Tymmerage tot Medembliec

Groot onderhoud 1438-1444

Door Ben Dijkhuis en Bernd Ooijevaar, april 2009.
(Laatste update, 7 juli 2017)


Inleiding

In april 2008, tijdens een bezoek aan het Nationaal Archief, trof mede-auteur Bernd Ooijevaar een manuscript aan met het opschrift Rekenyngen van bengaert sey van der Tymmerage bij him gedaen anden slote tot medebliec van zes Jaren (eigenlijk acht jaar). Dit documemt, hierna 'Tymmerage' genoemd, bevindt zich in de Grafelijkheidsrekenkamer van het NA (inv. nr. 5002) en geeft een onderhoudsverslag van het kasteel van Medemblik, ten tijde van de kastelein, tevens dijkgraaf Banjaert Scey Jansz., gedurende de periode 1438-1446. Het grafelijk bestuur van Holland viel in die tijd onder Filips de Goede van Bourgondië (13961467).
Het document is een mooie vondst en blijkt ons veel informatie te verschaffen over indeling en de functionele locaties van het kasteel, de naamgeving van de slottorens, de kamers, de bijgebouwen, en directe omgeving. Naar aanleiding hiervan is in eerste instantie dit artikel geschreven en was aanvankelijk bedoeld als een aanloop voor meer onderzoek en publicatie.

De beschrijvingen op deze pagina zijn louter gebaseerd op een beperkte registratie en een ruwe transcriptie van 57 foto's die Bernd Ooijevaar in 2008 maakte.
In 2013 is het gehele document in opdracht van Ben Dijkhuis door het Nationaal Archief gescand, hetgeen scans opleverde van 102 folio. Daarnaast is het gehele document volledig door hem getranscribeerd. Ondersteundende gegevens zijn ontleend vanuit een inventarismanuscript uit 1554. Zie daarvoor de webpagina op deze site: Inventarys ten huyse ende slote van Medenblick.

Ondertussen zijn de volgende publicaties beschikbaar:

Samenvatting

Na bestudering is aantal belangwekkende ontdekkingen gedaan, waarbij eveneens een aantal conclusies is te trekken:

Een artist's impression door Marius Bruyn van het 15e eeuwse kasteel, mede geïnspireerd op 'Tymmerage'.

Overzicht

Op basis van de verkregen gegevens uit het manuscript, is de onderstaande plattegrond samengesteld, waarbij de namen van de diverse bouwonderdelen van het kasteel zijn aangegeven.
  1. Grote Bottelarijtoren
  2. Kleine Bottelarijtoren
  3. Molkentoren
  4. Nieuwe Poorthuis
  5. Monnikentoren, Monckentoren
  6. Oude Poorthuis
  7. Gevangenistoren, Gevangentoren
  8. Vooralsnog naamloos
  9. Zaal of Grote Zaal
  10. Grote Kamer
  11. Blauwe Kamer
  12. Kledingopslag/magazijn, garderobe
  13. Nieuw altaar
  14. Bakkerij (Bakhuis)
Een schematische reconstructie van de plattegrond van het kasteel in Medemblik ten tijde van het groot onderhoud van 1438-1444. Dit is een interpretatie van de auteurs aan de hand van het manuscript. De plaats van de trap en ingang van het gebouw, tussen nr. 10 en 9, is gebaseerd op 17e en 18e eeuwse afbeeldingen. De Grote Zaal nr. 9 verwijst evenwel naar de huidige 'Ridderzaal' van het kasteel. Nr. 11 (Blauwe Kamer) is een uitbouw van de 14e eeuw. Het met blauw aangegeven gedeelte is de uitbouw (kledingopslag), zoals deze in het manuscript is genoemd.
(Afbeelding: Ben Dijkhuis)

De onderstaande afbeeldingen zijn 16e, 17e en 18e eeuwse tekeningen en gravures. Met het aangeven van de hierboven genoemde gebouwonderdelen, krijgen we hiervan een ruimtelijk idee. De afbeeldingen van links naar rechts geven standpunten weer vanuit de volgende richtingen (ruwweg): zuid, oost, noord-oost (bovenste drie), noord, noord-west (onderste twee).

Boven van links naar rechts: Roghman 1647, Rademaker's fantasietekening uit 1725, naar de situatie in 1640, Stedenatlas van Blaeu (1649).
Beneden links: Roghman 1647, rechts: Anoniem, ca. 1588.

