Middeleeuwse dwangburchten van West-Friesland en Alkmaar
[Home][Kaart][Introductie][English ][Burchten/kastelen chronologie][Overige objecten][Artikelen][Pre-Hollandse periode][Gegevens- en bronnen]

[Terug naar inhoud chronologie]      [Home]

De Middelburg en Nieuwburg.

De 13de-eeuwse versterkingen onder de rook van Alkmaar.

(Update 22-07-2019)
Vervolg Nieuwburg 14de eeuw. →
Vervolg Middelburg 14de eeuw. →



Bij het begin van het offensief tegen de West-Friezen (ca. 1270) had de graaf van Holland, Floris V een aantal maatregelen genomen om een strategische positie, ten noorden van Alkmaar, in te nemen. Als eerste maatregel liet hij tussen de zandrug van Alkmaar en de hoge geestgronden van Oudorp en Vronen (tegenwoordig: Sint Pancras) een uitvalsdijk door het drassige land aanleggen. Over deze dijk ligt nu de Munnikenweg. Rond 1300 heeft Melis Stoke, 'clerc' en geschiedschrijver in dienst van Floris V en het Hollandse gravenhuis, dit feit beschreven in zijn Rijmkroniek.

In een andere kroniek ("Kronyk van den clerc uten laghen landen bi der see"), is de aanleg van de uitvalsdijk nog duidelijker omschreven:

.."Hi dedet dycken ende dammen van Alcmaer tot Outorp toe, ende tOutorp dede hyt oic dammen te lande waert in, ende dede onder sinen volke een gebot doen, dat elc man hoy ende stro draghen soude toten dammen, ende beval die dycken wel te bewachten mit scutte ende ander weer.." (Lit. 173, p. 122)

De werkzaamheden waren niet naar de zin van de West-Friezen. Een poging in 1272 om de aanleg van de dijk te verhinderen leidde tot een treffen met het grafelijke leger. Het eerste treffen met de West-Friezen vond plaats nabij Oudorp en vermoedelijk ook nabij het dorpje Vronen (het huidige Sint Pancras), dat aan het Vronermeer was gelegen, waaraan ook het kasteel de Nieuwburg grensde. Nadat de Hollanders tijdens deze zware veldslag flinke verliezen leidden trokken zij zich terug en namen de vlucht naar de harde geestgronden van Heiloo en kregen de gelegenheid om uit te blazen. Daarna voerden de Hollanders opnieuw zware gevechten met de West-Friezen, maar nu met onvermoeide manschappen. De Hollanders doodden daarbij meer dan 800 West-Friezen. Maar ook de Hollanders leden zware verliezen en namen de doden mee naar Alkmaar, alwaar zij werden begraven. Daarna vonden meerdere gevechten plaats met de West-Friezen, met wisselend resultaat.

Ondanks grote verliezen aan beide zijden, draaide dit voor Floris V uit op een mislukking en leidde uiteindelijk tot een totale rebellie tegen de Hollanders.
Omstreeks deze periode moet de Nieuwburg (Nijenburg) reeds een stille getuige van deze gebeurtenissen zijn geweest. Kennelijk was deze burcht er al, hetzij dat het nog in aanbouw was. Dit valt af te leiden uit een zinsnede in het 'Necrologium', een lijst tot AD 1299 dat door L.Ph.C. van den Bergh was samengesteld. (Lit. 164, p. 334). Deze had hij ontleend aan het 'Tabula' (index) van het 14de eeuwse 'Cartularium van Egmond' (Lit. 201, p. 68). Hierin wordt vermeld dat op 20 augustus 1272, de baljuw van Kennemerland, enkele ridders, geestelijken en de baljuw van Kennmerland bij de Nieuwburg door de Friezen werden gedood:

"Anno Dom. 1272 dominus Walterus de Egmonda XX di Augusti cum filio suo Wilhelmo occisus est a Frisonibus..... In eodem bello apud Nuburch occisus est Werenboldus ex Hagha miles, pater Florencii monachi cum filio suo Alberto et Theodorico de Rapurst et Gherardo fratre ejus, Jacobus de Wassenair et Barnardus ex Henghe milites et Walterus Friso balivus Kennemarie filius Egmond. illegitimus."

