Een 13e eeuws versterkt huis in Schoorldam

Een tolhuis of burcht?

(Door Ben Dijkhuis, januari 2016)
Naar de Nuwendoorn in de 13e eeuw →

Inleiding

Het is al zeker meer dan zeven jaar geleden dat een vrijwilliger van het Hollandse Kastelenteam mij op de hoogte bracht van de aanwezigheid van kloostermoppen (middeleeuwse bakstenen), op het perceel weiland bij Schoorldam van de eigenaar Jeroen Dekker. Het is bizar dat deze belangrijke vondsten destijds nooit door instanties zijn opgepikt. In 2010 kwam daarin een keerpunt, maar niet zonder de nodige commotie. Vanwege de aanleg van nieuwe op- en afritten van rijksweg N9, is er ten oosten van de Evendijk een nieuwe bermsloot gegraven die vanaf de Damweg van Schoorldam zuidwaarts liep. Onderzoek van het betreffende gebied leverde de vondst van nog meer kloostermoppen op, waarvan aanwezige archeologen aanvankelijk veronderstelde dat men te maken had met een, met 14e eeuwse stenen dichtgegooide sloot. Men concludeerde dat op een scherfje Badorf na, alle kleiafzettingen homogeen en schoon van materiaal waren. Na een inspectie door archeoloog Frans Diederik van de Archeologische Werkgroep Kop van Noord-Holland werd men verrast door het feit dat het spoor aan gevonden puinresten in werkelijkheid geen sloot, maar een zogenaamde uitbraaksleuf was, met een oorspronkelijk breedte van 1,33 meter. Daarnaast, ca. 26 meter zuidelijker, vond men nog een bredere puinbaan van 1,80 m, doch rijker aan stenen en steenfragmenten.
De sporen werden opgemeten en de stenen werden meegenomen voor verdere determinatie. Daaruit is gebleken dat na vergelijking met de stenen van de noordelijke gelegen kasteel Nuwendoorn, deze als 13de eeuws konden worden gedetermineerd.

Het gebied bij Schoorldam in de situatie van 2005, waarop de eerste vindplaats is aangegeven. Het stuk land is hier nog niet doorsneden door de bermsloot en de nieuwe weg. (Bron: Google Earth)

Nieuw veldonderzoek

Naar aanleiding van deze nieuwe, vooral verrassende bevindingen werd door Frans Diederik, samen met Arthur Griffioen van Hollandia Archeologen een nieuw veldbezoek uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek zijn uiteindelijk vier archeologische sporen geregistreerd: een greppel, de twee hiervoor genoemde uitbraaksleuven en een houten paal (Lit. 187, A. Griffioen). Het is verbazend dat Jeroen Dekker, die tijdens dit veldbezoek aanwezig was, ook nog eens meldde dat bij het graven van de nieuwe sloot, de aanwezige archeologen de stenen hadden moeten zien liggen. De nieuwe ontdekkingen wekte de verbazing bij de Provincie en de gemeente Bergen omdat niemand van een eventuele archeologische vondst op de hoogte was.
Op circa 3,75m van de zuidelijk uitbraaksleuf vond men nog een greppel, gevuld met klei en steenfragmenten. Dat laatste kan duiden op een veenafgraving, een sloot of zelfs een slotgracht! (Lit. 187, A. Griffioen) Naast de 11 hele stenen, waarvan is vastgesteld dat deze afmetingen hadden van gemiddeld 29,5 x 14,7 x 6,9 cm, zijn stukjes leisteen voor dakbedekking aangetroffen. Verder vond men Badorfaardewerk (carolingisch) met radstempel, een stukje Andenne (12de-13de eeuw), protosteengoed (13de eeuw) en twee grijze kogelpotten.

Kon hier sprake zijn van een 13de eeuws kasteel of dwangburcht, die de Hollandse graaf en Roomskoning Willem II, de vader van Floris V nabij de Schoorldam liet bouwen? Er werd zelfs gespeculeerd dat er sprake was van een voorloper van de noordelijker gelegen burcht de Nuwendoorn. Ondanks het feit dat de muren hooguit 1,33-1,80 meter dik waren, blijkt de mogelijkheid van een kasteelachtig object echter niet onwaarschijnlijk. In ieder geval moet het formaat van het gebouw behoorlijk robuust zijn geweest. Omdat de uitbraaksleuven, naar mededeling, een krom verloop hadden, bestaat het eveneens het vermoeden dat er mogelijk sprake is van een rond gebouw, hetgeen op een soort kasteel kan wijzen. Misschien voorzien van een slotgracht.
Uit de literatuur blijkt echter dat er sprake zou zijn van een tolhuis, voornamelijk met betrekking tot het innen van de tol van Vroonen.

