Middeleeuwse dwangburchten van West-Friesland en Alkmaar
[Home][Kaart][Introductie][English ][Burchten/kastelen chronologie][Overige objecten][Artikelen][Pre-Hollandse periode][Gegevens- en bronnen]

[Terug naar inhoud chronologie]      [Home]

Kasteel de Nieuwburg in de 14e eeuw.

Centrum van een baljuwschap.

(Update 15-06-2020)
← De Nieuwburg en Middelburg in de 13de eeuw
De Nieuwburg in de 15de eeuw →

Kasteleins van de Nieuwburg, tevens baljuws van Kennemerland en Friesland1:


Het aantal veertiende en vijftiende eeuwse grafelijke rekeningen die in het Nationaal Archief in Den Haag liggen is enorm. Er is een groot aantal die betrekking hebben op het onderhoud van de kastelen Middelburg en Nieuwburg. Veel zaken die in de handgeschreven documenten zijn gevonden hebben betrekking op de reparaties of bouwprojecten van het kasteel. Hieruit valt nog veel te ontdekken. 2

Graafschap Holland onder het Henegouwse huis (1299)

Na de overwinning van de Hollandse graven op de West-Friezen bleef het belang van de Nieuwburg groot. De burcht speelde een aanzienlijke rol in het graafschap Holland. Het was het bestuurscentrum van Kennemerland. Daarbij viel het westelijk deel van West-Friesland, onder de naam 'Vriesland', administratief onder het gezag van de baljuw en rentmeester van Kennemerland (het 'Westerbaljuwschap' van West-Friesland). Het oostelijke deel van West-Friesland viel bestuurlijk het het 'Oosterbaljuwschap', waarvan de baljuw zijn zetel en residentie in het kasteel van Medemblik had.

P.van den Berge (1735): Gravure van Jan II van Avesnes (1247-1304). In 1280 graaf van Henegouwen en in 1299 graaf van Holland. Op het voetstuk staat een afbeelding met tekst: Verwoestende de stad Vroonen.
(Regionaal Archief Alkmaar, pr1001718)

Er volgt nu greep uit een groot aantal gebeurtenissen met betrekking tot de Nieuwburg, te beginnen met een sage, van een drama dat zich afspeelde in 1303, tijdens het offensief van Jan II tegen de Westfriezen. Dit verhaal zal ik de lezer niet onthouden. Het bevindt zich op een aparte pagina en heeft verband met de naam van een toren van de Nieuwburg: de De sage van de Phebustoren van het kasteel de Nieuwburg.

In 1308 verblijft de baljuw van Kennemerland: Renger Moenkijnsz. op de Nieuwburg. In 1325 zien we dat de baljuw van Kennemerland en 'Friesland': Daniel van der Merwede het recht krijgt om te vissen in het Vronermeer, waarbij de opbrengst ten goede komt aan de Nieuwburg.

Er werd in hetzelfde jaar ook een hulp van de baljuw benoemd: Willeman Wittenzone, die getrouwd was met de dochter van Gerrit van Haarlem. Voor de taak die hij moest vervullen als tegenprestatie voor de ontvangst van tienden uit Vronen, (Lit.5)

"...sal hij altijd gereed wesen op onse burch van der Nuwerburch te comen als 't te doen is ende onse baljuw hem aldaar vermaant.."

Een opmerkelijke rekening (Lit. 8) is die uit 1319, inzake de onkosten die gravin Johanna van Valois, de echtgenote van graaf Willem III, de Nieuwburg bezocht ter gelegenheid voor een ontmoeting met de abt van de (St. Adelbertus-)abdij van Egmond: (Rekening van de herberge van Gravin Johanna, gedaan door Michiel le Clerc. 24 juni 1319-23 augustus 1321) (Lit. 70)

"Et le devant dit diemence après le jour saint Jehan Décolaisse au soir alèrent à Egmonde, et lundi après au Noefborgh au maignier, et arrière ce meisme jour au soir à Egmonde, et le devant dit lundi au soir maignièrent li abés et tous li couvens de Egmonde avoec medame, dont li somme fu pour cest jour et demi, que à Egmonde que au Noefborgh: 24 lb 9s. 5d. holl. "

Vrij vertaald door de auteur (onder voorbehoud):
"En de 'voornoemde' zegt, dat (zij) op de zondag, de dag na 'St. Johannes de Doper-onthoofding' (29 augustus), naar Egmond ging, en de maandag daarna naar de Nieuwburg voor een maaltijd, en dezelfde avond weer terug naar Egmond. En de 'voornoemde' zegt, dat op maandagavond er een maaltijd met de abt en het hele klooster was. Hiervan is het bedrag voor anderhalve dag besteed: dan in Egmond, en dan weer in de Nieuwburg: 24 pond 9 schellingen en 5 penningen Hollands."

