Middeleeuwse dwangburchten van West-Friesland en Alkmaar
[Home][Kaart][Introductie][English ][Burchten/kastelen chronologie][Overige objecten][Artikelen][Pre-Hollandse periode][Gegevens- en bronnen]

[Terug naar de inhoud artikelen]     [Home]

Diverse artikelen met betrekking tot de West-Friese dwangburchten en kastelen

Nog iets over de rol van het Hollandse gravenhuis in West-Friesland en Medemblik

Door Ben Dijkhuis
(Update 22-07-2021)

De vraag is, wat het moment was dat bepaalde rechten in belangrijke mate zijn overgegaan naar het gravenhuis van Holland, met andere woorden, vanaf wanneer waren deze graven de mening toegedaan, dat zij het recht hadden op het bezit van West-Friesland?
Graaf Dirk II (graaf van West-Frisia 965-988) bezat reeds de goederen in Medemblik, terwijl de opbrengsten ook ten goede kwam aan de St. Maartenskerk.

Deze webpagina handelt voornamelijk over de perioden van vóór die van Roomskoning Willem II en graaf Floris V. Om enigszins een beeld te geven met betrekking tot de voorgeschiedenis, geef ik hierbij een kort chronologisch overzicht van deze.

De eerste vermelding van de namen van 'West-Friesland' en 'Medemblik' en de titel 'graaf van Holland'.

860-948
De goederenlijst van de Sint Maartenskerk in Utrecht, die over deze periode is opgesteld, bevat de eerste bekende vermelding van Medemblik. De nederzetting werd genoemd met betrekking tot het bezit van koninklijke tienden: Medemolaca regalis decima.

"In Medemolaca regalis decima, et insuper sicut continentur aque que uocantur Uiuuuarflet totum sancti Marinti...."
(In Medemblik de koninklijke tiend, en bovendien behoort alles wat men rekent tot het water dat Viuwarflet genoemd wordt tot Sint Maarten.....)*

Ondanks dat Medemblik hierin niet werd genoemd, is het bekend dat volgens een oorkonde uit 753, dat door Frankische koning Pepijn III (714-768) aan St.-Maartenskerk een schenking werd gedaan. Hieruit valt af te leiden dat de Medemblikker tienden daar een onderdeel van was. 1, 2

*Het is mogelijk dat met het toponiem 'Viuwarflet', het water 'de/het Vliet' (nabij Medemblik/Wervershoof) wordt bedoeld.

889
Vanaf ca. 810 vielen de Noormannen, die de 'Lage Landen' binnen. De heersende rivaliteit tussen de Friezen en Franken raakte daardoor op achtergrond. De Friese bevelhebber Gerulf (Gerolf) vervulde een belangrijke rol bij de moord op de beruchte viking-hoofdman Godfried. Als dank ontving Gerulf in 889, met instemming van de Frankische graaf Arnulf diverse landgoederen en bezittingen tussen de Oude Rijn en 'Suithardeshaga', alsmede die van Teisterband en Tiel. Gerulfs oudste zoon, Waltger, erfde de bezittingen in Teisterband en Tiel. Gerulfs jongere zoon Dirk (Dirk I van Holland) kreeg de bezittingen van Holland, waarmee Gerulf als de stamvader van het Hollandse gravenhuis wordt beschouwd.

922
In 922 verkrijgt Dirk eveneens de kerk van Egmond en diens bezittingen. In 969 krijgt Dirk's kleinzoon Dirk II aanzienlijke bezittingen.1, 2

985 (juni)
Koning Otto III (van het Heilige Roomse Rijk) schenkt, op voorspraak van keizerin Theophano, aan graaf Ansfried het deel van de koninklijke inkomsten uit tol, munt en cijns te Medemblik, dat deze tot nu toe van hem in leen hield, alsmede de van de koning gehouden lenen in het graafschap Friesland en in Neder-Maasland: '..in villa quae dicitur Medemelacha…'. 3

985 (augustus)
Koning Otto III maakt, op voorspraak van keizerin Theophano ten behoeve van graaf Dirk II de goederen en opbrengsten allodiaal (vrij van leen), die deze van hem in leen hield, tussen Lier en IJsel, in Zonnemere, tussen waterstromen Medemelacha en Chinelosara-gemerchi en met uitzondering van het huisgeld, in Tesselgouw: '…inter duo flumina Medemelacha et Chinnelosara gemerchi…' .4 Het kan zijn dat de latere graven van Holland deze oorkonde als direct bewijs beschouwden dat West-Friesland hen toekwam.

1064
Koning Hendrik IV geeft de grafelijkheid die graaf Dirk in Westflinge en bij de Rijn bezat (inclusief de abdij Egmond), aan de kerk van Utrecht. De naam West-Friesland wordt hier dus Westflinge genoemd ('(Fries)land ten westen van het Vlie'): 'comitatum omnem in Westflinge….quem Theodricus comes habuit..'5

1101
Burchard, bisschop van Utrecht, schenkt de kerk van Thiedradeskerke aan het kapittel van Sint Jan te Utrecht. Hierin werd Floris II graaf van Holland genoemd: 'Florentius comes de Hollant' 6

1118
Godebold, bisschop van Utrecht, schenkt aan de Sint-Maartenskerk te Utrecht de kerk van Medemblik, opdat uit de opbrengst zijn jaargetijde bekostigd worden. Hierin: 'Occidentali Fresia, in villa que Medenblec vocatur'.7 Hier wordt in plaats van de naam 'Westflinge', in het Latijn, de naam 'West-Friesland' gebruikt.

