Middeleeuwse dwangburchten van West-Friesland en Alkmaar
[Home][Kaart][Introductie][English ][Burchten/kastelen chronologie][Overige objecten][Artikelen][Pre-Hollandse periode][Gegevens- en bronnen]

[Terug naar inhoud artikelen]      [Home]

Diverse artikelen met betrekking tot de West-Friese dwangburchten en kastelen


Inzake de naam Nuwendoorn

Door Ben Dijkhuis, met medewerking van Bernd Ooijevaar (31-05-2010)(update 10-07-2020)

Deze naam vindt men in verschillende hoedanigheden in diverse bronnen terug: Nieuwedoren, Niwendueren, Nyewendoren etc. Verder bestaat nog de huidige toponiem van het perceel, waarop het kasteel heeft gestaan, Nieuwe Deuren.
De enige primaire bron waarin het kasteel wordt genoemd is de Rijmkroniek van Melis Stoke, 'clerc' en geschiedschrijver in dienst van de Graven van Holland aan het eind van de 13e/begin van de 14e eeuw. Stoke refereert blijkbaar naar een 'toponiem' Nuwendoren of Niwendueren, dus de plaats waar het kasteel is gebouwd:

"..Hi (=Floris V) hadde begonnen ten Nuwendoren.." en: "..Ende braken thuys ten Niwendueren.."

Er zijn diverse etymologische verklaringen voor de naam. Voor het eerste deel ervan, 'nuwe', 'nye', 'niwen', etc., is het evident dat deze betrekking heeft op het woord 'nieuw'. Wat dit laatste impliceert, wordt verderop besproken.
Met betrekking tot het tweede deel 'dore', 'doren', 'doorn' en 'dueren' ligt het wat lastiger. Het woord 'dore', komt men in ieder geval nauwelijks in het noorden van Noord-Holland en West-Friesland, tegen. Groesbeek suggereert in dit verband naar een connectie met het Keltische woord 'dore' (Lit. 5). Een woord dat wij ook tegenkomen in bijvoorbeeld 'Dorestad', maar dan in de betekenis van 'haven'...
In een artikel uit 2002, braken de auteurs J.T. Bremer en P. Dekker een lans voor een andere verklaring. De naam Nuwendoorn of Nieuwendoorn zou genoemd zijn naar de uitstekende hoek van de uitlaagdijk, vlak bij het kasteel in de voormalige Zijpe. Dit mede verwijzend dat het woord 'doorn' vaak naar een uitstekende punt of hoek verwijst. Zoals dat wordt geïllusteerd door de namen: IJdoorn (in het buiten-IJ, uitspringende polder, Doorwerth (voorheen Dorenweerde, een uitstekende uiterwaarde in de Rijn) en Doornenburg (kasteel op de uitspringende hoek van de Betuwe) (Lit. 198).

De etymologische woordenboeken van J. de Vries vermelden, dat het oud-Ierse woord 'dorus' is gerelateerd aan het woord 'deur'. Zo kende het Middelnederlands en het oud-Fries de zelfstandige naamwoorden, 'dore', 'dure', 'doere', 'deure' (= deur, poort), alsmede de voorzetsels, 'dore', 'duere' (= door). (Lit. 34) (Lit. 34a).
Ben Dijkhuis schreef naar aanleiding van dit gegeven reeds in 2001 op een pagina van een oude versie van deze website (screenshot hier in pdf). Hij meldde hierin dat de naam 'Nuwendoorn' op 'de nieuwe deur' in de betekenis van 'nieuwe doorgang' kan duiden. Dit kan betrekking hebben op de dam of dijk die Floris V in de Rekere liet aanleggen (een waterloop die het noordelijke deel van Noord-Holland doorkliefde vanaf de zee naar de Schermer, bij Alkmaar).1 Deze dam op zich vormde een nieuwe belangrijke strategische toegangsroute naar West-Friesland, dat noodzakelijkerwijs beschermd diende te worden door een sterke burcht.
In dit verband wordt de huidige toponiem 'Nieuwe Deuren' als 'nieuwe doorgang' verklaard. De plaatselijk bevolking gaf deze naam aan een gebied met weilanden waar het 'Huys ten Nuwendoren' oorspronkelijk werd gebouwd. De naam 'Nieuwe Deuren' bleef vele eeuwen bewaard, zelfs nadat het kasteel was vernietigd en, tot de ontdekking in 1948, spoorloos was verdwenen.

