Een opmerkelijke zienswijze

aangaande de locatie van het kasteel te Wijdenes
(Naar J. Koeman)

(Rev. 13-02-2007, 3e rev. 28-10-2010)


Inleiding

Vanaf 1970 tot en met 1987 verschenen in de dorpskrant Wijdenes en Oosterleek regelmatig artikelen van de in 1992 overleden 'Venesser' Jan Koeman. Opmerkelijk waren zijn zienswijzen aangaande het ontstaan en de geschiedenis van Wijdenes, in het bijzonder de locatie van het verdwenen kasteel (in de volksmond: 't Hof). Al deze artikelen zijn gebundeld heruitgegeven door de Historische Vereniging Suyder-Cogge (Lit. 53, J. Koeman)

Jan Koeman heeft veel geschreven over hetgeen hij zelf beleefde en zich herinnerde van hetgeen dat hij van overlevering heeft horen vertellen. Aangaande de historische gegevens heeft Jan Koeman o.a. gemeentelijke en kerkelijk archieven geraadpleegd. Ondanks dat, is het jammer dat hij geen precieze bronvermelding geeft bij de door hem vermelde gegevens en jaartallen. Dat wil niet zeggen dat alles onjuist is, maar voor gebruik voor historische en wetenschappelijke doeleinden is het absoluut nodig om één en ander te verifiëren.

Met enig voorbehoud betreffende de juistheid, vind ik de visie van Jan Koeman een waardevolle bijdrage inzake het verdwenen slot te Wijdenes. Onderstaande tekst geeft een samenvatting uit delen van Koeman's publicaties die betrekking hebben op het Slot van Wijdenes. Waar mogelijk heb ik aanvullingen en opmerkingen toegevoegd in de vorm van voetnoten.

Ben Dijkhuis, auteur en webmaster van deze website.

[Inhoud]

Tijdsperioden in de middeleeuwen

Mr. Dr. A. de Goede heeft een indeling gemaakt van drie tijdperioden van West-Friesland, gedurende de middeleeuwen. Beginnend vanaf ca. 800 met de tirannie der Vikingen, welke ongeveer in het jaar 890 eindigde. Voor die tijd waren er al wat monniken en priesters uit Engeland en Ierland om de plaatselijke inwoners te kerstenen. Bepaalde namen in Wijdenes herinneren nog aan deze perioden: Munnikenveld, Munnikenbroek, Munnikaai en Kloosterweid. Na 890 tot 999 was de tijd van de graven van Holland en de rechters die waren aangesteld door de keizers van het Heilige Roomse Rijk. Na 999 eindigde de macht van de graven en brak het tijdperk van de 'vrije' West-Friezen aan. Deze periode werd in 1289 afgesloten toen het graaf Floris V lukte om de opstandige West-Friezen onder controle te krijgen.

[Inhoud]

Roelof van Wydenesse

Omstreeks het jaar 800 kwamen de Vikingen tijdens hun plundertochten ook naar het gebied van West-Friesland (toen heette dat nog Westflinge)1). Meestal vertrokken zij na hun plunderingen, maar als een streek al wat welvaart had, gebeurde het weleens dat zij bleven. Zij bouwden een versterking en onderdrukten de plaatselijke bevolking.

Dit zou ook het geval zijn met Wijdenes. De legende vertelt dat een Deen met de naam Roelof (Rulf, Roeland) van Widenesse (Wynesse, Wydelnesse) achterbleef. Aan deze Roelof zou het dorp zijn huidige naam te danken hebben. Hij liet mogelijkerwijs aan het zuideinde van Wijdenes een kasteel bouwen en maakte de plaatselijke bevolking schatplichtig. Wáár Roelof zijn kasteel neerzette is niet bekend. Misschien op de plaats waar nu de boerderij 't Hof staat of zoals het zich laat aanzien misschien iets noordelijker op een hoger stuk land, dat de "Bult" wordt genoemd. Er wordt in de volksverhalen verondersteld dat de Hollandse graaf Floris V het kasteel van Roelof heeft gebruikt om op deze plek zijn dwangburcht neer te zetten2).