Dan kunnen nog de volgende onderdelen aan het bovenstaande worden toegevoegd:

  1. Bottelarij. Deze was gelegen onder de gehele Grote Zaal, nr. 9
  2. De Kleine Bottelarij bevond zich mogelijk (?) onder de Grote Kamer, nr. 10
  3. Keuken. De Nieuwe Keuken en Kleine Keuken bevonden zich resp. in de (noord-)westhoek van de (Grote) Zaal. Omdat in het kasteel verder geen keuken bezat, is het niet ondenkbaar, dat de Nieuwe Keuken en Kleine Keuken mogelijk dezelfde ruimte was. Het is niet bekend waar de oorspronkelijk keuken lag.
  4. De Korenzolder, was op de eerste verdieping van het Nieuwe Poorthuis, nr. 4
  5. Het Kleine Hemelrijk was de zolder van de Grote Kamer, nr. 10. Hieruit kan logischerwijs worden verondersteld dat het Grote Hemelrijk de zolder van de Zaal, nr. 9 was.
  6. De Secretaire of Comptoir, de schrijf- of klerkkamer, bevond zich boven de Grote Kamer, mogelijk in de zuid-oostelijke hoek (?)

De poorthuizen of poorttorens

De binnnenmuur van het Oude Poorthuis met de bogen
De binnnenmuur en het gewelf van het Oude Poorthuis is twee vierkante roeden vergaan, zodat de kastelein de trap naar het Oude Poorthuis, die daar gelegen was, opnieuw heeft doen maken. Tevens heeft men een luifel (Leuffe) gemaakt zodat het water van het dak van de Oude Poort niet meer op het gewelf valt.

De luifel van het Nieuwe Poorthuis
Omdat het gewelf van het Nieuwe Poorthuis (alwaar men in en uit gaat) door het hemelwater (dakdrup, in het document meermaals Oesijdrop genaamd) vergaan was heeft de kastelein een nieuwe luifel van riet laten maken. Dit uit voorzorg dat de bogen tussen het huis en de Molkentoren niet zullen vergaan.

Vierkante zijtorens

De zuidelijke kleine vierkante toren, is de huidige (!) 'gevangenistoren', blijft in 'Tymmerage' vooralsnog naamloos. De westelijke vierkante toren, is identificeerbaar als de Kleine Bottelarijtoren.
De Kleine Bottelarijtoren (nr. 2) was gelegen aan de kleine Keuken, dat op zich weer een onderdeel was van een keuken van grotere omvang. Deze toren stond tussen de Molkentoren (nr. 3) en de Grote Bottelarij aan het einde van de Zaal, nr. 9. Deze toren is reeds lange tijd van boven open geweest waardoor de 'vault' (gewelf) uiteindelijk vergaan was. De kastelein heeft de toren laten spannen met een kruis en voorzien van eikenhout en wagenschot en vervolgens gedekt met leien. Rondom heeft hij alles goed en meesterlijk doen dichtstoppen, ook waar de toren aan het huis grenst. De zuidelijke vierkante toren (de huidige gevangenistoren) wordt verder niet in Tymmerage benoemd.

De hoektorens

Naast de twee kleine zijtorens en de poorthuizen, het Oude en Nieuwe Poorthuis, bezat het kasteel nog vier flinke ronde hoektorens. Deze vier zijn bij naam identificeerbaar: Gevangentoren (zuid-oost), Grote Bottelarijtoren (zuid-west), Molkentoren (noord-west) en Monckentoren (noord-oost).

De Molkentoren
Vertrekken met de naam Molken (bijv. Molkenhuis), is geen onbekend fenomeen binnen kasteel- en kloosterterreinen. Bij reparaties aan de Middelburg in 1349 wordt bijvoorbeeld melding gemaakt van het molkenhuis, het kasteel van Woerden had zelfs, evenals Medemblik, een Molkentoren. Zie: Hollandse Kastelenteam.
Ook bij veel oude kloosters vinden we vermeldingen van een bijbehorend Molkenhuis. Wat was een Molkenhuis?
A. Wassenbergh geeft ons een heldere verklaring in zijn artikel over het klooster Thabor bij Sneek, dat eveneens een Molkenhuis had:

"de melkkelder, alwaar de versche melk voor het karnen bewaard wordt" (Lit. 123, A. Wassenbergh).