Linker foto: duidelijke restanten aan de oostzijde van de zuidelijke uitbraaksleuf. Rechter foto: Enkele van de gevonden kloostermoppen. (Foto's zijn door de ontdekker, Frans Diederik vriendelijk ter beschikking gesteld)

Literatuurverwijzingen

In eerste instantie vond men slechts twee, relatief recente verwijzingen naar de restanten van een tolhuis bij Schoorldam, ten oosten van de Evendijk (deze middeleeuwse dijk was ten westen van de veenrivier de Rekere aangelegd). Te beginnen met een vermelding in A.J. van der Aa Aardrijkskundig Woordenboek (deel 10, 1847, p. 278/9)(Lit. 186):

"Bewesten Schoorldam wijst men op een hoog stuk land de plaats aan, waar het Tolhuis van Vroonen zoude gestaan hebben, aan de vaart van Vronen naar Petten. In 1331 is de nieuwe vaart van Alkmaar naar Schoorldam gegraven, om die met de vaart op Petten te vereenigen."

Portret van Abraham Jacob van der Aa (1792-1857). Door door A. J. Ehnle.
Portret van Simon Eikelenberg (1663-1738). Anoniem, 1799. Teylers Museum
Dit soort percelen land, werden reeds door Alkmaarse historicus Simon Eikelenberg gezien. Hij noemde deze Hoge Werven of Hoge Huiswerven ('Gedaante en Gesteldheid van Westvriesland Voor den Jaare MCCC. En teffens Den Ondergang van het Dorp Vroone'; 1714; p. 19, 30)(Lit. 180):

"LXXVII Aan de oostzijde van de Reekerdijk [Evendijk], en onmiddellijk aan het Vlek Schoorldam, verheffen zig eenige Akkers hooger dan de Velden die, na 't zuyden en noorden daar neffens leggen: en vervolgens ziet men, van daar, langs de Greb en Tjaarlingsmeiren zig een streek van hoog Weidland, tot aan Warmenhuizen verspreiden..."

Verder:

"...CXXIII. Weinig zulke hooge Werven vind men in de Ban van S. Pancras, en nog minder in die van Oudorp. CXXIV. Dog veele zoodanige Huiswerven vind men in Westvriesland. En de overlevering, en de algemeene gevoelens, en de Reeden, verzeekeren dat dezelve, voor de bedijking der Meiren, nergens anders om zoo hoog zijn gemaakt om de Woningen, voor de hooge Vloeden, in veiligheid t stellen."

Een zeer opvallende passage vindt men in een artikel van P. Noordeloos in de periodiek 'West-Frieslands Oud en Nieuw' (1959, p. 53)(Lit. 61) bij het ter sprake brengen van de dwangburchten van Floris V:

"Eenzaam in het noorden van het Geestmerambacht verrees de Enigenburg aan de Zijpe ter controle van de weg naar Schagen. Tenslotte werd nog op de westzijde van de Rekere, maar ten oosten van de Evendijk nabij Schoorldam, op de Hoge Werf de Nyendoorn als bewaker van de noordelijke top van Kennemerland geplaatst."

Deze uitspraak is nogal opvallend, maar eveneens verwarrend, omdat reeds in 1948 de funderingen van de Nuwendoorn waren ontdekt, die door voormalige geschiedschrijvers de naam de Eenigenburg had gekregen. Het is onduidelijk waarom Noordeloos de locatie van de Nuwendoorn foutief bij Schoorldam plaatste.
Daarentegen gaf Simon Eikelenberg ca. 200 jaar eerder wel de juiste positie van de Nuwendoorn, maar abusievelijk onder de naam Eenigenburg ('Alkmaar en zyne geschiedenissen', 1747, p. 93)(Lit. 158):

"..Voorts digt bij den oostelijksten randt van de Zijp, die, nog onbedijkt, de westzijde van West-Friesland bespoelde, een half uur noordwestelijk van 't dorp Warmenhuijse, op en stede doe Nieuwendoorn geheten, leggen hooge Akkers, daer werdt Eenigenburch neergezet.."

