Wat is bekend over het uiterlijk en de ligging van de Torenburg?

Een reconstructie


Hoe het kasteel eruit zag, was ook al de vraag voor de 19e eeuwse schrijvers Van Lennep en Hofdijk. Zij gaven een (geromantiseerde) beschrijving van het kasteel. Deze beschrijving was vol stelligheid. Er worden kenmerken aangehaald op zo'n manier alsof zij het kasteel en het interieur zelf hebben gezien. Zo vermelden zij dat de Torenburg werd gekenmerkt door vijf torens. Het slot zou omgeven zijn door drie grachten. De overgang van iedere gracht zou door een versterkte poort gaan. Ook spreken de schrijvers over andere bijzonderheden: de zware sterke muren en de ruime zalen en vertrekken.

"....Wanneer men de overlevering, door vroegere Alkmaarsche schrijvers geboekt, gehoor mag geven, dan moet Torenburcht aanvankelyk van drie grachten omgeven zijn geweest, waarvan de overgang telkens door eene versterkte poort werd beschermd. Het kasteel had twee ingangen: éen naar het westen of de Kennemer, en éen naar het noorden of de Friesche zijde. De muren waren zwaar en sterk, en vol vertrekken, geschikt tot het bergen van krijgslieden. Van de vijf torens stonden er twee voor, twee ter zijde, en &ecute;en achter aan den wal. Op den hoogsten toren vond men een ijzeren baken, geschikt om vuur in te stoken, wanneer eenig naderend onraad by nacht noodzakelyk maakte om het noodsein te geven. Boven de poort van den hoofdingang, naar de zijde van den dijk, stond in 1354 nog een gehouwen Bentheimer steen, van boven rondvormig, waarin een burcht, het oude stedewapen, op doodshoofden staande en van eenig gothieseh letterschrift omgeven, zichtbaar was. Behalven de ruime zalen en vertrekken, bevond zich binnen het kasteel ook nog eene kapel. Hier en daar waren vercieringen door halve steenen beelden aangebracht; en dat het gebouw in 1351 nog tot in de geringste byzonderheden onderhouden werd, blijkt uit een vergulden weêrhaan, die dat jaarmerk droeg. De diepe buitengracht was aan de oostzijde tot eene vaart verlengd, langs welke de krijgskoggen geschikte gelegenheid hadden om zoowel de Swin- als de Voormeir in te stevenen, zoodat geheel West-Friesland ten allen tijde voor de Grafelyke benden open lag, en even gemakkelyk te water als te land besprongen kon worden. Ten zuiden van het kasteel werd eene vruchtbare plek gronds geschikt gemaakt voor een warmoeshof, en gedeeltelyk met boomen en bloemen beplant, tot een vergier of speeltuin voor den Slotvoogd en diens gezin. Deze plaats, die, even als een gedeelte van den grond des kasteels zelf, sinds lang binnen de stad getrokken is, draagt nog altijd den naam van Kooltuin......"
Afbeelding: De Torenburg. Litho van P.W.M. Trap: (1854)
In: J. van Lennep, W.J. Hofdijk; Merkwaardige kasteelen in Nederland.

E.H.P. Cordfunke wijst er op dat Van Lennep en Hofdijk hun gegevens hebben gebaseerd op een beschrijving die zij vonden in een manuscript van de Oudorpse notaris Jan Croll uit 1749. Croll had dit weer overgeschreven van een ouder handschrift, dat hij had aangetroffen in de verzameling-Eikelenberg. In dit handschrift staat niet alleen een beschrijving van het kasteel, maar maakt ook melding van een aantal voorwerpen die afkomstig zouden zijn van de Torenburg, waaronder een vergulde weerhaan met het jaartal '1351' dat op één van de torens zou hebben gestaan. Ook spreekt men van een grote Bentheimer steen, van boven rond, waarin het wapen van Alkmaar uitgehouwen was. Deze steen had in de tijd van Croll een plaats gekregen boven de deur van de stadstimmerwerf.
Croll zegt, dat in hetzelfde oude handschrift, een verwijzing staat naar een zekere Nannius. Deze Nannius beweerde dat in zijn tijd (1528) de fundamenten van het slot gezien konden worden toen Alkmaar werd omringd wallen en grachten.

Een afbeelding van de Friese Buitenpoort. Volgens een oud manuscript zou het uiterlijk gebaseerd zijn op die van de Torenburg
H. Tavenier: De Friese Buitenpoort (1787). Volgens een oud manuscript zou het uiterlijk gebaseerd zijn op die van de Torenburg.
(Regionaal Archief Alkmaar, PR 1000711)
Het oude handschrift bevat nog een zeer opmerkelijk bericht, waarin een beschrijving staat van het uiterlijk van de Torenburg ten tijde van graaf Willem II (de vader van Floris V):
"...Anno 1234 heeft graaf Willem (Willem I), graaf Dirks broeder, op desen borg zijn hof gehouden, zijnde toen een ronde toren daarna door koning Willem (=Willem II) tot een vierkante burcht gemaakt, hebbende op elke hoek een toren, als nu de Friese Poort nog is. De meeste steen is Duyvensteen geweest..."