Molken is dus afgeleid van 'melk'. In het melkhuis werd de melk verzuurd in zgn. melktorens, die soms gedeeltelijk verzonken en/of ingemetseld waren in de vloer. In de kelder van de Molkentoren zal dus een opslagplaats zijn geweest voor melk. Gezien het feit dat we een Molkenhuis bijzonder vaak in combinatie vinden met een klooster is voor wat betreft het kasteel van Medemblik een zekere relatie met de, hierna genoemde, Monnikentoren niet uitgesloten.

Zie ook: (noot 1)

De Monckentoren (Monnikentoren)
Nr. 5. Deze was gesitueerd aan de muur, die in de richting van de Nieuwe Poort liep. Aan de binnenzijde van die muur, stond het Bakhuis (bakkerij). De Monckentoren was in ieder geval reeds in 1418 niet meer voorzien van een dak, waardoor de 'vault' (gewelf, vergelijk het Engelse woord 'vault') was vergaan. Tevens was het aangrenzende slot hierdoor aangetast. Opvallend is de opmerking dat de Monnikentoren, ondanks zijn geringere hoogte de 'sterkste' toren van het slot was. De kastelein heeft de toren doen verwelven met een stenen gewelf en een nieuwe trap laten maken, zodat men, d.m.v een kleine ladder van buiten op de toren kon klimmen:

"En boven al die inkante doen vollen met aarde, turf en puin en boven af dragende doen beleggen met steen, begoten met mortel, en een goot gemaakt die het water in de gracht brengt"

De Gevangentoren (Gevangenistoren)
De term 'Gevangen' of 'Vangen toren', betekent gevangenistoren. Er zijn ook andere voorbeelden van deze terminologie in Nederland te vinden, in Harderwijk bijvoorbeeld staat ook een Vanghtoren, een poorthuis, dat ooit als gevangenis diende (Lit. 155, K. Chr. Uittien). Evenals de 'Gevangentoren' van Vlissingen (16e eeuw), Wageningen, Rhenen of Megen (14e eeuw).
Aanvankelijk hebben de auteurs zich laten (mis)leiden door het feit, dat in de huidige situatie de zuidelijke vierkante toren met gevangenistoren aangeduid kan worden, vanwege de aanwezigheid van een klein cachot. Er zijn duidelijk aanwijzingen dat de laatste echter van een veel latere datum is. Uit het manuscript valt af te leiden, dat in de 14e eeuw de Gevangen Toren de hoge zuid-oostelijke hoektoren was, zoals in het onderstaande blijkt:

De Watpoort (Waterpoort) en de brug:
Omdat er oorspronkelijk bij het huis geen poort was, waarmee de kastelein het kasteel onbezorgd kon betreden, heeft hij onderin de boog, die zich onder de trap van de Gevangentoren bevindt, een sterke poort met een valbrug laten maken. Daar is tevens een trap aangelegd die vier-en-een-halve voet neerwaarts gaat. Het verhaal is verder niet helemaal duidelijk, maar hij heeft het geheel laten afsluiten met een goede deur en sloten. Verder was er een loopplank die over de gracht loopt.

We leren namelijk uit deze beschrijving, dat er muur was, voorzien van bogen, die in de richting van de Gevangentoren liep. Boven één van deze bogen bevond zich een trap naar de Gevangentoren toe.De Gevangentoren kan derhalve, dus onmogelijk de zuidelijke vierkante zijtoren zijn geweest, waar zich nu in het heden, de gevangenis bevindt. Opmetingen uit 1938 door Monumentenzorg laten namelijk zien, dat deze vierkante toren in de 14e eeuw reeds door gebouwen was ingesloten. Namelijk door de kamers, die als de Grote en Blauwe Kamer zijn geïdentificeerd, zodat er geen weermuur (meer) aan kon grenzen. Omdat van de andere torens de naam ondertussen bekend is, kan het niet anders, dan dat de Gevangentoren de hoge zuid-oostelijke hoektoren moet zijn geweest.

