Kasteel de Nieuwburg in de 14e eeuw.

Centrum van een baljuwschap.

(Update 18-12-2012)

De kasteleins (slotvoogden) van de Nieuwburg/Baljuws van het Westerbaljuwschap en Kennemerland:


Na de overwinning van het Hollandse Gravenhuis op West-Friezen bleef het belang van de Nieuwburg aanwezig. Het geannexeerde gebied werd onder de naam 'Vriesland' administratief onder het gezag van de baljuw en rentmeester van Kennemerland gebracht.

P.van den Berge (1735): Gravure van Jan II van Avesnes (1247-1304). In 1280 graaf van Henegouwen en in 1299 graaf van Holland. Op het voetstuk staat een afbeelding met tekst: Verwoestende de stad Vroonen.
(Regionaal Archief Alkmaar, pr1001718)

Een sage, van een drama dat zich afspeelde in 1303, tijdens het offensief van Jan II tegen de Westfriezen, is die van het ontstaan van een naam van een toren van de Nieuwburg: de Phebustoren.

In 1308 verblijft de baljuw van Kennemerland: Renger Moenkijnsz. op de Nieuwburg. In 1325 zien we dat de baljuw van Kennemerland en 'Friesland': Daniel van der Merwede het recht krijgt om te vissen in het Vronermeer, waarbij de opbrengst ten goede komt van de Nieuwburg.

Er werd in hetzelfde jaar ook een hulp van de baljuw benoemd: Willeman Wittenzone. Deze taak moet hij vervullen als tegenprestatie voor de ontvangst van tienden uit Vronen:

"...sal hij altijd gereed wesen op onse burch van der Nuwerburch te comen als 't te doen is ende onse baljuw hem aldaar vermaant.."

Overigens was deze Willeman Wittenzone niet zomaar iemand. Hij was getrouwd met de dochter van Gerrit van Haarlem.

Het mag duidelijk zijn de Nieuwburg in deze tijd een zeer belangrijk kasteel was, zelfs de belangrijkste in Holland. Het is bekend dat het kasteel vaak door hoogwaardigheidsbekleders werd bezocht.

Veel zaken die in de geschriften zijn gevonden hebben betrekking op de onderhoud, reparatie of bouwprojecten van het kasteel.
Zo staat er in 1338 geschreven dat graaf Willem IV (van Henegouwen) garant staat voor bijzondere voorzieningen aan het kasteel, waarvan de kosten uitgaan boven het budget van de baljuw.

Leidekker aan het werk. Uitsnede uit een 15e eeuws schilderij.
(Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, hs 2533, fol.12
)
Omdat er veel grafelijke rekeningen zijn gevonden, is er veel bekend over de onderhoud van de kastelen. Veel kleine aannemertjes waren voor de kastelen van de graaf in de weer. Bijvoorbeeld meester Ghenekijn, een leidekker, reist acht dagen lang de kastelen af om reparaties aan de daken uit te voeren van: de Aelsbrechtsberg (Bloemendaal), de Nuwendoorn, de Nieuwburg en de Middelburg. Ghenekijn had ook helpers in dienst en moest voor het uitvoeren van de werkzaamheden zelfs een schip huren om zijn personeel te vervoeren. Toen hij klaar was met de grafelijke opdracht kreeg hij het bedrag van 13 scellingen en 4 denaries.

Het is uit geschriften ook bekend dat de rentmeester stukken land om en nabij de burcht verhuurde. In 1344/5 verpachtte hij een stuk land: "..Item Nanne Reynwizone 22 want, lecgen after die Nuweburch, bewesten der gheist, tusken den burchsloet ende Ailbrecht Florens sijn lande..". Het was een stuk land met de grootte van '22 want', die hij te huur gaf aan Nanne Reinwizone.

Ook diende de Nieuwburg, evanals Vreeland en het kasteel van Medemblik, zeer waarschijnlijk van tijd tot tijd als opslagplaats. Dit vanwege de aanzienlijke bergruimte.

Uit de grafelijke rekeningen is nog meer op te maken. Bijvoorbeeld dat er een grafelijke bode op en neer reist van Vreeland naar de Nieuwburg om boodschappen van de graaf door te geven aan de baljuw en vice versa. De militaire bezetting op de Nieuwburg is ook bekend, n.l. 5 tot 15 man. In 1351 werden zelfs veertig soldaten, negen weken lang, ingekwartierd. Elke soldaat kreeg daarvoor een vergoeding van 4 groten per dag.

Reeds eerder werden de dorpen, die vlakbij het kasteel gelegen waren, onder het baljuwschap van de Nieuwburg geplaatst. Rond 1350 werd Gijsbrecht van Nijenrode baljuw van Kennemerland en Friesland, inclusief het beheer van de Nieuwburg. Hiervoor ontving hij een salaris van 200 pond per jaar.

Blijkbaar vertrouwde hertog Willem V van Beieren de toestand in het noordelijke deel van zijn grondgebied. Hij legerde een grotere troepenmacht op de Nieuwburg dan bij baljuwschappen gebruikelijk was. In 1351 wordt gemeld dat er 40 'gesellen' gelegerd waren op de Nieuwburg, die een soldijk mochten ontvangen van vier groten per hoofd, per dag.

Gijsbrecht van Nijenrode had de zijde gekozen van Jan van Arkel in diens conflict met Albrecht van Beieren (Lit. 167).
In rekeningen van inkomsten en uitgaven van Albrecht van Beieren (1358-1359)(Lit. 169) wordt Reinoud van Brederode genoemd als baljuw van Kennemerland en Friesland.

