Inzake de naam Nuwendoorn

Door Ben Dijkhuis en Bernd Ooijevaar (31-05-2010)(update 17-02-2017)

Over de naam van de dwangburcht Nuwendoorn bij Warmenhuizen/Krabbendammen is, sinds de ontdekking van de fundamenten in 1948 en de consolidatie ervan in 1967, veel gespeculeerd en is tegenwoordig nog een onderwerp tot controverse tussen betrokken (amateur)historici.


De naam vindt men in verschillende hoedanigheden terug in diverse bronnen: Nieuwedoren, Niwendueren, Nyewendoren etc. Verder bestaat nog de huidige toponiem van het perceel, waarop het kasteel heeft gestaan, Nieuwe Deuren.
De enige primaire bron waarin het kasteel wordt genoemd is de Rijmkroniek van Melis Stoke, 'clerc' en geschiedschrijver in dienst van de Graven van Holland aan het eind van de 13e/begin van de 14e eeuw. Stoke refereert blijkbaar naar een 'toponiem' Nuwendoren of Niwendueren, dus de plaats waar het kasteel is gebouwd:

"..Hi (=Floris V) hadde begonnen ten Nuwendoren.." en: "..Ende braken thuys ten Niwendueren.."

Er zijn diverse etymologische verklaringen voor de naam. Voor het eerste deel ervan, 'nuwe', 'nye', 'niwen', etc., is het evident dat deze betrekking heeft op het woord 'nieuw'. Wat dit laatste impliceert, wordt verderop besproken.
Met betrekking tot het tweede deel 'dore', 'doren', 'doorn' en 'dueren' ligt het wat lastiger. Het woord 'dore', komt men in ieder geval nauwelijks in het noorden van Noord-Holland en West-Friesland, tegen. Groesbeek suggereert in dit verband naar een connectie met het Keltische woord 'dore' (Lit. 5, J.W. Groesbeek). Een woord dat wij ook tegenkomen in bijvoorbeeld 'Dorestad', maar dan in de betekenis van 'haven'...
In een artikel uit 2002, braken de auteurs J.T. Bremer en P. Dekker een lans voor een andere verklaring. De naam Nuwendoorn of Nieuwendoorn zou genoemd zijn naar de uitstekende hoek van de uitlaagdijk, vlak bij het kasteel in de voormalige Zijpe. Dit mede verwijzend dat het woord 'doorn' vaak naar een uitstekende punt of hoek verwijst. Zoals dat wordt geïllusteerd door de namen: IJdoorn (in het buiten-IJ, uitspringende polder, Doorwerth (voorheen Dorenweerde, een uitstekende uiterwaarde in de Rijn) en Doornenburg (kasteel op de uitspringende hoek van de Betuwe)(Lit. 198, J.T. Bremer, P. Dekker).
De etymologische woordenboeken van J. de Vries vermelden, dat het oud-Ierse woord 'dorus' is gerelateerd aan het woord 'deur'. Zo kende het Middelnederlands en het oud-Fries de zelfstandige naamwoorden, 'dore', 'dure', 'doere', 'deure' (= deur, poort), alsmede de voorzetsels, 'dore', 'duere' (= door) (Lit. 34, J. de Vries) (Lit. 34a, J. de Vries, F. de Tollenaere).

Indien we het woord 'deuren' in de toponiem 'Nieuwe Deuren' dus letterlijk nemen, betekent dit exact gezegd, 'deuren'. Inderdaad, dingen die je open en dicht kunt doen! Waarmee we op een zeer plausibele naamsverklaring komen, die reeds eerder is geopperd door de auteur, G. van den Berg van het Bureauonderzoek kasteelterrein 'Huys ten Nuwendoorn' (2007), hetgeen ter voorbereiding van de herinrichting van het kasteelterrein (2008-2010) was opgesteld (Lit. 124, G. van den Berg).

In 1961 zijn door amateurarcheoloog C. Wagenaar, de resten van een bakstenen sluis waargenomen, die op eikenhoutenplanken was gefundeerd. De doorgangsbreedte en de lengte hiervan, bedroegen resp. ca. 7 en 21 meter, hetgeen het aannemelijk maakt dat, gezien deze breedte, de vondst betrekking heeft op een 13e eeuwse schutsluis. Of, gezien de meervoudsvorm mogelijk een combinatie van een spui- en schutsluis naast elkaar. Deze sluis (sluizen) hebben dus gelijktijdig met het kasteel bestaan.
Zoals we zullen zien, ligt het voor de hand, dat zowel het kasteel als de sluis deel uitmaakte van het beheersconcept van Floris V, namelijk een adequate verdediging en een bijbehorende logistiek voor de aan- en afvoer van goederen.

Twee situaties rond het 'Huis te Nuwendoorn'. Links: de tegenwoordige situatie, rechts: die van 1858. Rechts is nog de oude verkaveling, met Hemtsloot nabij het kasteelterrein zichtbaar. Links is de Hemtsloot of Heemtsloot verdwenen. De driehoekvorm is de versterkte uitlaagdijk, de oorspronkelijke dijk lag meer naar het kasteel toe..