Wat is er waar van deze legende? Wat zeker vaststaat is het feit dat West-Friesland rond het jaar 800 is bezet door de Vikingen. Het waren Noren en Denen en kwamen soms met honderden schepen, ieder met zo'n vijftig man bemanning. Ze kwamen niet alleen om te roven en plunderen maar om het gebied te koloniseren, waarbij er bloedvermenging met de lokale bevolking plaatsvond.
De eerste graaf van het Hollandse Huis, Dirk I moet een zoon van de Noor Gerolf zijn geweest en de legendarische Friese koning Radboud moet een Deen zijn geweest. Ook wordt vermeld dat het dorpje Opperdoes een oorspronkelijke nederzetting van de Vikingen is geweest. Ook uit namen van West-Friese plaatsen zou de vroegere aanwezigheid van de Vikingen verraden. De naam van het dorpje Hem luidde vroeger Rottersheim en de naam van het dorp Wijdenes komt voor in de vormen: Wydenesse, Wydenisse, Wydelnesse, Wydelnisse, Vindonessa en Venes. De Denen gebruikten bij samenstellingen van woorden -ey, -ness, wick enz.. Dat is terug te vinden in Munnekey, Wydenesse en Nieuwe Wicke.

De laatste naam komen we tegen bij historicus Claes Nanningsz, begin 1600. Nuwe Wicke was volgens Nanningz de naam van het tegenwoordige Wijdenes, voordat de het oude dorp Wijdenes door de zee was opgeslokt.

Volgens een kroniek van Medemblik moet er in Wijdenes een stukje grond zijn geweeest dat de naam Roelofwerf droeg.

[Inhoud]

Het kanaal

Uit de eerste kadasterkaart van Wijdenes, welke is gemaakt op bevel van Napoleon, blijkt dat vlak voor de hofstede 't Hof een stukje grond lag, dat aan vier zijden omgeven was door een sloot (blijkbaar een oude slotgracht?). Toen in 1898 't Hof met al het land verkocht was, vond de koper het erg vreemd dat om zo'n stukje grond een sloot was gegraven. Op dat stukje grond is overig nooit iets gevonden, behalve wat puin en stenen aan de walkant. Later is door ruilverkaveling alles verdwenen3,4).

Als Roelof op die plek een kasteel had gebouwd, hoe kwam hij dan aan de stenen? In het dorp Wijdenes bevindt zich een stuk land dat 'de Kloosterweid' heet, deze naam duidt erop dat er misschien een klooster heeft gestaan. Mogelijkerwijs zou dit klooster hebben toebehoord aan de Carmelitessen. Toen de Vikingen kwamen is het denkbaar dat zij het klooster hebben vernietigd. Hebben zij daarna de stenen gebruikt voor het kasteeltje van Roelof? In ieder geval kan zo'n klooster daarvoor niet genoeg stenen hebben gehad.

De rest van de stenen dienen op een andere wijze te zijn aangevoerd. Maar waarschijnlijk niet via land. Wegen waren er toen nauwelijks, behalve de modderige binnendijkjes die vaak onbegaanbaar waren. Het enige antwoord kan zijn dat ze via zee zijn aangevoerd.

Op de reeds genoemde kadasterkaart uit de tijd van Napoleon zijn vier stukken land te zien, waarvan de punt is afgesneden. Op deze kaart zijn deze stukken land afgebeeld op de secties 196-201-215 en 249.5)
Leggen we een lineaal tegen die stukken afgesneden land, dan wordt een lijn zichtbaar, waarlangs mogelijk een kanaal heeft gelopen, vanaf de Nek (de landtong tussen Schellinkhout en Wijdenes) tot precies aan de hofstede 't Hof en doorlopend naar Oosterleek. Waar deze lijn de weg bij de Kerkebuurt snijdt (net ten zuiden van de kerk), zijn twee muurtjes gevonden, die diep de grond ingaan en kunnen duiden op de aanwezigheid van een sluis of brug. Ook op luchtfoto's is de loop van dit kanaal nog te volgen.
Zo zijn er ook andere aanwijzingen die duiden op de verdwenen waterloop. Bijvoorbeeld in de namen Leek en Oosterleek. De naam "Leek" is de benaming van een waterloop.
Een ander verhaal dat wordt verteld is de vroegere aanwezigheid van een vluchtgang van het kasteel naar Schellinkhout. Natuurlijk is het onmogelijk om een 3 km lange onderaardse gang van baksteen te maken, maar het zou wel kunnen wijzen op een vluchtweg over het water naar de zee.

