Middeleeuwse dwangburchten van West-Friesland en Alkmaar
[Home][Kaart][Introductie][English ][Burchten/kastelen chronologie][Overige objecten][Artikelen][Pre-Hollandse periode][Gegevens- en bronnen]

[Terug naar inhoud chronologie]      [Home]

Kasteel de Middelburg in de 15e eeuw

Meer uit grafelijke rekeningen

← De Middelburg in de 14de eeuw
De Middelburg in de 16de eeuw →

Graafschap Holland onder het Beierse huis (vervolg)

J.W. Groesbeek citeerde verder uit de grafelijke rekeningen.1(Lit.5).
Bijvoorbeeld dat hertog Albrecht van Beieren aan zijn barbier, Ghijsken van der Horn een stuk land, 'die Hoeve' had gegeven. Dit stukje land lag tussen "..onsen huse te Middelburch bi Alcmaer en der Huijswaerde..". Ghijsken deed er in 1403 afstand van, waarvoor hij ander goed in leen kreeg.

In 1409, werden er zwanen geleverd voor de profiand, maar voor wat betreft de verkoop van grafelijke zwanen in 1415 had men pech, omdat men met onverkochte zwanen bleef zitten. Dit had tot gevolg dat men de kastelen de Nieuwburg, Middelburg en het kasteel van Medemblik met deze zwanen voorzag, zodat deze als feestmaal kon dienen.
In dezelfde rekening uit 1415 staan zaken die waarschijnlijk te maken hadden met belangrijke onderhoudswerkzaamheden aan de kastelen Middelburg en Nieuwburg in 1415/16. Bijvoorbeeld dat Doeve Willemz. een huis "..voir die Nijborch.." had staan en dat deze op bevel was afgebroken. Het stukje land waar het huis op stond werd vervolgens door de rentmeester gekocht voor 6 pond.
De onderhoudswerkzaamheden aan de Middelburg en Nieuwburg werden voor een bedrag van respectivelijk 108 en 34 pond uitgevoerd.

Twee stemmige reconstructies van de hoofdburcht van de Middelburg. (Reconstructies en afbeeldingen: Remco Cevat)

Toen de kasteelheer en baljuw van de Nieuwburg, Roeland van Uytkerke nog maar een half jaar het kasteel de Nieuwburg in zijn bezit had, hebben 'Hoekse'-gezinde Kennemer boeren deze en de Middelburg in 1426 ingenomen en zwaar beschadigd. Deze opstand, die ook bekend staat als de 'Kennemerloop', was er een met een flinke groep muiters, die van Alkmaar naar Hoorn trok. Onderweg koelde men zijn woede op beide burchten onder leiding van Willem Nagel (Lit. 69). Nadat de rust was weergekeerd, bleek dat een aantal inwoners van Alkmaar aan de rooftocht hadden meegedaan (Lit.8).
De stad Alkmaar werd daarom ook verantwoordelijk gesteld voor de geleden schade aan de Nieuwburg en Middelburg. De stad werd op 13 augustus 1426 veroordeeld tot het uitvoeren van reparaties: (Lit. 5)

"..op stad's costen te doen maken alle die glazen vensters, deuren en andere timmering die zij gebroken hebben op de huizen van Nijenburch en Middelburch.."

Ook in 1427/1428 was het nog steeds onrustig: de Middelburg werd aangevallen, waarop Roeland hulp stuurde: (Lit. 5)
"..Huwet de casteleijn van der Nijenburch 21 gewapenden op die Middelburch om die te helpen bewaren, en lagen daar vier dagen lang, voor horen cost betaald 9 pond.."

Het graafschap Holland onder het Bourgondische huis (1433)

In een rekening uit 1442 wordt gezegd dat er tienden van het land van Vronen geïnd werden, waarvan de helft toekwam aan de kastelein van de Nieuwburg en de andere helft aan die van de Middelburg.
Zoals we in het vorige artikel 'de Middelburg in de 13de eeuw' hebben kunnen lezen, waren onderhoudswerkzaamheden aan het kasteel belangrijke posten. Zo is er het verslag van Evert Reiniersz., timmerman te Alkmaar, die in 1442/1443 werkzaamheden op de Middelburg uitvoerde:

"...Eerst een bedstede in die camer beneden an die plaatse, twee bedsteden op die poortcamer. Ende vermaect die bedstede die Johannes van Haerlem brochte op die nederste camer, ende vercleet mit vuren rasteren ten hoofteijnde. Item nog gemaect op die camer boven der zael. Item een scuttinge an dat zijtende van der singel en een cleen (h)eck op ten Dam.