De eerste vermelde krijgshandelingen tussen de West-Friezen en het Graafschap Holland, aan het einde van de 12de eeuw.

1132
In de winter van dat jaar verzamelde graaf Dirk VI, de zoon van Floris II, een leger en trok over het ijs naar West-Friesland en kwam in gevecht met dertig West-Friezen. Omdat heel West-Friesland door het ijs goed toegankelijk was, brandschatten de soldaten van de graaf zeer veel dorpen en namen vee, paarden, kledij en ander roerend goed als buit mee. Veel West-Friezen vonden de dood en na de zege trok het grafelijke leger met veel krijgsgevangenen terug naar Holland. (In de Gumbert-Hepp, et al: Annalen van Egmond is geschreven dat deze overwinning van de graaf voor velen en voor vrijwel heel Holland, tot onheil heeft geleid). Floris de 'zwarte graaf' kiest de zijde van de West-Friezen. 8, 9

1132
Graaf Dirk VI had een broer, die Floris de zwarte graaf, werd genoemd. Door toedoen van slechte raadgevers verloor hij de gunst van zijn moeder (Geertruida of Petronella van Saksen) en zijn broer Dirk VI. Veel edelen, maar ook het volk volgde hem. Toen de West-Friezen van deze tweedracht hoorden, stuurden zij gezanten naar Floris en beloofden hem de heerschappij over heel West-Friesland. 10
In deze tijd kwam Floris 'de Zwarte', de West-Friezen te hulp. Hij trok op naar Alkmaar, stak de stad en de kerk in brand. Leverde een jaar lang strijd tegen de Kennemers. Verbrandde landerijen en de woningen van de graaf, tot aan Haarlem toe en trokken 's nachts weer terug naar West-Friesland.11

1155
De West-Friezen met de naam Drechtingers, plunderden en verbrandden de naburige dorpen in Holland en Zaanden (verdwenen dorp ten zuiden van Zaandam). Uiteindelijk werden ze verslagen door Haarlemse dappere ridders en de dorpelingen van Osdorp. Ze doodden negenhonderd West-Friezen, die zich niet konden verdedigen. Vervolgens keerden zij met 40 man eervol terug naar Haarlem. 12, 13

1166
De West-Friezen nemen wraak vanwege de dood van 90 man in 1155. Daarvoor trokken zij over een wad met de naam Ockenvoorde (Occenvorth, mogelijk een doorwaadbare plaats tussen Oterleek en Oudorp in het meer de Waard14), gewapend met genagelde helmen, schilden, dolken en jachtspiezen richting Alkmaar en voerden een harde strijd zodat 80 Alkmaarders werden gedood. De West-Friezen staken vervolgens voor de tweede keer de stad in brand, maar spaarden de kerk. 15, 16

1168
Graaf Floris III trok in de winter van dat jaar, met een groot leger op naar West-Friesland en kwamen aanvankelijk in Schoorl aan, alwaar de graaf met zijn leger, waarvan enkele ridders, beraad voerden over hoe zij de ongehoorzame West-Friezen konden bestrijden. Daarop trokken zij op naar Schagen en brandden het dorp plat en beroofden de bevolking van hun bezittingen. Tijdens deze actie keken de West-Friezen, die zich heimelijk hadden verstopt, toe totdat het grafelijke leger vertrok en bereidden zich voor op hun terugkeer. De ridders van de graaf waren niet helemaal gerust op het resultaat van hun actie, en keerden terug om de overgebleven West-Friezen te vervolgen. Dat liep verkeerd voor deze ridders af, want ze moesten een zware strijd voeren, omdat de West-Friezen uit hun schuilplaatsen kwamen en de ridders ontvingen met een verrassingsaanval. Enkele ridders werden enorm bang en konden ontsnappen, terwijl de rest door de overmacht sneuvelde. Dat waren Simon van Antwerpen, Floris Rust, Allard van Egmond, Bruin van Castricum, Gerard van Monster en Evert van Noordwijk. Hun stoffelijke resten werden uiteindelijk naar Egmond vervoerd en daar begraven. Dit bloedbad vond plaats op maandag 22 januari, de dag van Sint Vincentius.17, 18

1169
Op St. Hypolitusdag (13 augustus), de dag waarop de West-Friezen hoogtij vierden, verzamelden zij een groot leger om naar Alkmaar op te trekken, met als doel de stad te verwoesten. Zij staken de voorde in de Rekere over een legden de stad wederom in de as. Ze werden echter verslagen door ridders, gesteund door Kennemers, die via water en land kwamen aanzetten. Er werden dertig van de allersterkste West-Friezen doodgeslagen, terwijl de overgebleven strijders op de vlucht gingen, richting West-Friesland. Er kon geen achtervolging door het grafelijk leger plaatsvinden, door een tekort aan paarden, terwijl de Vlaamse boogschutters in dienst van de graaf, te laat kwamen. 19, 20