Enkele in de tekst genoemde bijzonderheden op de kaart van Wijdenes van de Gemeente Atlas van Nederland van J.Kuypers (1866)

Het is alleen de vraag wie dat kanaal heeft laten graven. Was het Roelof van Wydenesse of was het Floris V, die naar men zegt zijn dwangburcht op de plek van het kasteeltje van Roelof heeft neergezet. Als er een kanaal is gegraven, dan is het goed mogelijk dat het is gebruikt om stenen te vervoeren, maar of Floris V zijn dwangburcht zou hebben gebouwd op de plek van 't Hof is een stuk onwaarschijnlijker. Floris zal niet zo dom geweest zijn om op dat laag gelegen land een enorme dwangburcht te laten bouwen. De grond is daar, behalve laag, ook slap van samenstelling. Om een indruk te krijgen van de enorme hoeveelheid stenen die nodig waren voor het kasteel en de fundering, kan kasteel Radboud bij Medemblik als voorbeeld dienen. Bij 't Hof zijn grondboringen verricht, maar men heeft geen spoor van een fundering kunnen vinden.6)

[Inhoud]

De burcht van Floris V

Floris V was pas 2 jaar oud toen zijn vader graaf Willem II bij Hoogwoud door de West-Friezen werd vermoord. Toen hij ouder werd zwoer hij de dood van zijn vader te zullen wreken. In 1272 trok hij ten strijde vanuit de omgeving van Alkmaar. Deze poging mislukte jammerlijk, maar in 1282 toonde hij meer beleid.
Toen Floris V bij het begin van zijn aanval op de West-Friezen, bij Wijdenes aan land kwam7)8) trof hij een kasteel aan, welke hij onmiddelijk innnam. Claes Nanningsz schrijft rond 1600 het volgende hierover:

"...Doen dit oude Wynes nog in wesen was, als ten tijde van graaf Floris, welcke West-Friesland beoorloogde, met schepen aengekomen is, ende sijn volk gelandet heeft omtrent daer het Casteel van Wynes stond, welke hij ingenomen heeft....."

Dit zou dan het kasteel van Roelof van Widenesse geweest moeten zijn.....

Na de dood van Floris V, werd het slot van Wijdenes door de West-Friezen belegerd en door de Slotvoogd Heer Boudewijn van Naaldwijk aan hen overgeleverd, waarna het werd verwoest en tot de grond werd afgebroken.9)

Over het oude Wijdenes schrijft Nanningsz het volgende:

".....Waer uit blijkt, dat dit jegenwoordige Wynes, dat ny Wydenes heet, toen ten tijde, toen het oude Wynes nog niet van de zee opgeslokt was, die Nuwe Wicke geheeten heeft, apperent omdat het volk van het oud Wynes voor de zee heeft beginnen te wyken ende op deze plaets haer weder gezet, ende so wat ingewecken hebbende het daerom die Nuwe Wicke genaemt heeft......"

Behalve een kasteel trof Floris waarschijnlijk ook een kerkje en een kerkhof aan in het "oude Wynes", welke later door de zee zijn verzwolgen. Nanningsz. zegt hierover:

"...Het oude kerkhof van Wynes heeft gelegen buiten de dijk, voor de Munnikenhoek ofte Munnikenhorn, een steenworp ofte twee in zee, regt voor de Munnikenhoek welke gelegen is een stuk Oostelijker als nu de Wynesser aen de dijk komt..."10)

Zoals eerder is gezegd is het niet aannemelijk dat Floris V zijn dwangburcht heeft neergezet op de plaats van 't Hof. Als dat namelijk wel zo was, dan moeten de fundamenten nu in zee liggen, wat niet te geloven valt. Hij was ongetwijfeld verstandig genoeg om op zulk laag land dat af en toe onder water liep, geen kasteel te bouwen11)

Waarschijnlijker is het, dat het slot op dezelfde hoge zandrug is gezet, waarop ook het dorp Wijdenes is gebouwd, en wel op het hoogste en zanderigste deel waar nu de Kerkebuurt is, ten zuiden van de kerk. Op oude kaarten staat die grond aangeduid als "De Bult".