"In het Jaar des Heren 1272, werd de heer Wouter van Egmond op 20 augustus met zijn zoon Willem door de Friezen gedood... In dezelfde strijd werd bij de Nieuwburg, Werenboldus gedood, ridder uit Den Haag, pater Floris, monnik, met zijn zonen Albert en Theodoor van Raaphorst en Gerard, zijn broer, Jacob van Wassenaar en Barnard uit Henghe, ridders en Wouter de Vriese, baljuw van Kennemerland, onwettige zoon van van Egmond." (Vrij vertaald door de auteur)

De kroniekschrijver Joannes de Beke (fl. 1346) omschreef deze gebeurtenissen als volgt (Lit. 88, H. Bruch, p. 146):
"In den jaer ons Heren m cc lxxii joncheer Florens van Hollant gheboet te versamenen een machtich heer tieghen die Westvriesen, opdat hi sijns vader ghebeente mit crachte halen mochte uut Vrieslant ende brenghent in Hollant. Daertieghen quamen die Vriesen mit heercracht ende sloeghen der Hollander doot vC wapentuers. In dien stride bleven doot dese ridders wel beproeft van groten love ende stoute orloechslude, alse Werenbolt uter Haghe ende Aelbert sijn soen, Diderijc van Raporst ende Gherijt sijn broeder, Jacob van Wassenaer, Beernt uter Haghe, Gherijt van Hermalen ende Wouter die Vriese baelju van Kenemerlant. Ende alse die Hollanders also vele uutghecoren kempen verloren hadden, weken si achterwart ende namen die vlucht al tote Heilo op den slechten ackeren, daer si andenverve streden mit nyeuwen onvermoeyden wapentuers, daer doot bleven meer dan viiiC Vriesen, alsodat optien dach die voerghenoemde ridders ghenoech ghewroken sijn."

Melis Stoke schreef eerder in zijn Rijmkroniek (Lit. 43, W.G. Brill, vierde boek vers 190-234):
"Doe quam Florens in sinen moede,
Dat hi woude wreken sinen vader,
Of avonturen tene gader
Dat hi van Gode hilt te lene.
Ende gaderde een heer niet clene,
Beide tors ende te voet,
Als sinen rade dochte goet,
Ende quamer mede sonder sparen
Tote Alcmare ghevaren,
Ende dede dammen ende diken,
Ende wilde over tOutdorp striken
Ende dan jeghen den Vriesen vechten,
Ende hiet mannen ende knechten,
Dat si droeghen hoy ende stro.
Men dede dikers wachten doe
Beide met scutten ende met speren.
Die Vresen, de dat wilden weren,
Quamen ghelopen in de vaert
Met haesten groot te damme waert,
Ende quamen ghelopen also voort,
Dat gheruchte quam in de poort.
Doe ghinc hem wapenen al dat heer.
De voren mochte, trac eerst ter weer,
Beide tors ende te voete.
De Vriesen quamen hem te ghemoete,
Ende sconfierden dat heer groot.
Si sloeghen menighen man doe doot.
Dat heer sette hem al ter vlucht.
Die Vresen volgheden sonder ducht
Van haren live tote Alcmaer toe,
Ende voort tote bi Heilichloe.
Die Hollanders, de teerste vloghen,
Keerden weder in haer oghen,
Doe si hadden de herde gheest.
Daer sloech men der Vresen meest
Wel viii hondert ofte meer;
Daer wrac elkerlike sijn zeer.
Der Hollanders bleef v hondert.
Dus ghevielt wien soet wondert;
Der Vresen bleef de meerre hoop;
De grave hads den quaetsten coop:
Dus ghevielt, als ic bediede,
Want hi verloos siere goeder liede
Harde veel van sinen lande.
Hi moeste keren, al wast scande..."

Het lukte Floris V pas in 1282 zijn eerste overwinning te behalen, maar slaagde pas in 1287 om tot volledige onderwerping van de West-Friezen te komen. Tussen circa 1270 en 1287 heeft hij langs de West-Friese omringdijk, totaal vijf dwangburchten laten neerzetten, niet alleen ter bewaking maar tevens met als doel de West-Friezen verder onder controle te houden. Zijn overwinning op het weerbarstige volk werd zo kracht bijgezet. Naast de burchten onder de rook van Alkmaar; de Nieuwburg en de Middelburg, liet hij al in 1282 ook het slot te Wijdenes bouwen, en snel daarna het kasteel te Medemblik (het huidige kasteel Radboud) en het 'Huys' te Nuwendoren aan de monding van de Rekere, een waterloop, die de stad Alkmaar met de Zijpe en de zee verbond. Doch de laatste werd in 1297, terwijl het nog in aanbouw was tot de grond toe vernield, maar werd in 1321 weer in gebruik genomen.