Veel zaken die in grafelijke rekeningen zijn gevonden hebben betrekking op de onderhoud, reparatie of bouwprojecten van het kasteel.
Zo staat er in 1338 geschreven dat graaf Willem IV (van Henegouwen) garant staat voor bijzondere voorzieningen aan het kasteel, waarvan de kosten uitgaan boven het budget van de baljuw. (Lit. 5)

Leidekker aan het werk. Uitsnede uit een 15e eeuws schilderij.
(Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, hs 2533, fol.12
)
Omdat er veel grafelijke rekeningen zijn gevonden, is er veel bekend over de onderhoud van de kastelen. Veel kleine aannemertjes waren voor de kastelen van de graaf in de weer. Bijvoorbeeld meester Ghenekijn, een leidekker, reist acht dagen lang de kastelen af om reparaties aan de daken uit te voeren vanaf 'de Aelsbrechtsberg (Bloemendaal), de Nuwendoorn, de Nieuwburg en de Middelburg'. Ghenekijn had ook helpers in dienst en moest voor het uitvoeren van de werkzaamheden zelfs een schip huren om zijn personeel te vervoeren. Toen hij klaar was met de grafelijke opdracht voor het verwerken van 59 pond lood ('thins'), kreeg hij voor de werkzaamheden het bedrag van 39 schellingen en 4 denaries (penningen) en voor het vervoer 36 schellingen en 8 denaries: (Lit. 90)

"Item bi meister Ghenekijn Ym Busers van 59 lb thins, dat ghebesicht es op mijns heren huse ende burghe tot Ailbrechtsberghe, tot Nuwendoren, ter Nuwerburcht ende op Middelburch, van den ponde 8 d. f(acit) 39 sc. 4 d."

"Item meister Ghenekijn, die leydecker, ghevaren op mijns heren huse tot Ailbrechtsberghe, te Nuwendoren, ter Nuwerburch ende op Middelburch om te versiene ende te stoppen, omtrent sente Maertijns misse, van sinene cost met hem anderen binnen 26 daghen, overmidse sciphuer, 36 sc. 8 d."

Graafschap Holland onder het Beierse huis (1345)

Het is uit geschriften ook bekend dat de rentmeester stukken land om en nabij de burcht verhuurde. In 1344/5 verpachtte hij een stuk land: "..Item Nanne Reynwizone 22 want, lecgen after die Nuweburch, bewesten der gheist, tusken den burchsloet ende Ailbrecht Florens sijn lande..". Het was een stuk land met de grootte van '22 want', die hij te huur gaf aan Nanne Reinwizone. (Lit. 5)

Uit grafelijke rekeningen is nog meer op te maken. Bijvoorbeeld dat er een grafelijke bode op en neer reist van Vreeland naar de Nieuwburg om boodschappen van de graaf door te geven aan de baljuw en vice versa. De militaire bezetting op de Nieuwburg is ook bekend, n.l. 5 tot 15 man. In 1351 werden zelfs veertig soldaten, negen weken lang, ingekwartierd. Elke soldaat kreeg daarvoor een vergoeding van 4 groten per dag. (Lit. 5)

Rond 1355 werd Gijsbrecht van Nijenrode baljuw van Kennemerland en Friesland, inclusief het beheer van de Nieuwburg. Hiervoor ontving hij een salaris van 200 pond per jaar.
Blijkbaar wantrouwde graaf/hertog Willem V van Beieren de toestand in het noordelijke deel van zijn grondgebied. Hij legerde een grotere troepenmacht op de Nieuwburg dan bij baljuwschappen gebruikelijk was. In 1351 wordt gemeld dat er 40 'gesellen' gelegerd waren op de Nieuwburg, die een soldij mochten ontvangen van vier groten per hoofd, per dag. (Lit. 5)
In rekeningen van inkomsten en uitgaven van Albrecht van Beieren (1358-1359) wordt Reinoud van Brederode genoemd als baljuw van Kennemerland en Friesland. (Lit. 169)

Het is met zekerheid bekend dat zich op de Nieuwburg artillerie bevond, dit valt af te leiden van het feit dat op het kasteel een schutmeester was aangesteld. (Lit. 8) In 1358 is er een vermelding in een akte dat Albrecht van Beieren zich ongerust maakt over de toestand van het geschut op Nieuwburg en Middelburg. Ook het andere gereedschap bleek niet orde. Maar er waren ook zaken op beide kastelen die niet door de beugel konden. Er werd door de ambachtslieden gehandeld in huisvesting aan buitenstaanders:

"..sonderlinge als onse ambachtsluden dien op dien voors huijsen te wonen plegen, verandert of verwandelt worden..".