Het Markermeer ter hoogte van de Zuideruitweg
Govert Oostwoud: Kaartfragment 'Nieuwe Kaarte van het Dyckgraafschap van Dregterland' (1775), waarop de positie van 'de Bult' mooi is weergegeven.
(Collectie B. Ooijevaar.)
Het Markermeer ter hoogte van de Zuideruitweg (Foto: Ben Dijkhuis)

Vlak bij de "De Bult" staat op een sterk opgehoogde plek een stolp, waar voorheen een iets grotere stolp stond. Onder de oude fundering hiervan heeft men een laag met resten van leiplaten gevonden. Van dit materiaal is het bekend dat het werd gebruikt voor dakbedekking van kastelen en kerktorens. Ook zijn bij graafwerkzaameheden op het schoolplein stukken van funderingen gevonden. Het raadsel van de dwangburcht zou wellicht kunnen worden opgelost als de kerk, school en raadhuis weggehaald konden worden.

[Inhoud]


Noten van de auteurs:

  1. Duidelijke sporen van nederzettingen van de Vikingen zijn gevonden op het voormalige eiland Wieringen. Voor informatie: In Pago Wirense: site over het voormalige eiland Wieringen. Van Jan-Simon Hoogschagen.
  2. Ook Lennep en van Hofdijk maakten in hun boek Merkwaardige Kastelen in Nederland, melding van een zekere Roeland die het kasteel van Wijdenes neerzette, maar verbonden deze naam niet aan de tijd van de Vikingen, maar 200 jaar later aan een Fries edelman:
    ".....Immers, geloovig aangenomen dat Medemelacha, zoals het oude Medemblic eigendlyk heette, in July 807 door een zwaren brand, die wel veertig huizen vernielde, werd geteisterd - dan wordt daarby niet gerept van het kasteel.
    Nog twee eeuwen later, 1008, is het, naar ik vrees, minder nog dan de overlevering die ons te hulp komt: het klinkt als een volkomen verdichtsel dat een Friesche jonker ROELAND, de bouwheer von het slot te Wydenes1, het vervallen kasteel van Medemblic zou hebben doen ophalen en in een geheel nieuwen aanzienlyken toestand brengen......."
    1Eerst, zoo als bekend is, omstreeks 1288 door Grave FLORIS den Vijfde gesticht..."

    Opmerking BGD: zie voor meer informatie over het kasteel van Roelof van Widenisse, in het artikel over de legenden rond 'Kasteel Radboud' te Medemblik. Hierin wordt een parallel getrokken tussen de kastelen van Wijdenes en Medemblik: Legenden en mythen omtrent het Medemblikker slot

  3. 'Het Hof' is de naam van de huidige camping en boerderij die zijn gesitueerd bij de Markermeerdijk, aan de westzijde van de Zuideruitdweg. Op verschillende oude kaarten, waaronder één uit 1638, werd de oorspronkelijke boerenplaats aangeduid met 'Huys te Wijdenes'. Destijds was het een buitenplaats van de Enkhuizer rechtsgeleerde Dirck Cornelisz Baens.
  4. Het kaartje hieronder heeft betrekking op de eigenaar en percelen, inzake 't Hof omstreeks 1832.
    't Hof; kadastrale minuut sectie A
    nr. 311 Wed. Pieter Smit, huis en erf, 10 roeden 30 ellen
    nr. 312 Wed. Pieter Smit, boomgaard, 1 bunder 2 roeden 10 ellen
    nr. 313 Wed. Pieter Smit, weiland, 27 roeden 40 ellen
    nr. 314 Wed. Pieter Smit, bos, 17 roeden 20 ellen