Item in des rentmeesters contoir ende Johannes contoir ooc een deel vuijren bouten in die muijr gesteken. Ende op die bouten halve vuijren rasteren genagelt.

Dat bouhuijs daer 't van node was mit nije plancken gestopt.

Item eene groote bedstede up die overste camer van den toren. Ende in die ondercamer van den toren twee voet scamelen. Item in die cromme Camer and die noortside van den scoorsteen een wissel cassijn met een veijnster, ende twee glaesramen in die poortcamer ende die duere dair vermaeckt, ende een cleen eenwissel cassijn op di ganck boven.

Ende in die cromme camer een scauprade in die muijr. Ende alomme die gaten gestopt in de barderen weegen daer't noot was, ende dit geschiede ten drie wairsten binnen den termijn van deze rekeninge voors, dair over dat Evert alleene gewrocht heeft 29 dagen elkes dages 7 groten Vlaams, ende voor zijn cost elkes dages 4 groten, facit 7 pond 5 scellingen..."

Dan volgt een lijst van degenen die hout hadden geleverd voor het bedrag van 17 pond, 8 schellingen en 3 denariën.

Er is meer te melden op het gebied van onderhoud en reparaties.

Noodzakelijke reparaties in 1446/47:

Een fragment uit een rekening van de rentmeester Adriaan Screvel uit 1445, waarin de barbacane ('barbelcane') werd genoemd.
De Middelburg was in ieder geval een goed onderhouden kasteel. Er zijn in 2019 nieuwe ontdekkingen gedaan, waardoor we tegenwoordig weten dat het imago van een klein kasteeltje volledig onterecht was. De voorburcht is al genoemd in de 14de eeuwse rekeningen, de hoofdburcht blijkt ook een kapel te hebben gehad (Lit. 5). De nieuwste ontdekking is die van een barbacane, dat is een versterkt poorthuis. In eerste instantie was deze door geofysische archeologie ontdekt (Lit. 213), doch werd bevestigd in een rekening uit 14453. Het oppervlakte was aanzienlijk, omdat het ook nog eens met een kring van vier grachten werd omgeven.

In de laatste publicatie van Rob Gruben en Nancy de Jong doen zij de logische gevolgtrekking dat het kasteel en het omliggende terrein groot genoeg geweest moet zijn geweest om de extra bijgebouwen en functionaliteiten die in de diverse rekeningen voorkomen een plaats te geven: een turfschuur, een bouwhuis (boerderij waar ook landbouwproducten worden verwerkt), een bakhuis (bakkerij), een werf met schuithuis (boothuis), stallen, een pishuis, hofstedes, een brouwhuis (brouwerij), een wagenhuis, een kapel en een tweede kapel buiten de coeur (buiten de kern van de burcht). In de diverse rekeningen staat ook vermeld dat er grote voorraden zijn aangelegd, die te groot voor eigen gebruik zijn: (Lit. 213) 4

"11 last turfs ende 26 hoit scilpen, die nog niet zijn bebarnt en sijn ende die noch op de Middelborch steen.."

Omgerekend naar huidige maten komt dit neer op voor 11 last turf = 16852 kg (afgerond 17 ton!) en 26 hoed ongebrande schelpen (circa 26 m3)5


Graafschap Holland onder het Habsburgse huis (1482)

Opstand van het Kaas- en Broodvolk. Fragment uit een gravure van Simon Fokke (1712-1785): Plundering van Haarlem in 1492.
Dergelijke posten van onderhoud vindt men in rekeningen tot 1467/68, de laatste zou dan van rentmeester Aalbrecht van Raaphorst6 zijn geweest. Volgens Groesbeek hielden de vermeldingen na 1467 dan ook plotseling op (Lit. 5). De vraag is waarom, mogelijk was er iets gebeurd. Wellicht had er een administratieve verandering plaatsgevonden met betrekking tot de machtsovername door de Habsburgers.