Dan rijst nog slechts de vraag, welke muur naar de Gevangentoren precies werd bedoeld. Was het de zuidmuur tussen het woonvleugel en de Gevangentoren, of was het de oostelijke muur, tussen het Oude Poorthuis en Gevangentoren? Een redelijk gedetailleerde tekening van Roghman uit 1616, geeft wellicht een uitsluitsel. Het ligt voor de hand, dat als een trap naar de Gevangentoren leidt, er eveneens aan het einde van die trap een ingang van toren moet zijn geweest. We herkennen op Roghmans tekening, mogelijkerwijs een ingang aan de westkant van Gevangentoren en niet aan de zuidkant ervan. Als we dus even aannemen, dat deze toreningang reeds in de 14e eeuw bestond, is het veronderstelbaar, dat de muur met bogen, waarin de Waterpoort werd gemaakt, de zuidelijke weermuur was. Overigens zijn er ook prenten bekend, waarin een kleine poortje in de oostelijke weermuur is gesitueerd, in combinatie met een loopbrug vanaf het 'Oude Poorthuis' (noot2). In dat laatste geval zou de ingang van de toren wellicht via een houten trap en steiger aan de oostmuur bereikbaar zijn geweest.

Een detail uit een krijttekening van Roghman (1647). Zie daarop de westelijke ingang in de Gevangentoren.Uitsneden van een tekening van Abraham Rademaker uit 1725, naar de situatie van 1640. Hierin is een kleine poort in de oostelijke weermuur getekend. Deze prent is een 'nette kopie' van een oudere tekening van Andries Schoemaker.

De huidige funderingscontouren

Rond het kasteelterrein zijn door middel van bestrating, de contouren aangegeven, waarmee men de oorspronkelijke omvang van het kasteel wilde aangeven. Deze reconstructie blijkt echter niet correct. Ten eerste lag de noordelijke muur van het kasteel meer noordwaarts, en ten tweede blijkt de in 1934 opgemetselde noordwestelijke toren (Molkentoren), qua omvang veel groter was, dan de tegenwoordige reconstructie uit de 60-er jaren (zie onderstaande oude luchtfoto). Het laatste ondersteunt het feit, dat hier sprake was van een flinke robuste toren. Dit is in overeenstemming met de tekening uit 1588 waarop de toren prominent staat weergegeven.
In 2007 werd de beschoeiing van de kasteelgracht vernieuwd, waarvoor men het waterniveau van de kasteelgracht heeft laten zakken. Tijdens deze werkzaamheden kwam de oorspronkelijke noordelijke fundering bloot te liggen. Van de noordelijke muur, was slechts een deel van de muurfundering bewaard. De torenfundering werd bijzonder goed zichtbaar, zodat de omvang goed waarneembaar was. De onderstaande foto's geven een aardige indruk. Opmetingen van Archeologie West-Friesland heeft uitgewezen dat buitenste diameter van deze fundering 10,90 meter (ca. 3 roeden) bedraagt. Opmeting van de diagonaal gepositioneerde, zuidoostelijke hoektoren (gevangenistoren) aan de hand van een oude kadasterkaart (1811-1832) resulteert in iets onnauwkeuriger, doch in dezelfde orde van grootte, gemiddelde diameter van 11,1±0,4 meter. Dit bewijst dat beide torens een vergelijkbaar formaat bezaten. Een tekening die rond 1588 is gedateerd, waarop het kasteel in volle glorie staat afgebeeld, ondersteunt de bevinding dat het hier feitelijk gaat om twee volledig gelijkwaardige hoektorens.

Fragment van de belegeringskaar uit ca. 1588. Waarschijnlijk de enige bewaarde afbeelding, waarop het kasteel van Medemblik in volle omvang is te zien. Opvallend is de hoge toren met spits (molkentoren), de forse hoofdpoort (nieuwe poorthuis) en de lage weermuur aan de noordzijde van het kasteel.
(Amsterdam, Rijksmuseum, obj. nr.: RP-T-00-3602).

De blootgelegde fundering van de noordwestelijke toren, die goed zichtbaar werd na het zakken van het waterpeil van de gracht. De werkelijke omvang blijkt veel groter te zijn dan de opgemetselde versie. Hetgeen aantoont, dat dit een robuuste toren was.
(Ter beschikking gestelde foto: Carolien van Berge, Stichting Kasteel Radboud)

Een oude luchtfoto van kasteel Radboud. Opmerkelijke zijn de neogotische kenmerken zichtbaar, die het resultaat waren van de restauratie aan het einde van 19e eeuw. Let op de omvang van de opgemetselde fundering van de noord-westelijke toren Molkentoren. Deze is een stuk omvangrijker dan tegenwoordig!