    Koeman zag blijkbaar in nr. 314 een gracht maar dat was in 1832 bos. Dit neemt echter niet weg dat het ooit een gracht kan zijn geweest.
    (Bron: Bernd Ooijevaar)
  5. Jan Koeman refereert hierbij naar zijn broer prof. Koeman, (de in 2006 overleden) hoogleraar in de kartografie.
    De bewering van Koeman, dat het betreffende kanaal langs het 't Hof loopt, blijkt niet te kloppen. Op bijgaande uitsnede van de kadasterkaart uit omstreeks 1832, blijkt dit duidelijk. De betreffende secties, nrs. 196-201-215 en 249 zijn extra aangegeven.
    (Bron: Bernd Ooijevaar)
    Opmerking Ben Dijkhuis: De bewering van Koeman, dat het kanaal langs 't Hof liep (Lit. 53, J. Koeman, No.147), is mogelijk een 'slip van de pen'. Volgens mij bedoelde hij de plaats, vlakbij de kerk, waar volgens zijn mening het kasteel was gesitueerd ('de Bult'). Hetgeen op te maken valt aan zijn voorgaande artikelen.
  6. In 1963 heeft de kastelenarcheoloog prof. Renaud van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek, op deze plek, grondboringen laten doen. Dit onderzoek leverde niets op, de boringen stuitten nergens op oude funderingen. Een nieuwe poging werd uitgevoerd in 1996. De stichting Regionaal Archeologisch Archiverings Project te Amsterdam (RAAP) deed ook een onderzoek op deze plaats. Ditmaal door middel van meting van elektrische weerstand van de bodem, waarmee men hoopte funderingen of resten van een slotgracht of andere verstoringen te kunnen aantonen. Dit onderzoek gaf eveneens geen resultaat.
  7. Het feit dat Floris V in 1982 bij Wijdenes aan land kwam om zijn offensief tegen de West-Friezen in te zetten is gememoreerd in de Rijmkroniek van de 'clerc' van de graaf, Melis Stoke. Vierde Boek, verzen 390-399.
    De opmerking van Jan Koeman dat Melis Stoke melding maakt, dat Floris bij Wijdenes landde bij het kasteeltje, dat hij vervolgens veroverde, is niet juist. Melis Stoke heeft in zijn Rijmkroniek geen enkele melding van een kasteeltje gedaan. Wel het feit dat Floris direct na de slag bij Hoogwoud in 1282 zijn dwangburcht in Wijdenes liet neerzetten: Vierde Boek, verzen 470-479. Veel jaartallen die Koeman blijken niet allemaal correct.
  8. Om daarna op te trekken naar Hoogwoud.
  9. Stoke, Vijfde Boek, verzen 610-619.
  10. Met andere woorden: er is dus land verdwenen. Dit idee wordt ook nog eens bevestigd door een verslag uit 1592 van Pieter Jansz Steenhuys, oud 87 jaar, uit Schellinkhout.
    Ongeveer 1000 meter naar het zuiden, bij de Nek (een uitstekend stuk land in het Markermeer) heeft, tot in de eerste helft van de 16e eeuw, buitendijks land gelegen. Meer oostelijk, op ongeveer 400 meter afstand, was een kerkhof gesitueerd. Dit kerkhof is op een kaart uit 1723 van Maarten Govertsz. uit Oostwoud, ingetekend, met de naam "'t Oude Kerkhof". Het is dan ook aannemelijk dat op deze plaats ook een kerk heeft gestaan.)
  11. Uit geotechnische profielen van de dijk, blijkt dat de grondlagen onder de dijk en de Zuideruitweg op een brede zandplaat van ongeveer 200 meter breed liggen. De grond naast deze zandrug bestaat uit klei en veen. Omdat zo'n zandbodem daarvoor geschikt is, is het aannemelijk dat juist deze plek gebruikt werd, om daar het kasteel op te bouwen.
    In januari 1997 werd gedoken in het Markermeer, zo'n 250 meter uit de kust. Al bij de eerste duik werden kloostermoppen gevonden, die in een bepaalde formatie op bodem lagen. Latere metingen met behulp van sonar wezen uit dat men hier te maken had met een strook stenen van ca. 2,5 meter breed en ca. 21 meter lang. Mogelijkerwijs zou dit kunnen wijzen op een muur of een stuk bestrating. In december 1998 werd een tweede formatie kloostermoppen gevonden door middel van sonarpeiling. De de stenen die boven water zijn gehaald blijken dateerbaar als laat 13e-eeuws.


Geraadpleegde bronnen en literatuur:
(Lit. 53, J. Koeman)
(Lit. 89, R.P. Exaltus, P.J. Orbons)
De gebruikte kadastrale gegevens uit 1832 zijn ontleend van de website WatWasWaar.nl

[Naar boven][Home]
(Onderstaande link breekt aktieve frames!)
[Huidige pagina]