Deze gegevens zijn helaas niet controleerbaar. Het originele oude manuscript waaruit Croll zijn gegevens haalde bevond zich niet meer in de verzameling-Eikelenburg. En dat is jammer want het verdwenen document verwijst naar oudere bronnen die in onze tijd onbekend zijn.

Zaken omtrent deze oude vermeldingen op een rij gezet: Wat zijn de feiten?

Het uiterlijk van de grondslagen van de Torenburg
Het uiterlijk van de grondslagen van de Torenburg.
(Lit. 9, E.H.P. Cordfunke).
De originele afbeelding van de plattegrond uit 1835 vindt u hier.
Het blootleggen van de funderingen in 1835 heeft veel duidelijk gemaakt. Op de plattegrond zien we muren van ca. 1 meter breed en twee zware torens met een uitwendige middellijn van ca. 7,5 m. Het is te zien dat de grote zuidelijke toren voor een deel verdwenen is. Blijkbaar is een deel weggebroken bij de aanleg van de stadsgracht in 1528. Daarvoor in de plaats kwam waarschijnlijk het kleine torentje dat misschien een onderdeel was van de omwalling. De Friese Binnenpoort stond juist op deze plek! De Friese Buitenpoort bevond zich meer westelijk.

We zien in een oogopslag de onregelmatige vorm van het kasteel. Dit is in tegenstelling met de eerder genoemde vierkante burcht. Ook lijken er een aantal bouwfasen te zijn, deze zijn zichtbaar in het zuidelijke gedeelte dat doet denken aan een 'woonvleugel'.

Aan de houten beschoeiing aan de westkant kunnen we afleiden dat de blootgelegde funderingen een groot gedeelte van het voormalige kasteel uitmaakten.





De (ondertussen verdwenen) funderingen van de Torenburg, geprojecteerd in de huidige situatie. Een afbeelding van de Torenburg, door A. Rademaker.
De (ondertussen verdwenen) funderingen van de Torenburg, geprojecteerd in de huidige situatie.
(Tekening: Ben Dijkhuis)
A. Rademaker: Fantasie penseeltekening van de Torenburg (1730): "'t Kasteel Toornenburg"..."lag oudstijds in Westfriesland bij Alkmaar".
(Regionaal Archief Alkmaar, PR 1000793 )

E.H.P. Cordfunke wijst op een sterke gelijkenis van de vorm van de fundering met een afbeelding van de Torenburg door A. Rademaker. Maar waarschijnlijk is dat louter toeval zodat de gravure op fantasie is berust. Van Lennep en Hofdijk hebben, duidelijk geïspireerd op de gravure van Rademaker, een litho vervaardigd.

Kunnen we een indruk krijgen van de omvang van het terrein van de Torenburg? Het bestond in ieder geval uit twee delen:

Hoog-Torenburg werd in 1528 tijdens de aanleg van het verdedigingswerk (stadswallen en grachten) van Alkmaar doorgraven, hierdoor kwam een deel van Hoog-Torenburg binnen de veste van Alkmaar te liggen, waaronder de "kooltuin". Deze grond werd spoedig bebouwd.

De zuidelijke begrenzing van Hoog-Torenburg.

Van oorsprong lag de Torenburg ten noorden aan het Voormeer. Het huidige straatje Torenbrug lag op de bedijking van dit meer en geeft zo de zuidelijke begrenzing van Hoog-Torenburg aan.

De oostelijke begrenzing van Hoog-Torenburg.

Volgens E.H.P. Cordfunke is deze terug te vinden op de kaart van Drebbel van de stad Alkmaar uit 1597. Deze begrenzing is aangegeven met een banpaal. In de 17e eeuw is deze grens verdwenen.

De noordelijke begrenzing van Hoog-Torenburg.

De ligging daarvan is af te leiden uit een document van 17 sept. 1577, waarin melding wordt gemaakt dat de stad Alkmaar enkele roeden van Hoog-Torenburg afneemt ten behoeve van een blokhuis buiten de Friese Poort

De afmetingen tussen de vastgestelde begrenzingen zijn kleiner dan 2 morgen (ca. 1,5 morgen).

Ook werd tijdens archeologisch onderzoek in 1969 de oostelijke grens van de "kooltuin" teruggevonden. Men trof namelijk resten van een beschoeiing aan.

Laag Torenburg grensde aan Hoog Torenburg. Deze werd door sloten begrensd zoals aangegeven op de kaart van Louris Pieterz. uit 1573.


Geraadpleegde bronnen en literatuur:
(Lit. 9, E.H.P. Cordfunke)
(Lit. 2, J. van Lennep, W.J. Hofdijk)

[Naar boven][Home]
(Onderstaande link breekt aktieve frames!)
[Huidige pagina]