Reconstructie van de Nieuwburg
Reconstructie van de Nieuwburg.
(Afbeelding: Remco Cevat).
Klik op de tekening voor een vergrootte weergave)
Reconstructie van de Middelburg.
(Afbeelding: Remco Cevat).
Met de huidige kennis is het nodig om de reconstructie bij te stellen, gezien nieuwe ontdekkingen die in 2019 zijn gedaan door Archeologie Alkmaar. De Middelburg blijkt een groter complex te zijn geweest, dan dat men tot nu had aangenomen. Zo zijn er een voorburcht, een kring van drie grachten aangetoond, alsmede een barbacane als poorthuis (Bron: Nancy de Jong, Archeologie Gemeente Alkmaar en diverse persberichten).

Schematisch kaartje van het strategische gebied ten noordoosten van Alkmaar. De Nieuwburg en de Middelburg vormden, samen met het oude slot de Torenburg, een trits.
(Tekening: Ben Dijkhuis).

De Nieuwburg en de Middelburg beheersten beiden de weg vanuit Alkmaar naar de Vronergeest (het gebied tussen Oudorp en Vronen) en vormden samen met het oude slot Torenburg (bij de stad Alkmaar) een sterk drietal. Ze stonden hooguit 500 tot 600 meter van elkaar, volgens Melis Stoke: tweemaal de afstand van een pijl. Melis Stoke vermeldde de bouw van beide kastelen: de Middelburg die de dijk bewaakte en de Nieuwburg, die bij Vronen op de harde geestgrond werd neergezet. De bouw van de Nieuwburg zou, zoals gezegd rond 1270/1272 hebben plaats gevonden. Van de Middelburg, die diende om de dijk tussen Alkmaar en de Vronergeest te bewaken is het bouwjaar niet bekend, maar is mogelijk iets later gebouwd. In ieder geval nadat de verbindingsdijk vanaf Alkmaar gereed was gekomen, waarna een adequate bewaking noodzakelijk werd.

Na de moord op Floris V in 1296 kwam een groot deel van de bevolking in zijn gebied in opstand, waaronder de West-Friezen. Daartoe werden ze aangezet door de vers benoemde bisschop van Utrecht, Willem van Mechelen.
Toen de West-Friezen na de belegering van het het Muiderslot, vandaar al plunderend terugtrokken, veroverden zij onderweg het kasteel te Wijdenes en verwoestten deze uiteindelijk tot de grond toe (Stoke, boek V, vers 610 en verder). Ook Huis te Nuwendoren werd vernield, terwijl het kasteel in Medemblik werd belegd en uitgehongerd. De Medemblikker burcht doorstond dit echter en werd ontzet door het grafelijke leger onder leiding van Jan van Avesnes (van Henegouwen, graaf Jan II van Holland).

De dwangburchten van Alkmaar en omgeving hebben een belangrijke rol gespeeld in de nadagen van de West-Friese opstanden. Het wapenfeit dat zich hier heeft afgespeeld op 27 maart 1297 staat bekend als de Slag bij Vronen (Stoke, boek V, vers 970 en verder).
De Hollandse troepen, hadden een nieuwe strijdmacht geformeerd en rukten op, binnen het bereik van de eigen schutters op de Torenburg, Middelburg en Nieuwburg.

Charles Rochussen (1856) (uitsnede): Het bloedige treffen van de grafelijke troepen met de West-Friezen bij Vroonen in 1297.
.(Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuningen. (Abusievelijk 1272?)