Om een einde aan deze praktijken te maken, benoemde Albrecht in hetzelfde jaar, een nieuwe schutmeester: Jan van Leijden Hugenz. (Lit. 5)

Jan I, heer van Egmond (1327-†1369) was een belangrijke hoogwaardigheidsbekleder in dienst van het huis Beieren en leider van het Kabeljauws verbond (1350-1351) en daarna lid van de raad van Willem IV (1351-1357). Hij werd in 1358 benoemd tot stadhouder van Holland. Bekleedde het ambt van baljuw van Kennemerland van 1353-1354 en in 1363 baljuw van Kennemerland en West-Fiesland. (Lit. 227) In 1358 verkreeg hij ook Wieringerland in pacht na een lening van 7000 schilden aan de graaf, alsmede het baljuwschap van Medemblik na betaling van een schuld op het ambt van 2000 schilden. (Lit. 227)(Lit. 169)

Gerard van Poelgeest (1344-1382) bekleedde slechts voor één de ambt van baljuw van Kennemerland van 1366-1357.(Lit. 227)3

Bartholomeus van Raaphorst was zijn leven lang ambtsdrager. Van 1367-1373 was hij o.a. baljuw van Kennemerland en twee keer baljuw van Medemblik. (Lit. 227)4

Ridder Reinier Dever (1346-1417), bewoonde het huis Dever te Lisse en had diverse functies, waaronder het ambt baljuw op de Nieuwburg, daarnaast was hij rentmeester van Kennemerland en West-Friesland (1385-1387). Hij werd door de Kabeljauwen tot de Hoekse tegenstanders gerekend. (Lit. 227) Tijdens zijn aanwezigheid op de Nieuwburg werd een arrestant opgebracht, die werd beschuldigd van verkrachting van een meisje in het Nieuweland (ten noorden van Alkmaar). De verdachte, Jan Rughe Pipenzone bekende het misdrijf. Er stond een strenge straf op dit ernstige vergrijp, namelijk onthoofding. In die tijd verrichtte een rinkelende geldbuidel wonderen: Rughe kreeg het voor elkaar om zijn straf voor 60 pond af te kopen (1381/82). (Lit. 5)

Een ander vergrijp: omdat de zoon van koster Dirk iets misdaan had tegen de kerk van Heiloo, werden zowel Dirk als zijn zoon in het kasteel gevangen gezet. Als straf moesten zij een stuk land in Castricum verkopen op hun verblijf op de Nieuwenburg te vergoeden. Bovendien kregen zij daarbij bovenop nog eens een boete (27 jan. 1393). (Lit. 5)

De Jan van Arkel, een lid van de Hollandse adel, kreeg in 1392 het baljuwschap van Kennemerland, de schoutambacht van Alkmaar en het beheer van het slot Nieuwburg. Deze functie kreeg hij voor een jaar en verder tot wederopzegging (1396). Hertog Albrecht van Beieren verbleef op de Nieuwburg toen de heer van Arkel in 1401 hem tot vijand verklaarde. (Lit.8)
Gijsbrecht van Nijenrode had de zijde gekozen van Jan van Arkel in diens conflict met Albrecht van Beieren. (Lit. 167)

Inventaris
Op 29 januari 1391 moest Bruijsten van Herwijnen, kastelein van de Nieuwburg, het slot verlaten en overdragen aan zijn opvolger Sijmon Vrederic. Daarbij werd een officiele inventaris van goederen opgemaakt.

Hier een opsomming van de vertrekken in het kasteel waar bepaalde goederen zich bevonden. (Lit.5)

In 't bachuijs

bakkerij

In de sasele

bijgebouw(?), 'bauhuis'/boerderij(?)

In der coken

keuken

Op die Grote Camer

in de grote kamer

In die waerderoep

garderobe

Op die poorthuijs toerne

toren van het poorthuis

Op die houten camer

de houten kamer

In die camer daeronder

de kamer daaronder

In 't Hemelrijc

zolder

In die clerckecamer

klerk-kamer

In die camer dearnaest

de kamer ernaast
← De Nieuwburg en Middelburg in de 13de eeuw
De Nieuwburg in de 15de eeuw →

Voetnoten:
1. Een meer uitgebreide, maar niet volledige lijst in Janse (Lit. 227). Helaas bestaan er meerder hiaten in de verschillende geraadpleegde bronnen. Het blijkt kennelijk dat het kasteleinschap niet altijd met de ambt baljuw is verbonden.
2. De meeste rekeningposten tot 1400, zijn ontleend aan J.W. Groesbeek (Lit. 5). Groesbeek noteerde helaas zijn bronnen niet. Desondanks staat zijn onderzoek als betrouwbaar bekend. Als de bron bij mij wel bekend is, vermeld ik deze (Ben D.).
2. Nationaal Archief, Den Haag (NA); Archief graven van Holland (AGH), inventarisnr. 1223, 1225 f. 15v.
3. NA; AGH 1240, f. 20v

Geraadpleegde bronnen en literatuur:
(Lit. 5, J.W. Groesbeek, p.206, 208)
(Lit. 8, J. Belonje, p. 17, 18, 21)
(Lit. 70, H.J. Smit, I, p. 39)
(Lit. 90, H.G. Hamaker, II, p. 401)
(Lit. 167, v. Mieris III; p. 94-95)
(Lit. 169, D.E.H. de Boer, J.W. Marsilje, M.J. van Gent, et al., serie I, p. 17,107)
(Lit. 227, A. Janse, p.389, 436)

[Vorige][Volgende] [Home]