Bijgebouwen

Het Bakhuis
Het Bakhuis, nr. 14 was gelegen aan de binnenzijde van de muur tussen de Monnikentoren, nr. 5 en de Nieuwe Poort, nr. 4. Het hemelwater van het Bakhuis had dusdanig op de aangrenzende muur gelekt dat deze was vergaan, waardoor de buitenzijde opnieuw werd opgemetseld en de bogen aan de binnenzijde werden opgevuld met aarde. In het Bakhuis werd een nieuwe deur en venster geplaatst.
In een later stadium bleek dat de aanpassingen het probleem niet oplosten, waarna men besloot het Bakhuis in zijn geheel af te breken.

Het document maakt melding van 'bogen' die opgevuld worden. Deze bogen van de weermuur, die heden ten dage niet meer bij het kasteel van Medemblik te zien, zijn nog wel aanwezig in het Muiderslot, zoals uit deze ingekleurde zwart-wit foto van 1904 blijkt. Het Muiderslot en het kasteel van Medemblik hebben veel stijltechnische overeenkomsten.
(Prentbriefkaart uit 1904, Leipzig: uitsnede)

De nieuwe Warde Reube
De Warde Reube, nr. 12, was de garderobe (denk aan het Engelse woord: wardrobe) of kledingopslag. Dit was een nieuwe uitbouw van de Grote Kamer, nr. 11. De voormalige kastelein, Willem de Bastaard van Beieren, begon met de bouw van een kleine 'Warde Reube'. Dit was een uitbouwtje van de Grote Kamer, nr. 10 in de vorm van een vierkante muur met een klein geveltje. Het geveltje was echter ingestort en de nieuwe kastelein deed dat weer opmetselen en 'beschieten met wagenschot'. Vervolgens liet hij er een kleine schoorsteen in maken en met houten planken vloeren. Het geheel deed hij bedekken met een leien dak. Niet geheel duidelijk spreekt men nog van een 'valdeur', een nieuw te plaatsen 'nierdeur' beneden en het geheel te doen beschieten en uiteindelijk te voorzien van glasvensters.

Bauhuis
Het Bauhuis (boerderij) was gelegen vóór in het Bolwerk, uitgezonderd twee zijmuren en een gevel. De kastelein heeft het aan de gevel doen opmetselen en heeft de zijgevels met ongeveer acht voeten laten verlengen. Daarbinnen is vervolgens een paarden-, schapen- en varkensstal gerealiseerd. Het geheel werd met een rieten dak gedekt.

Inzake het Bolwerk en de poortgebouwen

Uit het document valt niet op te maken waar het bolwerk was gepositioneerd. De meest aannemelijke veronderstelling, is dat deze noordelijk, doch buiten de kasteelmuren was gesitueerd. Een bolwerk was in de middeleeuwen doorgaans een extra verschansing, in de vorm van een aarden wal, om weerstand te bieden tegen zware vuurwapens. Het is niet uitgesloten, alhoewel speculatief, dat hier sprake is van een voorburcht, alwaar ruimte genoeg is voor boerderijactiviteiten. Daarbij is het verleidelijk om een vergelijking te maken met de stenen voorburchten van de kastelen Huis te Nuwendoorn en de Nieuwburg. Uit een onderhoudsrekening van de Nuwendoorn uit 1345 valt op te maken, dat nabij het kasteel, boerderijactiviteiten plaatsvonden.
Als er een stenen voorburcht geweest zou zijn, kan deze tijdens de overval van Grote Pier in 1517 volledig kunnen zijn vernietigd. Het grootste deel van het gebied ten noorden van het kasteel is uiteindelijk vergraven bij de aanleg van de Nieuwe Haven (tegenwoordig: Oosterhaven). Deze aktiviteiten kunnen een belangrijke storing van de bodem hebben veroorzaakt, zodat er geen restantsporen van een eventuele bebouwing zijn teruggevonden.

Aan de positie van het bolwerk en de poortgebouwen, is reeds aandacht besteed in het artikel An den slote tot Medebliec.. Het is bijzonder aannemelijk, dat de plaats van een eventuele voorburcht en de hoofdtoegangspoort (vergelijk het Nieuwe en Oude Poorthuis) is veranderd na en tengevolge van de waternoodsmap 1334/1335 (St. Clemensvloed).

Een fragment van de kaart van Medemblik van Jacob van Deventer uit ca. 1560. De Nieuwe Haven (de huidige Oosterhaven) is nog niet aangelegd en ten noorden van het kasteel bevindt zich een eiland, dat via een brug met het kasteel in verbinding staat. Het is bijzonder aannemelijk, dat dit de plaats van het 'Bolwerk' of voorburcht was.

