Kasteel de Middelburg in de 14e eeuw.

Feiten uit grafelijke rekeningen.

Slotvoogden.


De kasteleins (en bewoners) van de Middelburg:


Reconstructie van de Middelburg.
Reconstructie van de Middelburg.
(Tekening: Jantine Leeflang, 2000)
Uit de geschiedenis van de Middelburg zijn maar enkele los van elkaar staande feiten bekend. Hierdoor ontstaat niet een echt verhaal over de geschiedenis van het kasteel. In veel feiten worden de kasteleins of slotvoogden genoemd. Deze personen hadden ook meestal andere hoge publieke functies, zoals baljuw.

Veel zaken die in de geschriften zijn gevonden hebben betrekking op de onderhoud, reparatie of bouwprojecten van het kasteel.

Omdat er veel grafelijke rekeningen zijn gevonden, is er veel bekend over de onderhoud van de kastelen Middelburg en Nieuwburg. Veel kleine 'aannemertjes' waren voor de kastelen van de graaf in de weer. Bijvoorbeeld meester Ghenekijn, een leidekker, reist acht dagen lang de kastelen af om reparaties aan de daken uit te voeren van: de Aelsbrechtsberg (Bloemendaal), de Nuwendoorn, de Nieuwburg en de Middelburg. Ghenekijn had ook helpers in dienst en moest voor het uitvoeren van de werkzaamheden zelfs een schip huren om zijn personeel te vervoeren. Toen hij klaar was met de grafelijke opdracht kreeg hij het bedrag van 13 schellingen en 4 denaries.
Hieronder een opsomming van enkele feiten en feitjes. Zo valt uit grafelijke rekeningen uit 1344 op te maken dat:

In 1349/1350 kreeg Dirk de Smit de opdracht om 2 ijzeren banden te maken aan kisten. Ook bleek de noodzaak van loden pijpen, ijzer en "2 wintijser in den kelnaer".

Andere uitgaven voor timmerwerkzaamheden:

Meer timmermanswerk door meester Enghebrecht:

...an die zale ende an die camer uit te steken ende te sciltramen ende die uterste breghe te versteken ende een nuwe kiste te maken op die zale...".

Gedurende 12 dagen werkte Enghebrecht

"an dat voorburch te hoghen ende an die gaten te houwen daer men die sciltraminghe in stac". Hiervoor werd een loon van 2 schellingen per dag uitbetaald. Ook werd de brouwketel door hem gerepareerd. Kosten 9 schellingen.

Timmerlieden aan het werk. Fragment uit een miniatuur uit: Chroniques et Conquesters de Charlemagne (David Aubert), boekdeel III
(Brussel, Koninklijke Bibliotheek, hs. 9068, fol. 203)
Leidekker aan het werk. Uitsnede uit een 15e eeuwse afbeelding.
(Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, hs 2533, fol.12
)

Het jaar daarop (1351/52) moest er weer timmermanswerk worden uitgevoerd: twee timmerlieden waren 14 dagen werkzaam tegen een arbeidsloon van 2 schellingen per dag. In 1354/55 en de jaren daaropvolgend werden stenen en glas aangevoerd om diverse reparaties te doen.

In 1359/60 werd door een timmerman tegen een karig salaris van slechts 1,5 scilden i.p.v. 2, werkzaamheden verricht aan het kasteel:

Ook veel andere zaken zijn in de grafelijke rekeningen vermeld:

Rond 1350/51 was Floris van Alkemade slotvoogd. Deze had 15 gewapende mannen in het slot. Het is beschreven dat deze mannen 149 dagen in dienst waren en daarvoor het salaris van 16 denariën per dag ontvingen.

Voor een vergoeding van 6 pond en 12 schellingen werd Coen Willem Cuserszoon vier dagen lang belast met de bewaring van het huis te Middelburg (1363/1364).

In 1358 zien we een vermelding in een akte dat Albrecht van Beieren zich ongerust maakte over de toestand van het geschut op de Nieuwburg en Middelburg. Ook het andere materiaal bleek niet orde. Maar er waren ook zaken op beide kastelen die niet door de beugel konden. Er werd door de ambachtslieden gehandeld in huisvesting aan buitenstaanders:

"..sonderlinge als onse ambachtsluden dien op dien voors huijsen te wonen plegen, verandert of verwandelt worden..".

Om een einde aan deze praktijken te maken, benoemde Albrecht in hetzelfde jaar, een nieuwe schutmeester: Jan van Leijden Hugenz., deze kreeg daarvoor een salaris van 1 pond en kleding om zijn functie te kunnen uitoefenen

Van een zekere, in ongenade gevallen, slotbewaarder, Rembrand Gerbrandz van der Coulster, werden de goederen verbeurd verklaard, die hij bovendien achtergelaten moesten worden op de Middelburg. De graaf eigende zich ene helft toe en de andere helft ging naar Dirk van Poelgeest (1390).


Geraadpleegde bronnen en literatuur:
(Lit. 5, J.W. Groesbeek)
(Lit. 7c, H. Janse)

[Naar boven]         [Vorige][Kaart][Volgende] [Home]
(Onderstaande link breekt aktieve frames!)
[Huidige pagina]