasteel minitieus te onderzoeken. Het is ons bekend, dat het gebouw zelf met bakstenen is opgetrokken, doch van de samenstelling van de fundering is zo goed als niets bekend, mede wegens het ontbreken van een degelijke archeologische studie. Als men uitsluitend bakstenen vindt in deze fundering, zou men aan de hand van de afmetingen de leeftijd van de gebruikte stenen kunnen schatten. Bij aanwezigheid van tufsteen, zou dit op een hogere ouderdom dan de 13e eeuw kunnen duiden.

Voorlopig stapelen zich alleen maar vragen op, die niet, of wellicht nooit beantwoord zullen worden. Wie was de oorspronkelijk eigenaar van het 'oudt huus'? Wanneer werd het gebouwd of verbouwd? Wanneer precies werd het geslecht? Wat was de exacte locatie? Het is afwachten of er meer gegevens bekend worden om deze intrigerende vragen te kunnen beantwoorden.

Ben Dijkhuis, februari 2016

Geraadpleegde bronnen en literatuur:

  1. Lit. 33c, J.C. Besteman./ Lit. 194, S. Muller Fz., A.C. Bouman, Oorkonden Utrecht
  2. Voor meer informatie zie de website van Kees Nieuwenhuijsen Middeleeuwse bronnen
  3. Lit. 164, L.Ph.C. van den Bergh, Oorkonden Holland/Zeeland, I, p. 40, nr. 64
  4. Lit. 164, van den Bergh, Oorkonden HZ, I, p. 39, nr. 63
  5. Van der Bergh meldt in dit verband in zijn 'Handboek der Middel-Nederlandse Geographie', dat Ansfried uit zijn bezittingen van Medemblik, de inkomsten afdroeg aan de abdij van Thorn. In 1118 schonk de Utrechtse bisschop Godebald de kerk te Medemblec in West-Friesland, die tot de bischoppelijke kamer behoorde aan de broeders (kanunniken?) van St. Maarten. (Lit. 143 van den Bergh).
  6. Lit. 191, H. Enno van Gelder.
  7. Lit. 164a, van den Bergh, Oorkonden HZ, II, p. 383 nr. 832 (met dank aan Bernd Ooijevaar voor deze informatie).
  8. Lit. 164a, van den Bergh, Oorkonden HZ, II, p. 388 nr. 845.
  9. Lit. 12, R.P. de Graaf.
  10. Westfries Archief Hoorn: Inventaris 0715-01 Oud Archief Stad Medemblik (OAM), bergnr. 1221, regestnr. 4.
  11. Westfries Archief Hoorn: Inventaris 0715-01 OAM, bergnr. 1222, regestnr. 7./ Nationaal Archief; Graven van Holland; archiefinventaris 3.01.06 Groot en klein register Amstelland, Waterland en Gooiland; inventarisnr. 316 en 317/ Lit. 166, Mieris II p. 321
  12. Zie Lit. 77, J.G. Kruisheer, Oorkonden II, nr. 642: (zomer 1282). Floris V bericht koning Edward I van Engeland dat hij de Friezen in vier gevechten heeft verslagen en dat hij het lichaam van zijn vader heeft gevonden. /Lit. 164a, van den Bergh, Oorkonden HZ, II, nr. 472
  13. W.G. Brill; Rijmkroniek van Melis Stoke, Vierde boek, verzen 480-539
  14. Nationaal Archief, Den Haag, Graven van Holland, toegangsnummer 3.01.01; inventarisnummer 218; f. 52bis, nr. 325bis. / Lit. 164a, van den Bergh, Oorkonden HZ, II, p. 211 nr. 477.
  15. Nationaal Archief, Den Haag, Graven van Holland, toegangsnr. 3.01.27.02; inventarisnummer 5002.
  16. (Lit. 192, B.G. Dijkhuis)
  17. (Lit. 193, G. van Tussenbroek)

[Naar boven]         [Volgende] [Home]
Naar het Huis te Medemblik in de 13e eeuw →

(Onderstaande link breekt aktieve frames!)
[Huidige pagina]