Middeleeuwse dwangburchten van West-Friesland en Alkmaar
[Home][Kaart][Introductie][English ][Burchten/kastelen chronologie][Overige objecten][Artikelen][Pre-Hollandse periode][Gegevens- en bronnen]

[Terug naar inhoud chronologie]      [Home]

Kasteel de Middelburg in de 14e eeuw

Feiten uit grafelijke rekeningen

← De Middelburg en Nieuwburg in de 13de eeuw
De Middelburg in de 15de eeuw →

De kasteleins (en bewoners) van de Middelburg:


Reconstructie van de Middelburg.
(Tekening: Jantine Leeflang, 2000)
Uit de geschiedenis van de Middelburg zijn maar enkele los van elkaar staande feiten bekend. Hierdoor ontstaat niet een echt verhaal over de geschiedenis van het kasteel. Veel informatie is afkomstig van rekeningen van de Hollandse grafelijkheid.
Het aantal veertiende en vijftiende eeuwse grafelijke rekeningen die in het Nationaal Archief in Den Haag liggen is enorm. Er is een groot aantal die betrekking heeft op het onderhoud van de kastelen Middelburg en Nieuwburg. Veel zaken die in de handgeschreven documenten zijn gevonden hebben betrekking op de reparaties of bouwprojecten van het kasteel. Hieruit valt nog veel te ontdekken. 1

Het graafschap Holland onder het Henegouwse huis (1299)
Niet alleen de namen van de ambachtslieden worden genoemd, maar ook die met een publiek ambt, zoals die van kastelein. Zo hadden de rentmeesters van Kennemerland en Vriesland hun residentie in de Middelburg. Het grafelijke bouwbedrijf had veel ambachtslieden in dienst, die zelfstandige beroepen hadden, te vergelijken met kleine 'aannemertjes'. Deze waren met hun specialisaties regelmatig voor de kastelen van de graaf in de weer.
Bijvoorbeeld meester Ghenekijn, een leidekker, die acht dagen lang de kastelen afreist om reparaties aan de daken uit te voeren van: de Aelsbrechtsberg (Bloemendaal), de Nuwendoorn, de Nieuwburg en de Middelburg. Ghenekijn had ook helpers in dienst en moest voor het uitvoeren van de werkzaamheden zelfs een schip huren om zijn personeel te vervoeren. (Deze rekeningposten zijn omschreven in het artikel de Nieuwburg in de 14de eeuw).2
Uit de grafelijke rekeningen van 1343, 1344 en 1345 (Lit. 90) valt op te maken dat op de burchten, diverse werkzaamheden werden uitgevoerd, zoals: Zie hier de betreffende rekeningen (in pdf): De rekeningen van Holland onder het Henegouwse huisí. Deel 2. Huizen en burchten van Kennemerland en West-Friesland (1343-1345)

Het graafschap Holland onder het Beierse huis (1345)

Met betrekking tot de hulpmiddelen en bouwmaterialen voor het onderhoud van de kastelen, dat wil zeggen de aanvoer, maar ook bakken van stenen, voor de kalkproductie, het branden van schelpen, bouw van kalkovens, aanvoer van water voor het blussen, het gieten van lood, etc. wordt beschreven door H. Jansen (Lit. 7c). Hij verwijst daarbij onder andere naar (Lit. 90). (Zie de link naar het bovengenoemde artikel).

Groesbeek geeft een opsomming van werkzaamheden en anders, die hij in rekeningen van latere datum vond en op de Middelburg betrekking hebben.

1349/50
Zo kreeg Dirk de Smit de opdracht om 2 ijzeren banden te maken aan kisten. Ook bleek de noodzaak van loden pijpen, ijzer en "2 wintijsers in den kelnaer". (windijzer = ijzeren constructie om glas-in-lood-ramen op hun plaats te houden; kelnaer=kelder).
Daarnaast wareb er andere uitgaven voor timmerwerkzaamheden:

1350/51
Meer 'timmeringhe' (werkzaamheden):
...an die zale ende an die camer uit te steken ende te sciltramen ende die uterste breghe te versteken ende een nuwe kiste te maken op die zale...". (sciltraam = houten contructie voor een verschansing)
Gedurende 12 dagen werkte Enghebrecht:
"an dat voorburch te hoghen ende an die gaten te houwen daer men die sciltraminghe in stac". Hiervoor werd een loon van 2 schellingen per dag uitbetaald. Ook werd de brouwketel door hem gerepareerd. Kosten 9 schellingen.