Het abuis van Noordeloos is waarschijnlijk veroorzaakt van een foutieve interpretatie van een belangrijke passage uit de 'Cronyk van de Stad Medenblik' van Dirk Burger van Schoorl (1728, p. 79-80)(Lit. 175):

"De wech ofte dyk die noch huiden van Zanegeest afloopt na Schoorel dam toe by de Reekers (dat zyn Lage Landen) langs, ik zegge deze Dyk wort huiden noch genaamd de Evendyk, dat is te zeggen de Haven-dyk, want in die tyd zeide men Even, Heven, tegen een Haven, ook mede leid daar noch een stuk Land bewesten Schooreldam aan deeze voorschreven Even, Heven ofte Haven-dyk, dat zeer hoogh is, waarop de fondamenten noch zyn te vinden van het Tolhuis van Vroonen, want al de Scheepen die bewesten Petten (daar 't Honsbos leid) quamen in zeilen, moesten alhier vertollen, eer dat zy aan de Stad Veroonen quamen, om haar waren aldaar te venten."

De locatie die Noordeloos en Dirk Burger van Schoorl beschrijven, komt redelijk overeen met de locatie waar de muurresten zijn gevonden.

"...mede leid daar noch een stuk Land bewesten Schooreldam aan deeze voorschreven Even, Heven ofte Haven-dyk, dat zeer hoogh is, waarop de fondamenten noch zyn te vinden van het Tolhuis van Vroonen...". Artist's impression.

Tolhuis of burcht

Men gaat er vanuit dat de dam in de Rekere bij Schoorl (de 'Schoorldam') rond 1200 is aangelegd. De aanleg van de Rekeredam (nu: Oude Schoorlse Zeedijk) in 1264, zorgde voor bescherming tegen eventuele watervloeden die vanuit de Zijpe het achterliggende gebied kon bereiken. Schoorldam kreeg in dit verband tevens een belangrijke ontsluitingsfunctie, mede gezien dat er ook een sluis en een haventje was (Lit. 12, R. de Graaf). Schoorldam speelde daarmee een belangrijke rol voor de af- en aanvoer van goederen. Niet louter voor de aanvoer voor het kasteel de Nuwendoorn bij Krabbendam, maar kennelijk ook voor de handel met Vronen.
Een analyse van Hollandia Archeologen in hun rapport toonde aan dat er een bovendien een vaarweg vanaf de sluis bij Schoorldam naar de Nuwendoorn bestond (Lit. 124, G. van den Berg).
De Hollandse graven waren scherp op het bewaken van de vaar- en toegangswegen van en naar West-Friesland. Naast de burchtenbouw langs de West-Friese Omringdijk, die als steunpunten voor deze controle dienden, was het innen van tol een lucratieve bron van inkomsten. Het is daarom niet verwonderlijk dat de aanwezigheid van een tolhuis op diverse plaatsen een rol van betekenis vervulde.
Het zou zomaar kunnen zijn dat de sterkte bij de Schoorldam, naast tolhuis ook bredere functie gehad had ten dienste van de Hollandse graven. Bijvoorbeeld bewaking en andere administratieve zaken. Het idee dat het 'Huis' van Schoorldam, mogelijk een voorloper was van het later gebouwde kasteel de Nuwendoorn, is op zich niet zo'n gekke gedachte.

Zie ook op www.dwangburchten.nl: Inzake de naam Nuwendoorn.

Fragment van de kaart van Willem Jansz. en Joan Blaeu, Theatrum Orbis Terrarum (>1642). Collectie Universiteit van Utrecht. Hierop zijn de posities van restanten van het 'tolhuis' (rood kruisje) en die van het kasteel Nuwendoorn (blauw kruisje) aangegeven.

Geraadpleegde literatuur:
(Lit. 12, R. de Graaf, p. 240)
(Lit. 61, P. Noordeloos, p. 53)
(Lit. 124 G. van den Berg, p. 17, 18)
(Lit. 158, S. Eikelenberg, p. 93)
(Lit. 175, D. Burger van Schoorl, p. 79, 80)
(Lit. 180, S. Eikelenberg, p. 19, 30)
(Lit. 183, F. Diederik, p.3)
(Lit. 184, F. Diederik, p. 23)
(Lit. 185, A. Griffioen, p. 10, 11)
(Lit. 186, A.J. van der Aa, 10, p. 278)
(Lit. 187, A. Griffioen)

Www:
Middeleeuwse kasteel ontdekt in Schoorl?; Provincie Noord-Holland; Nieuwsartikel 14 juni 2012.
De burcht van koning Willem II ; Noordhollands Dagblad; Nieuwsartikel 14 juni 2012.

[Naar boven]         [Volgende] [Home]
Naar de Nuwendoorn in de 13e eeuw →

(Onderstaande link breekt aktieve frames!)
[Huidige pagina]