In de maanden mei en juni van 1492 brak er een opstand uit die bekend staat als die van het Kaas- en Broodvolk. Dit leidde ertoe dat in dat jaar de Nieuwburg en Middelburg opnieuw het mikpunt van een aanval waren. Dit gebeurde in het voorbijgaan toen de opstandelingen van Alkmaar naar Hoorn trokken. In opdracht van de landsheer Albrecht van Saksen, die zijn residentie destijds in Medemblik had, werd deze bloedig bedwongen. (Lit. 8)(Lit.229)



Voetnoten:
1. De meeste rekeningposten tot 1500, zijn ontleend aan J.W. Groesbeek (Lit. 5). Groesbeek noteerde helaas zijn bronnen niet. Desondanks staat zijn onderzoek als betrouwbaar bekend. Als de bron bij mij wel bekend is, vermeld ik deze (BD).

2. Vlaams groot was een universeel rekenmuntsysteem, die in de Bourgondische periode was genormaliseerd. Het systeem was opgedeeld naar kleinere eenheden: pond (lb of £) schellingen (s. of sc.) en denariën of penningen (d.). Hierin is 1 pond= 20 sc. en 1 sc.= 12 d. Verder bestond nog d. obolus (d. ob.), dit was een halve penning, ook wel een mijt of mite genoemd. Overigens is de waarde van 1 groot gelijk aan 1 d, met andere woorden, de waarde van een 1 pond=240 groten, dat weer neerkwam op 6 gulden.

3. NA; 3.01.27.02; inventarisnr. 875.

4. Hier valt een vergelijking te maken met de voorzieningen en agrarische activiteiten van het kasteel van Medemblik. Lees hier het verslag (in pdf). Gelijksoortige rekeningposten zijn voor het huis te Nuwendoorn bekend, maar meer beperkt (molen, hooiberg, schuur).

5. Om oude maten naar hedendaagse te vertalen heeft nogal wat voeten in de aarde, vooral door het missen van eenduidigheid. Ik zal hierbij een poging doen, waarbij ik een beroep heb gedaan op het beroemde werk van W.C.H. Staring. (Lit. 204)
Als eerste stel ik vast dat de 'last', feitelijk een inhoudsmaat is. Gerekend over alle delen van de lage landen zie ik dat 1 last overeenkomt op 3004 dm3 (afgerond). Het gewicht wordt dan bepaald door de dichtheid ('soortelijk gewicht') van het materiaal dat 1 last bevat.

Materiaal Steenkool Kalk Metselsteen Turf Rogge/graan
Dichtheid kg/dm3 1,23 - 1,51 1,94 - 2,7 1,4 - 2,2 0,51 niet in de dichtheidstabel van Staring opgenomen
Gewicht per last in kg (volume x dichtheid) 1532 - 4536 5828 - 8111 4206 - 6609 1532 2098 (door Staring gegeven)

De 'hoed' is eveneens een inhoudsmaat, maar blijkt niet eenduidig te zijn, zo vind ik in Staring: 1 Amsterdamse hoed steenkool = 1172 dm3 en 1 Amsterdamse hoed kalk = 981,7 dm3. Dit komt overeen met 1 hoed steenkool = 1441 - 1770 kg en 1 hoed kalk = 1904 - 2651 kg. In tegenspraak is wel een andere inhoudsmaat van 1 hoed = 1600 dm3, waarbij Staring opgeeft dat 1 hL (100 dm3) steenkool een gewicht heeft van 75 à 80 kg. In dat geval geeft 1 hoed steenkool = 1200 - 1280 kg. Onder voorbehoud, vanwege gebrek aan voldoende gegevens, houd ik er maar op dat 1 hoed met circa 1 m3 overeenkomt.

6. Nationaal Archief, Den Haag (NA); Grafelijkheidsrekenkamer rekeningen, 3.01.27.02; inventarisnr. 898


Geraadpleegde bronnen en literatuur:
(Lit. 5, J.W. Groesbeek)
(Lit. 8, J. Belonje, p. 21)
(Lit. 69, H.P.H. Jansen, p.74,75
(Lit. 204, W.C.H. Staring, p. 15, 16, 17, 174, 175)
(Lit. 213, R.J.W.M. Gruben en N. de Jong-Lambregts, p. 83-86)
(Lit. 229, J. Scheurkogel, p. 196-198, 204)

← De Middelburg in de 14de eeuw
De Middelburg in de 16de eeuw →

[Vorige][Volgende] [Home]