Indien we het woord 'deuren' in de toponiem 'Nieuwe Deuren' dus letterlijk nemen, betekent dit exact gezegd, 'deuren'. Inderdaad, dingen die je open en dicht kunt doen! Onafhankelijk van de theorie van Ben Dijkhuis, die zich louter op taalkundige argumenten richtte, is er een meer plausibele theorie geopperd na onderzoek door de archeoloog Guus van den Berg, deze is gepubliceerd in het Bureauonderzoek kasteelterrein 'Huys ten Nuwendoorn' (2007), hetgeen ter voorbereiding van de herinrichting van het kasteelterrein (2008-2010) was opgesteld. (Lit. 124)

Het begint met de kennis, dat in 1961 door de amateurarcheoloog C. Wagenaar de resten van een bakstenen sluis waren waargenomen, die op eikenhoutenplanken was gefundeerd (klik hier om het verslag van C. Wagenaar te lezen, in pdf). De doorgangsbreedte en de lengte hiervan, bedroegen resp. ca. 7 en 21 meter, hetgeen het aannemelijk maakt dat, gezien deze breedte, de vondst betrekking heeft op een 13de-eeuwse schutsluis. Of mogelijk een combinatie van een spui- en schutsluis naast elkaar. Deze sluis (sluizen) hebben dus gelijktijdig met het kasteel bestaan.
Zoals we zullen zien, ligt het voor de hand, dat zowel het kasteel als de sluis deel uitmaakte van het beheersconcept van Floris V, namelijk een adequate verdediging en een bijbehorende logistiek voor de aan- en afvoer van goederen vanuit de Zijpe naar Alkmaar.

Twee situaties rond het 'Huis te Nuwendoorn'. Links: de tegenwoordige situatie, rechts: die van 1858. Rechts is nog de oude verkaveling, met Hemtsloot nabij het kasteelterrein zichtbaar. Links is de Hemtsloot of Heemtsloot verdwenen. De driehoekvorm is de versterkte uitlaagdijk, de oorspronkelijke dijk lag meer naar het kasteel toe..

Rond 1100 kreeg het Zijper zeegat een verbinding met de bovenloop van de veenrivier de Rekere, doch tijdens twee zware stormen in 1248, werd in het Zijper zeegat een grote geul van zo'n kilometer breed uitgesleten. Om verdere schade te beperken, werden diverse maatregelen getroffen. Aanvankelijk werd, zover men aanneemt rond 1200, de Schoorldam aangebracht (mogelijk gedeeltelijk mislukt)(Lit. 224) en in ca. 1264 een dam in de monding van de Rekere (Lit. 224) (Rekeredam, tegenwoordig heet deze Oude Schoorlse Zeedijk). Het laatste vormde niet louter een verdediging tegen het oprukkende water, doch werd snel een obstakel voor de scheepvaart en gaf bovendien problemen voor de afwatering. Het mag duidelijk zijn, dat voor het transport van goederen een oplossing gevonden moest worden, waarbij de aanwezigheid van een schutsluis in de Rekeredam , een deel van de oplossing, was.
Reeds in 1271 was er al sprake van het plan voor het plaatsen van een (schut?)sluis in de Rekeredam, zoals hieronder blijkt:

(17 febr.?) 1271 2 Graaf Floris beleent Wouter de Vriese met de huishoenders in Oudorp en Vronen, en voorts met de muddepenning, de tol buiten de jaarmarkt en de visserij in de sluis te Alkmaar, met de bepaling dat wanneer een sluis in de Rekeredam wordt gelegd, Wouter ook daarin de visserij in leen zal krijgen. [NA; Archief van de Graven van Holland (AGH); 255; fol. 2v; 1271]

De betreffende post in dit handschrift in het Latijn, bevat nog een wetenswaardigheid, namelijk dat de waterweg vanaf een 'toekomstige' sluis in de Rekeredam naar Alkmaar via een waterloop met de naam de More ("aqua que more appellaa") zou moeten plaatsvinden.3 Floris V had dus al in 1271 het plan om een schutsluis in de Rekeredam te plaatsen. In dat plan paste de noodzaak om juist op deze locatie de Nuwendoorn neer te zetten, om zo een directe vaarverbinding met Alkmaar te bewaken. Het kan niet anders dat hij dus rekening hield met het feit, dat de Rekere was afgedamd, waardoor een directe verbinding naar Alkmaar via deze waterloop niet mogelijk was.4

Een theoretische reconstructie van de voorgestelde vaarroute vanuit de Zijpe naar Alkmaar via Schoorldam.
Ontleend aan Guus van den Berg (Lit. 124)
Het is dus aannemelijk om te veronderstellen, dat Floris V ook na de annexatie van West-Friesland in 1289, de toevoer van goederen via de oostkant van de Rekere, dus van oorsprong West-Fries gebied, vanuit het Zijper-zeegat wilde beheersen, en dat hij mede daarvoor het 'Huis te Nuwendoren' liet bouwen.
Een recente reconstructie door Guus van den Berg laat zien, dat er een goede vaarweg aantoonbaar is, die vanuit de plaats waar C. Wagenaar de (schut?)sluis vond, als een lus, met de Hemtsloot (Heemtsloot), de Brugsloot langs Warmenhuizen, via de Damsloot richting de (rond 1990 nog in werking zijnde) schutsluis bij Schoorldam, liep. Van daaruit naar de Rekere, die weer toegang richting Alkaar en de rest van West-Friesland gaf. (Ook wel de 'by-pass'-theorie genoemd, die feitelijk al, hoewel in een andere hoedanigheid, in 1271 is bedacht). De theoretische reconstructie toont de sluis met de dam ('Krabbendam'), eventueel met een haven, alsmede een directe waterweg naar het kasteel. De bijgaande afbeelding, toont een schematische weergave van deze reconstructie, die is ontleend en afgeleid van het betreffende archeologische rapport (Lit. 124).