Het is met zekerheid bekend dat zich op de Nieuwburg artillerie bevond, dit is afgeleid van het feit dat op het kasteel een schutmeester was aangesteld.

In 1358 is er een vermelding in een akte dat Albrecht van Beieren zich ongerust maakt over de toestand van het geschut op Nieuwburg en Middelburg. Ook het andere gereedschap bleek niet orde. Maar er waren ook zaken op beide kastelen die niet door de beugel konden. Er werd door de ambachtslieden gehandeld in huisvesting aan buitenstaanders:

"..sonderlinge als onse ambachtsluden dien op dien voors huijsen te wonen plegen, verandert of verwandelt worden..".

Om een einde aan deze praktijken te maken, benoemde Albrecht in hetzelfde jaar, een nieuwe schutmeester: Jan van Leijden Hugenz.

Jan, heer van Egmond (1327-†1369) was een belangrijke hoogwaardigheidsbekleder in dienst van het huis Beieren en leider van het Kabeljauws verbond (1350-1351) en daarna lid van de raad van Willem IV (1351-1357). Hij werd in 1558 benoemd tot stadhouder van Holland. Bekleedde het ambt van baljuw van Kennemerland van 1353-1354 en in 1363 baljuw van Kennemerland en West-Fiesland (Lit. 65, A. Janse). In 1358 verkreeg hij ook Wieringerland in pacht na een lening van 7000 schilden aan de graaf, alsmede het baljuwschap van Medemblik na betaling van een schuld op het ambt van 2000 schilden (Lit. 65, A. Janse)(On line bij historici.nl: de Boer, Marsilje, van Gent: Rekeningen Beierse Periode 1358-1361, serie I, p. 17).

Gerard van Poelgeest (1344-1382) bekleedde slechts voor één de ambt van baljuw van Kennemerland van 1366-1357 (Lit. 65, A. Janse)(NA: Archief Graven van Holland 1223, 1225 f. 15v.)

Bartholomeus van Raaphorst was zijn leven lang ambtsdrager. Van 1367-1373 was hij o.a. baljuw van Kennemerland en twee keer baljuw van Medemblik (1385-1386, AGH 1240, f. 20v)(1387-1390) (Lit. 65, A. Janse)

Ridder Reinier Dever (1346-1417), bewoonde het huis Dever te Lisse en had diverse functies, waaronder het ambt baljuw op de Nieuwburg, daarnaast was hij rentmeester van Kennemerland en West-Friesland (1385-1387). Hij werd door de Kabeljauwen tot de Hoekse tegenstanders gerekend (Lit. 65, A. Janse). Tijdens zijn aanwezigheid op de Nieuwburg werd een arrestant opgebracht, die werd beschuldigd van verkrachting van een meisje in het Nieuweland (ten noorden van Alkmaar). De verdachte, Jan Rughe Pipenzone bekende het misdrijf. Er stond een strenge straf op dit ernstige vergrijp, namelijk onthoofding. In die tijd verrichtte een rinkelende geldbuidel wonderen: Rughe kreeg het voor elkaar om zijn straf voor 60 pond af te kopen (1381/82) (Lit. 5, J.W. Groesbeek).

Een ander vergrijp: omdat de zoon van koster Dirk iets misdaan had tegen de kerk van Heiloo. Zowel Dirk als zijn zoon in het kasteel gevangen gezet. Zij werden niet ter dood veroordeeld, maar zij moesten een stuk land in Castricum verkopen op hun verblijf op de Nieuwenburg te vergoeden. Bovendien kregen zij daarbij bovenop nog eens een boete (27 jan. 1393) (Lit. 5, J.W. Groesbeek).

Inventaris

Op 29 januari 1391 moest Bruijsten van Herwijnen, volgens Groesbeek kennelijk kastelein van de Nieuwburg, het slot verlaten en overdragen aan zijn opvolger Sijmon Vrederic. Daarbij werd een officiele inventaris van goederen opgemaakt.

Hier een opsomming van de vertrekken in het kasteel waar bepaalde goederen zich bevonden.

In 't bachuijs

bakkerij

In de sasele

bijgebouw(?), 'bauhuis'/boerderij(?)

In der coken

keuken

Op die Grote Camer

in de grote kamer

In die waerderoep

garderobe

Op die poorthuijs toerne

toren van het poorthuis

Op die houten camer

de houten kamer

In die camer daeronder

de kamer daaronder

In 't Hemelrijc

zolder

In die clerckecamer

klerk-kamer

In die camer dearnaest

de kamer ernaast

De heer van Arkel, een lid van de Hollandse adel, kreeg in 1392 het baljuwschap van Kennemerland, de schoutambacht van Alkmaar en het beheer van het slot Nieuwburg. Deze functie kreeg hij voor een jaar en verder tot wederopzegging (1396).

Hertog Albrecht van Beieren verbleef op de Nieuwburg toen de heer van Arkel in 1401 hem tot vijand verklaarde.


Geraadpleegde bronnen en literatuur:
(Lit. 5, J.W. Groesbeek)
(Lit. 8, J. Belonje)
(Lit. 65, A. Janse)
(Lit. 167, v. Mieris III; p. 94-95)
(Lit. 169, D.E.H. de Boer, J.W. Marsilje, M.J. van Gent, et al)

[Naar boven]         [Vorige][Kaart][Volgende] [Home]
(Onderstaande link breekt aktieve frames!)
[Huidige pagina]