Overige

De Nieuwe keuken
Binnen de houten wanden van de Nieuwe Keuken, werden een spinde en een klein kamertje, dat later was ingericht als washuisje, afgetimmerd.

De trap in de Grote Kamer
Omdat er geen trap was, heeft de kastelein een wenteltrap laten plaatsen in de Grote Kamer, nr. 10 om het Hemelrijk te kunnen bereiken.

De huidige behuizing van de wenteltrap, die ten behoeve van de bereikbaarheid vanuit de Grote Kamer naar het Hemelrijk werd gemaakt.

Het Nieuwe AltaarVoordat de Nieuwe Keuken in de Zaal, nr.9 werd gemaakt, had het huis nog een andere keuken. Waar deze oude keuken zich bevond is niet bekend. Wel is het zo, dat het altaar zich in de Zaal bevond en bij de bouw van de Nieuwe Keuken verwijderd moest worden. Daarom heeft de kastelein, een het Nieuwe altaar, nr. 13 in de muur tussen de Grote Kamer, nr. 10 en Blauwe Kamer, nr.11 doen uithouwen.

De functie van het alkoof, met deze ingebouwde vitrinekast bij de huidige ingang van het kasteel, is tijdlang een raadsel geweest. Nu blijkt de functie duidelijk. Het is het overgebleven restant van het nieuwe Altaar, dat in de muur tussen de Grote en Blauwe Kamer was uitgehouwen.
Het Nieuwe Altaar in context. Deze afbeelding is van een prentbriefkaart uit ca. 1970(?). Het voormalige altaar bevindt zich, rechts op de foto, achter de houten luiken aan de muur. Verder bevinden zich opvallende voorwerpen voor de haard, waaronder een anker en kanonskogel.
(Anonieme foto). Klik hier voor een grotere afbeelding.

Glasvensters
Daar het glas in de Grote Kamer, nr. 10, Grote en Kleine Bottelarij, het Hemelrijk en de Nieuwe Poort, nr. 4 vergaan was, heeft de kastelein, waar nodig de vensters laten vervangen.

Leien daken
Omdat het dak van de Grote Kamer, nr. 10 rond de schoorsteen van het Klein Hemelrijk ongeveer één vierkante roed vervallen was en ook alle torendaken zeer lek waren, heeft de kastelein dit doen repareren.

Lijst van objecten

Hier volgt de lijst van objecten, zoals deze zijn vermeld in het document.

Object Omschrijving in het manuscript Nr. geregistreerde paginas*)
(Nieuwe) Altaar

Bakkerij
Beschoeiing van de gracht
Bestrating
Blauwe Kamer
Boerderij
Bolwerk
(Grote) Bottelarij
(Kleine) Bottelarij
Bottelarijbrug
Bottelarijkelder
(Grote) Bottelarijtoren
(Kleine) Bottelarijtoren

(Nieuwe) (Kleine) Garderobe
Gevangenis
Gevangenistoren
Gracht

Hemelrijk (zolder)
(Klein) Hemelrijk
Hooiberg

(Grote) Kamer
(Klein) Kamertje
Kamer boven het Oude Poorthuis
(Nieuwe) Keuken
Kippenhok, Hoenderhuis
Koeienstal

'Maagdenkamer'
Molkentoren
Monnikentoren

Ossenstal

Paardenstal
Poort
(Nieuwe) Poorthuis met de korenzolder
(Oude) Poorthuis
Portiershuisje
Put
Put in het Bolwerk

Secretarie/Comptoire
Singel
Slaapkamer
Spinkamer

Valbrug
Varkenskot
Veulenhok
Voorpoort

Waterpoort met de brug
Wapenbord
Washuisje

Zaal
die Nyen Outair

dat Bachuys
Scoyssel
die Steen Straten
die Blaue Kamer
dat Bauhuys
int Bolwerck
die Grote Bottelrie
de Bottelrie, Grote en Cleyne
die Bottelrie Bruge/die Valduer inde Bottelrie
den Bottelrie Kelre
die Bottelrie Torre
die Cleyn Bottelrie Torre

die Nye (Cleyne) Wairde Reube
den Stock
den Gevange Torre/de Vangen Torren
der Graft

opt Hemelrike
tcleyn Hemelryk
dien Berch

de Grote Kamer
een Cleyn Camerke
die Kamer boven dat Oude Poorthuys
Kueken/Nye Coken
Hoenre Huys
dat Coestal