Rond 1100 kreeg het Zijper zeegat een verbinding met de bovenloop van de veenrivier de Rekere, doch tijdens twee zware stormen in 1248, werd in het Zijper zeegat een grote geul van zo'n kilometer breed uitgesleten. Om verdere schade te beperken, werden diverse maatregelen getroffen. Aanvankelijk werd de Schoorldam aangebracht (1200) en in 1264 werd een dam in de Rekere aangelegd (Rekeredam, tegenwoordig: Oude Schoorlse Zeedijk). Het laatste vormde niet louter een verdediging tegen het oprukkende water, doch werd daardoor snel een obstakel voor de scheepvaart en gaf problemen voor de afwatering. Het mag duidelijk zijn, dat voor het transport van goederen een oplossing gevonden moest worden, waarbij de aanwezigheid van een schutsluis in de omringdijk, een deel van de oplossing, was.
Reeds in 1277 was er sprake van het plan voor het plaatsen van een (schut?)sluis in de Rekeredam:

17 febr. 1277 Graaf Floris beleent Wouter de Vriese met de huishoenders in Oudorp en Vronen, en voorts met de muddepenning, de tol buiten de jaarmarkt en de visserijk in de sluis te Alkmaar, met de bepaling dat wanneer een sluis in de Rekeredam wordt gelegd, Wouter ook daarin de visserij in leen zal krijgen. [NA; Archief van de Graven van Holland (AGH); 255; fol. 2v; 17 februari 1277]
Op 15 april 1290 gingen deze goederen over op zijn drie zonen Mense, Jan en Wouter [NA; AGH; 255; fol. 2v].

Het is dus aannemelijk om te veronderstellen, dat Floris V de toevoer van goederen via de noord-oost kant van West-Friesland, vanuit het Zijper-zeegat wilde beheersen, en dat hij mede daarvoor het 'Huis te Nuwendoren' liet bouwen. Een recente reconstructie laat zien, dat er een goede vaarweg aantoonbaar is, die vanuit de plaats waar Wagenaar de (schut?)sluis vond, als een lus, met de Hemtsloot (Heemtsloot), de Brugsloot langs Warmenhuizen, via de Damsloot richting de (rond 1990 nog in werking zijnde) schutsluis bij Schoorldam, liep. Van daaruit naar de Rekere, die weer toegang richting Alkaar en de rest van West-Friesland gaf. De reconstructie toont eveneens de sluis met dam ('Krabbendam'), eventueel met een haven, alsmede een directe waterweg naar het kasteel. De bijgaande afbeelding, toont een schematische weergave van deze reconstructie, die is ontleend en afgeleid van het betreffende archeologische rapport (Lit. 124, G. van den Berg). (Zie externe link: Reconstructie uit lit. 124 )

De sluis en eventueel een haven bij het kasteelterrein en bij Schoorldam, worden diverse keren genoemd, alwaar in dit verband, naast de scheepvaart, ook de rol van de visserij belangrijk is geweest.

Dat het kasteel via het water bereikbaar was, blijkt uit een onderhoudsrekening van 1345, alwaar er zand vanaf de dijk werd aangevoerd:

"Item neghen scute, die dat sant van den dike ant huus voerden"

Een ander deel van de aanvoer vond grotendeels via de Rekere plaats (goederen uit Alkmaar en Amsterdam):

"van Amestelredam tot Nuwendoren te veerscat.....meester Florens van den oestel ende van den stucke van Amestelredam tot Middelborch [kasteel Middelburg bij Alkmaar] te brenghen...van Middelborch tot Nuwendoren te veerscat"

(Zie pagina: Onderhoud aan het Huis te Nuwendoorn. Grafelijke rekening uit 1345)

Na 1366 wordt het Huis te Nuwendoorn niet meer in de grafelijke rekeningen genoemd, doch de draad werd pas weer in 1392 opgepikt, zonder dat er nog sprake van een kasteel (in ieder geval niet de functie ervan) was. Het is bekend, dat het terrein rond deze periode zwaar door meerdere overstromingen is geteisterd (Lit. 17, D.P. van Wigcheren; J.G.N. Renaud, A.I.J.M. Schellart) (noot 1).
Uit onderzoek blijkt dat de grachten van het kasteel waren volgespoeld, waaruit blijkt dat het kasteel volledig ten prooi aan het water was gevallen. De sluis of de plaats ervan, was mogelijk de zwakke plek in de West-Friese Omringdijk en mogelijk de plaats waar de doorbraak plaatsvond.

Het type van de sluis die door Wagenaar in 1961 werd gevonden, is gebaseerd op een techniek die tijdens eerste helft van de 13e eeuw is ontwikkeld, en nog maar mondjesmaat werd toegepast, onder meer bij het dorpje Spaarne bij Haarlem (Lit. 124, G. van den Berg). Het is daarom bijzonder aannemelijk, dat de naam van het kasteel naar, de toen 'nieuwerwetse', sluis is genoemd, die mede door het kasteel bewaakt diende te worden. Hetzij met betrekking tot een nieuwe haven/doorgang/toevoerweg, gecontroleerd door een kasteel met als doel de logistiek te beheersen ten einde de Westfriezen op hun knieën te dwingen. Vandaar de naam 'Nieuw Deuren' ('Niwendueren').

Ben Dijkhuis, Bernd Ooijevaar (juni 2010)


Voetnoten:
1. Andere stormvloeden: 1288, 1322, 1342, 1364, 1375, 1377, 1404


Geraadpleegde bronnen en literatuur:
(Lit. 5, J.W. Groesbeek)
(Lit. 12, R.P. de Graaf)
(Lit. 17, D.P. van Wigcheren; J.G.N. Renaud, A.I.J.M. Schellart)
(Lit. 34, J. de Vries)
(Lit. 34a, J. de Vries, F. de Tollenaere)
(Lit. 72, J.C. Kort)
(Lit. 124, G. van den Berg, Hollandia Archeologen)
(Lit. 125, J.C. Kort)
(Lit. 198, J.T. Bremer, P. Dekker)

[Naar boven][Home]
(Onderstaande link breekt aktieve frames!)
[Huidige pagina]