Tot slot nog enkele aanvullende gegevens:.

Dat het kasteel via het water bereikbaar bleef, blijkt uit een onderhoudsrekening van 1345, alwaar er zand vanaf de dijk werd aangevoerd:

"Item neghen scute, die dat sant van den dike ant huus voerden"

Een ander deel van de aanvoer vond grotendeels via de Rekere plaats (goederen uit Alkmaar en Amsterdam):

"van Amestelredam tot Nuwendoren te veerscat.....meester Florens van den oestel ende van den stucke van Amestelredam tot Middelborch [kasteel Middelburg bij Alkmaar] te brenghen...van Middelborch tot Nuwendoren te veerscat"

(Zie pagina: Onderhoud aan het Huis te Nuwendoorn. Grafelijke rekening uit 1345)

Na 1366 wordt het Huis te Nuwendoorn niet meer in de grafelijke rekeningen genoemd, doch de draad werd pas weer in 1392 opgepikt, zonder dat er nog sprake van een kasteel (in ieder geval niet de functie ervan) was. Het is bekend, dat het terrein rond deze periode zwaar door meerdere overstromingen is geteisterd (Lit. 17) 5.
Uit onderzoek blijkt dat de grachten van het kasteel waren volgespoeld, waaruit blijkt dat het kasteel volledig ten prooi aan het water was gevallen. Mogelijk vond dit in 1375 plaats. De sluis of de plaats ervan, was mogelijk de zwakke plek in de West-Friese Omringdijk en mogelijk de plaats waar de doorbraak plaatsvond.

Het type van de sluis die door Wagenaar in 1961 werd gevonden, is gebaseerd op een techniek die tijdens eerste helft van de 13e eeuw is ontwikkeld, en nog maar mondjesmaat werd toegepast, onder meer in de Spaarne bij Haarlem (Lit. 124)(Lit. 228). Het is daarom bijzonder aannemelijk, dat de naam van het kasteel naar, de toen 'nieuwerwetse', sluis is genoemd, die mede door het kasteel bewaakt diende te worden. Hetzij met betrekking tot een nieuwe haven/doorgang/toevoerweg, gecontroleerd door een kasteel met als doel de logistiek te beheersen ten einde de Westfriezen op hun knieën te dwingen. Vandaar de naam 'Nieuw Deuren' ('Niwendueren').

Ben Dijkhuis, met medewerking van Bernd Ooijevaar (juni 2010)


Voetnoten:
1. Deze dam zou in ca. 1264 zijn aangelegd (Lit. 224). Hier lijkt een kleine discrepantie op te treden. De regeerperiode van Floris V begon pas in 1266.
2. In het handschrift staat Mo CCo LXXo primo. In de verwijzing naar dit handschrift in de Registers van de Hollandse grafelijkheid 1299-1345: KE_014 staat abusievelijk 1277. In 1272 sneuvelde Wouter de Vries, baljuw van Kennemerand, bij de Nieuwburg bij Alkmaar.
3. Met dank aan Rob Gruben voor deze tip en dank aan de latinisten.
4. Helaas is een waterweg met de naam More op diverse oude kaarten niet geïdentificeerd. Op een kaart van Johannes Dou uit 1682, vallen wel aan de westzijde van de Rekere drie namen van sloten op: Bommers Moor, Catrycker Moor en Groeter Moor. Als deze sloten een connectie hebben met de oorspronkelijke More, dan heeft Floris V zijn vaarroute naar Alkmaar aan de westzijde van de Rekere gepland.
5. Andere stormvloeden: 1288, 1322, 1342, 1364, 1375, 1377, 1404


Geraadpleegde bronnen en literatuur:
(Lit. 5, J.W. Groesbeek)
(Lit. 17, D.P. van Wigcheren; J.G.N. Renaud, A.I.J.M. Schellart)
(Lit. 34, J. de Vries)
(Lit. 34a, J. de Vries, F. de Tollenaere)
(Lit. 72a, J.C. Kort, p. 669)
(Lit. 72h, J.C. Kort, p. 244)
(Lit. 124, G.T.C. van den Berg, p. 17,18, bijlage 2)
(Lit. 167, F. Van Mieris, III, p. 361
(Lit. 198, J.T. Bremer, P. Dekker, p. 18)
(Lit. 224, J. Westenberg, p. 31-40)
(Lit. 228, Th. Bakker, p. 2)

[Home]