Timmerlieden aan het werk. Fragment uit een miniatuur uit: Chroniques et Conquesters de Charlemagne (David Aubert), boekdeel III
(Brussel, Koninklijke Bibliotheek, hs. 9068, fol. 203)
Leidekker aan het werk. Uitsnede uit een 15e eeuwse afbeelding.
(Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, hs 2533, fol.12
)

Rond 1350/51 was Floris van Alkemade slotvoogd. Deze had 15 gewapende mannen in het slot. Het is beschreven dat deze mannen 149 dagen in dienst waren en daarvoor het salaris van 16 denariën per dag ontvingen.

Het jaar daarop (1351/52) moest er weer timmermanswerk worden uitgevoerd: twee timmerlieden waren 14 dagen werkzaam tegen een arbeidsloon van 2 schellingen per dag.

In 1354/55 en de jaren daaropvolgend werden stenen en glas aangevoerd om diverse reparaties te doen.

In 1358 zien we een vermelding in een akte dat Albrecht van Beieren zich ongerust maakte over de toestand van het geschut op de Nieuwburg en Middelburg. Ook het andere materiaal bleek niet orde. Maar er waren ook zaken op beide kastelen die niet door de beugel konden. Er werd door de ambachtslieden gehandeld in huisvesting aan buitenstaanders:

"..sonderlinge als onse ambachtsluden dien op dien voors huijsen te wonen plegen, verandert of verwandelt worden..".

Om een einde aan deze praktijken te maken, benoemde Albrecht in hetzelfde jaar, een nieuwe schutmeester: Jan van Leijden Hugenz., deze kreeg daarvoor een salaris van 1 pond en kleding om zijn functie te kunnen uitoefenen

In 1359/60 werd door een timmerman tegen een karig salaris van slechts 1½ schilden i.p.v. 2, werkzaamheden verricht aan het kasteel:

(1363/64) Voor een vergoeding van 6 pond en 12 schellingen werd Coen Willem Cuserszoon vier dagen lang belast met de bewaring van het huis te Middelburg.

(1390) Van een zekere, in ongenade gevallen, slotbewaarder, Rembrand Gerbrandz van der Coulster, werden de goederen verbeurd verklaard, die hij bovendien achtergelaten moesten worden op de Middelburg. De graaf eigende zich ene helft toe en de andere helft ging naar Dirk van Poelgeest.

Tot slot vond ik zelf nog een post uit een rekening van Bartholomeus van Raaphorst (1393), dat waarschijnlijk betrekking heeft op de Middelburg:(Lit. 169a)3

"Item uutgheven by meester Claes den tymmerman van tymmeringhe ander husinge, by Louweriis den smit van yserwerc ander husinghe ende anders by arbits luden gheliken als die cedel in hout die haer Bertolmees over ghiift, den groten voer VI d. gherekent XLV lb XIX s. Summa per se 45 lb 19 s."

← De Middelburg en Nieuwburg in de 13de eeuw
De Middelburg in de 15de eeuw →

Voetnoten:
1. De meeste rekeningposten tot 1400, zijn ontleend aan J.W. Groesbeek (Lit. 5). Groesbeek noteerde helaas zijn bronnen niet. Desondanks staat zijn onderzoek als betrouwbaar bekend. Als de bron bij mij wel bekend is, vermeld ik deze (BD).
2. Tweede rekening van Kennemerland en Vriesland van 1344 door Heynric den Rode: Gelden te kosten gelegd aan 's Graven Burgen en Huizen. (Lit. 90)
3. Nationaal Archief, Archief Graven van Holland, 3.01.01, inventarisnr. 1571. Voorheen: Grafelijkheids Rekenkamer, Rekeningen, 3.01.27.02, inventarisnr. 829.

Geraadpleegde bronnen en literatuur:
(Lit. 5, J.W. Groesbeek, p. 215-217)
(Lit. 7c, H. Janse, p. 165-168)
(Lit. 90, H.G. Hamaker, p. 300-306, 394-402, 500-516)
(Lit. 169a, D.E.H. de Boer, D.J. Faber, H.P.H. Jansen, J.W. Marsilje, p. 28)

[Vorige][Volgende] [Home]