Spoedig daarna trok graaf Floris III met een sterk leger naar West-Friesland, en staken de dorpen Winkel en Niedorp in brand. Voerden vervolgens naar Texel en Wieringen, alwaar het volk zich overgaf. Om hen verder met rust te laten, nam de Graaf genoegen met 4000 zilveren marken. 21

1195
Willem van Holland, de broer van graaf Dirk VII, kwam terug van zijn kruistocht in Jeruzalem. Ondanks dat hij hartelijk en met waardigheid door Dirk werd ontvangen, koos Willem na een conflict tussen beide broers voor de West-Friese Drechtingers, die daar welwillend hun toestemming daarvoor gaven. Dagelijks vocht Willem mee met de Drechtingers in de Hollands-Friese grensdorpen. 220

Graaf Dirk voelde zich genoodzaakt om zijn leger op te delen, omdat het graafschap van twee kanten werd bedreigd. Hijzelf trok naar Zeeland om tegen het leger van Baldewijn van Vlaanderen te strijden. Het voortdurende gevecht tegen de West-Friezen liet hij verder over aan zijn echtgenote Adelheid (Aleid), die in Egmond verbleef. 23

Graaf Dirk trok met zijn schepen naar Zeeland en was succesvol tijdens de gevechten met Baldewijns troepen. Aleid was zeker niet bang uitgevallen en trok ondersteund door Egmondse strijders op naar Alkmaar, alwaar zij de gevechten met de West-Friezen weerstond. Willem van Holland, wilde met een groot West-Fries leger daartegen optreden, ware het niet dat een aantal West-Friezen liever op eigen houtje actie ondernamen en zich vanuit Winkel en Niedorp haastten om een som geld van de gravin te innen en lieten Willem met de andere West-Friezen daarbij in doodsangst achter. Vervolgens werden zij door Kennemers opgejaagd en omsingeld bij een drinkplaats, waarna er een gevecht plaatsvond. Hierbij ontsnapte Willem nauwelijks aan de dood. De gravin, verwijtte zich de pech van Willem niet, maar wel haar eigen nalatigheid in deze. Daarna bleef zij trouw aan Willem 24. Willem werd in 1203 de 12de graaf van Holland. 25

1234
Graaf Floris IV, de zoon van Willem I, overlijdt op 14 augustus van dit jaar tijdens een toernooi in Corbie (Frankrijk) en wordt begraven in Rijnsburg. Otto, de bisschop van Utrecht wordt belast met de bescherming van Floris zijn zevenjarige zoon Willem (later Roomskoning Willem II) en kreeg daarbij mederechten over het Graafschap Holland. 26


Voetnoten en geraadpleegde bronnen:
1. Lit. 33C, Besteman, p. 17
2. Lit. 190, van Leeuwen, p. 57,58
3. Lit. 93, Koch, Kruisheer, Dijkhof, I, nr. 54, p. 100-103)
4. Lit. 93, Koch, Kruisheer, Dijkhof: Oorkonden Holland Zeeland I, nr. 55, p. 104-106
5. Lit. 93, Koch, Kruisheer, Dijkhof: Oorkonden Holland Zeeland I, nr. 85, p. 162-163
6. Lit. 93, Koch, Kruisheer, Dijkhof: Oorkonden Holland Zeeland I, nr. 92, p. 190
7. Lit. 93, Koch, Kruisheer, Dijkhof: Oorkonden Holland Zeeland I, nr. 100, p. 208
8. Lit. 88, Bruch, p. 71
9. Lit. 203, Gumbert-Hepp, Gumbert, Burgers: Annalen van Egmond, p. 175
10. Lit. 203,Gumbert-Hepp, Gumbert, Burgers: Annalen van Egmond, 175,177
11. Lit. 88, Bruch, p. 71/72
12. Lit. 88, Bruch, p. 79
13. Lit. 203,Gumbert-Hepp, Gumbert, Burgers: Annalen van Egmond, p. 221
14. Lit. 232, Komen: p. 5
15. Lit. 88, Bruch, pp. 82, 83
16. Lit. 203, Gumbert-Hepp, Gumbert, Burgers: Annalen van Egmond, p. 241,243
17. Lit. 88, Bruch, p. 83
18. Lit. 203, Gumbert-Hepp, Gumbert, Burgers: Annalen van Egmond, p. 253
19. Lit. 88, Bruch, p. 84
20. Lit. 203, Gumbert-Hepp, Gumbert, Burgers: Annalen van Egmond, pp. 255,257
21. Lit. 88, Bruch, p. 84
22. Lit. 88, Bruch, p. 89
23. Lit. 88, Bruch, p. 89
24. Lit. 88, Bruch, pp. 89, 90
25. Lit. 233, de Boer, Cordfunke, p. 67
26. Lit. 88, Bruch, pp. 117, 118.


[Home]