inder Maechde Camer
die Molken Torre
den Monck Torre, Moncken torre

die Osse Stal

dat Pairtstal
de Poorte
dat Nye Poorthuys/de Corne Zolre
dat oude Poorthuys
dat Poortier Huysgen
de Put
die Put int Bolwerck

de Scrijfkamer-Contoir
de Singel
inde Slaepcamer
een Spinde

de Val Brugge/de Bruge vant Slot
Verckens Cot
dat Volen Hock/tVool Hock
den Voor Poort

die Wat Poorte met brugge
dat Bort van Mynen Genadige Here Wapen
dat Wasch Huysgen

dier Sale
blz. 32,39,40,41,42,

blz. 4,20,22,24,33,49,50,51,54,
blz. 5,
blz. 31,
blz. 32,
blz. 9,15,17,20,22,30,32,36,42,50,51,
blz. 9,15,25,31,32,39,42,
blz. 7,8,33?,43,55,
blz. 8,29,
blz. 30,39,
blz. 33,36,41,
blz. 29,38,39,42,
blz.7,9

blz. 6,15,16,23,27,
blz. 11,48,
blz. 8,9,15,
blz. 19,

blz. 8,10,
blz. 9,
blz. 36,38,48,49,51,52,54,55,

blz. 8,9,10,16,23,27,31,32?,33,40,54,
blz. 48,49,52,55,
blz. 26,41,
blz. 22,32,33,34,41,48,49,50,52,53,54,55,
blz. 17,18,55,
blz. 9,19,

blz. 54,
blz. 7,8,9
blz. 4,5,9,19,22,24,26,

blz. 32,36,38,43,

blz. 9,32,42,43,
blz. 15,42,
blz. 4,7,8,20,21,48,
blz. 7,33,41,53,
blz. 21,24,25,26,
blz. 21,37,38,42,55,
blz. 31,36,42,

blz. 30,31,37,40,41,42,
blz. 15,
blz. 55,
blz. 48,49,54,55,

blz. 15,30,33,36,39,40,
blz. 17,18,24,
blz. 32,43,
blz. 15,

blz. 8,15,16,17,
blz. 32,41,
blz. 50,53,55,

blz. 7,9,22,23,26,31,32,42,48,49,50,52,54,55,
*)Deze paginanummers hebben betrekking op de transcripties van 57 gefotografeerde pagina's door Bernd Ooijevaar, waarbij de lege pagina's waren overgeslagen. Pagina 1 is het voorblad, pagina 2 is het vervolg van het manuscript enz.

Ben Dijkhuis, Bernd Ooijevaar, 1e publicatie 16 april 2009
©2009-2017


Voetnoten:
  1. In dit verband is het de moeite waard om een passage te melden uit Oorspronck, voortganck en daeden der doorluchtiger heeren van Brederode van Paulus Voet (1556) (Lit. 122, P.Voet). Deze passage maakt melding van een Molcken-huys als sterkte in Stavoren (waarvan het aannemelijk is, dat dit het 16e eeuwse blokhuis was, dat in 1522 in opdracht door Karel V werd gebouwd en in 1581 werd ontmanteld. (Lit. 121, A.Ufkes)).

    Fragment uit Paulus Voets 'Oorsproncck, voortganck en daeden der doorluchtiger heeren van Brederode.

  2. Het betreft met name 18e eeuwse prenten naar een situatie van de eerste helft van de 17e eeuw, die mogelijk kopieëen van een ouder origineel zijn. De oudste versie is van Andries Schoemaker (1660-1735), die mogelijk het oude origineel heeft gezien. Anderzijds kan het een gefantaseerde voorstelling zijn. Bekende tekenaars hebben dit plaatje overgenomen en gepimpt: Jacobus Stellingwerf (1667-1727), Abraham Rademaker (1667/77-1735) en Abraham de Haen (1707-1748).

Geraadpleegde bronnen en literatuur:
Grafelijkheidsrekenkamer van Holland, rekeningen, toegangsnr. 3.01.27.02; inventarisnummer 5002
(Lit. 114, Nationaal Archief)
(Lit. 121, A.Ufkes))
(Lit. 122, P.Voet)
(Lit. 123, A. Wassenbergh)
(Lit. 155, K. Chr. Uittien)

[Naar boven][Home]
(Onderstaande link breekt aktieve frames!)
[Huidige pagina]