Terwijl de West-Friezen stellingen betrokken tussen de Nieuwburg en Vronen, bij het Vronermeer, passeerden de Hollanders de geestgronden tussen Vronen en Oudorp. De West-Friezen rukten op in de richting van Alkmaar, terwijl de Hollanders, onder leiding van Jan van Renesse, zich terugtrokken binnen het bereik van de schutters op de Middelburg.
Uiteindelijk gaf graaf Jan I van Holland de orders om een tegenaanval in te zetten. Terwijl bij Vronen zwaar werd gevochten, liet hij door middel van een vloot van heerkoggen, bij het noordelijk deel van het Vronermeer, een derde deel van zijn manschappen aan land brengen. Zij sneden de West-Friezen de pas af toen zij zich in de richting van Niedorp wilden terugtrekken. Het was een ware veldslag, Stoke vermeld 3000 doden. Vronen werd hierna in brand gestoken.

Heerkoggen werden tijdens de slag van Vroonen door de Hollanders gebruikt. De verhoogde, met kantelen voorziene, voor- en achterzijde van dit oorlogschip leverden een hoog, dus voordelig, gevechtsstandpunt. Dit is vergelijkbaar met de gevechtsfunctie van een kasteel. De afbeelding is een miniatuur uit Decretalis Gregorii IX (13-de eeuw)(Gevonden op de website www.vaartips.nl/extra/kogge.htm )Anoniem (1780):Jan I (1284-1299), met wapenschild met het wapen van Holland.
(Regionaal Archief Alkmaar, pr1001717)
Op het voetstuk van de linker afbeelding, staat het onderschrift: Slaande de Vriesen op de wijde geest bij Vroonen.

In 1991 vond men tijdens archeologische opgravingen in Sint-Pancras, skeletten van gesneuvelden, van zowel van mannen als vrouwen, waaruit bleek dat tijdens deze slag ernstige oorlogsmisdaden werden begaan (Lit. 188, F. Diederik).

Stoffelijke resten van slachtoffers van oorlogsmisdaden tijdens 'Slag bij Vroonen', bevinden zich in het Huis van Hilde (Castricum, NH). De verwondingen door zwaardslagen zijn overduidelijk. Foto's Ben Dijkhuis.

Na dit bloedige wapenfeit werd het lichaam van Floris V vanuit de kerk van Alkmaar naar het klooster van Rijnsburg vervoerd en werd daar herbegraven. (Stoke, boek V, vers 1030 en verder)

Omdat hier niets van is opgeschreven, gaat men er vanuit dat de Nieuwburg en Middelburg niet in dat beruchte jaar zijn verwoest, hoewel dit voor de Nieuwburg niet helemaal zeker is. Op 7 november 1299 werd een definitieve vrede gesloten, zodat de West-Friezen nu definitief onderworpen waren. Men gaat er van uit dat deze vrede werd gesloten in Alkmaar (Lit. 12, R.P. de Graaf), mogelijk op de Torenburg (Lit. 9, E.H.P. Cordfunke).
Het duurde kennelijk niet lang totdat de Nieuwburg werd herbouwd, zodat deze voortaan, onbetwist de plaats van de Torenburg zou innemen.

Jan I en Jan van Avesnes (Jan II), gaven in 1299 het beheer van de drie burchten: Torenburg, Middelburg en Nieuwburg over aan baljuw Willem van der Laen, die op zijn beurt weer beloofde om zonodig op last van de beide graven de beide burchten ter beschikking te stellen.

De schrijn van Floris V in de St. Laurenskerk van Alkmaar. Dit was de tijdelijke rustplaats van Floris, totdat hij werd herbegraven in Rijnsburg.
(Foto: L. Spaans. Bron: nieuwburg.alkmaarweb.nl/
)
Vervolg Nieuwburg 14de eeuw. →
Vervolg Middelburg 14de eeuw. →



Geraadpleegde bronnen en literatuur:
(Lit. 5, J.W. Groesbeek)
(Lit. 8, J. Belonje)
(Lit. 9, E.H.P. Cordfunke)
(Lit. 11, P.E. van Rijen)
(Lit. 12, R.P. de Graaf)
(Lit. 13, F. Diederik)
(Lit. 43, W.G. Brill) (Lit. 88, H. Bruch)
(Lit. 16a, R.P. de Graaf)
(Lit. 173, B.J.L.de Geer van Jutphaas)
(Lit. 164, L.Ph.C. van den Bergh
(Lit. 188, F. Diederik)
(Lit. 201, A. Hulshof)

[Kaart][Volgende Middelburg] of [Volgende Nieuwburg] [Home]