Het Huis Berkhout in de Goorn

Door Bernd Ooijevaar


Schaarse bronnen

Ondanks de schaarse historische bronnen van de nog bestaande kasteelresten binnen de West-Friese Omringdijk (Huis te Medemblik en het Slot van Schagen), zijn we redelijk goed geïnformeerd over deze kastelen. Dit ligt anders met het Huis te Wijdenes, Huis Nuwendoorn (bij Eenigenburg) en het Huis Hoogwoud. De reden hiervoor kan zijn dat de laatste drie kastelen slechts een kort leven was beschoren en dat zij bestonden in een periode die nu niet bepaald uitpuilt van archivalia. Maar het kan wellicht nog erger. Toen ik in 2005 op West-Friesland Radio vertelde over het huis Hoogwoud bleek dat er ook op andere plaatsen binnen de omringdijk nog verhalen gaan over verdwenen kastelen. Het valt geenszins mee om het bestaan van dergelijke kastelen te bewijzen. Het kasteel van Berkhout in de Goorn lijkt hierop een uitzondering. Van dit kasteel worden we vanuit diverse, uiteenlopende bronnen ge´nformeerd.

...En hij bouwde zijn huis op de Goorn...

Dit enkele zinnetje wist mevr. Hetsen-Fit (geboren 1929) zich nog te herinneren. Bij de zin hoorde een hele rijm die zij ooit leerde van haar grootmoeder maar waarvan deze zin haar slechts was bij gebleven.
Schets van mevr. Hetsen-Fit, genoemd in de tekst.
(Collectie Bernd Ooijevaar)
Klik op de afbeelding voor een vergroting.
In het rijmpje kwam zelfs een naam voor van een ridder; de oude dame wist zich de naam niet meer te herinneren. Fantasierijke kinderen uit de Goorn schijnen vroeger nog wel eens de voetstappen van zijn paard te hebben gehoord, aldus Mevr. Hetsen-Fit. Voorts wist de dame te vertellen over een stukje land dat de naam het Slotje droeg. Dit perceel grensde aan het huisje waar haar grootmoeder, de weduwe D. Conijn-Nes, woonde. Op zich wel een interessante overlevering natuurlijk, maar het is bekend dat er meer toponiemen zijn met de naam slot erin. Het Slothuis in Spanbroek en weiland het Slot te Aartswoud zijn hier een tweetal voorbeelden van. Van Spanbroek is bekend dat er in de 14e eeuw een zogenaamd blokhuis stond. Wellicht herinnerde het veel jongere Slothuis aan dit middeleeuwse versterkte gebouw1. Mogelijk dankte het land te Aartswoud haar naam aan de relatief brede sloten die het perceel omsloten2. Het woord slot is namelijk verwant (om)sluiten. In deze zin hoeft het land het Slotje in de Goorn dus niet persé op land van een kasteel te duiden.

Voor de duidelijkheid voeg ik het schetsje bij wat door mevr. Hetsen-Fit in 2005 werd gemaakt. Hoewel we de informatie van mevr. Hetsen-Fit in dank en respect aanvaarden, moge het duidelijk zijn dat we volksverhalen en overleveringen, ondanks dat zij vaak een kern van waarheid bevatten, nimmer als bewijs mogen gebruiken.

Het Slotje en de dorpsarmen

Dat de naam het Slotje niet alleen bekend is uit de overlevering maar ook voorkomt in archief materiaal blijkt uit gegevens, die we in dank ontvingen van de heer Peereboom uit Berkhout. Op 15 april 1801 verkochten de armenvoogden van Berkhout een huis genaamd 'Het Slot' gelegen in het Rijpsevendeel van Berkhout3. Het huis was gelegen bezuiden de Burgbrug en benoorden de armenvoogden van Berkhout. De koper, Pieter Brouwer, kocht het huis voor 50 gulden, op voorwaarde dat hij het vóór 1 mei 1801 mocht afbreken en elders in Berkhout mocht herbouwen. Zeer waarschijnlijk is dit ook gebeurd. Voorts is het aannemelijk, dat de heer Brouwer slechts het huis (een bouwval?) kocht en niet het perceel. Dit omdat het Slotje en het perceel daar bewesten aan gelegen, in 1832 nog steeds in eigendom was van de dorpsarmen. Hoewel 50 gulden in die tijd geen ongebruikelijk bedrag was voor een (eenvoudig) huis en erf lijkt het erop - mede gezien de koopvoorwaarde - dat de heer Brouwer het bedrag betaalde voor het beschikbaar komen van bouwmateriaal.

Blijkens de ligging van het huis 'Het Slot' ten zuiden van de Burgbrug mogen we aannemen dat het op of zeer nabij het perceel het Slotje heeft gestaan waarover mevrouw Hetsen-Fit ons vertelde. Hoewel oude topografische kaarten geen bebouwing weergeven ter plaatse van het perceel het Slotje, doet het bovenstaande wel vermoeden dat het in 1801 verkochte huis op het betreffende perceel heeft gestaan.

In het oude archief van het dorp Berkhout bevinden zich een aantal zogenaamde pontboeken die plaatsgewijs de eigenaren der huizen weergeven4 . Telkens vind men in deze boeken, die stammen uit de periode 1731-1759, ene Klaas van het Slot vermeld als eerste bewoner van de Goorn. Het heeft er alles van weg dat deze persoon zijn bij- of achternaam ontleende aan het huis alwaar hij woonde.

Al met al is nu gebleken dat het perceel het Slotje haar naam dankt aan een huis dat daar (vlak bij) stond. Zelfs de bewoners van dat huis droegen de naam van het Slot. Of het huis op haar beurt weer is vernoemd naar een versterkt gebouw, of bijvoorbeeld een onderdeel is geweest van het kasteel-terrein, zal nog moeten blijken. Eén en ander mag in ieder geval opvallend genoemd worden.

Wat we ook telkens tegenkomen bij gegevens over het Slotje zijn de dorpsarmen van Berkhout. In dat kader is het tamelijk bijzonder, dat we in de leenregisters van de abdij van Egmond gegevens vinden over een huis in Berkhout5. Dit leen bestond uit een Engelse Nobel of 2,5 gulden per jaar uit de helft van een huis en 10 morgen land in Berkhout belend "de arme kinderen van Berkhout" ten westen. Op de kadastrale minuut van Berkhout vinden we ook de dorpsarmen als westelijke belending van het perceel het Slotje. Leenmannen van het laat middeleeuwse leen vinden we vermeld tussen 1465 en 1581. De eerste leenman was Jan Allertsz. Is het toevallig, dat de eerste brede sloot ten oosten van het Slotje de Jan Elbers-sloot heette? We vragen ons af, of het huis met 10 morgen land het huis genaamd 'Het Slot' is geweest. Het is wel aannemelijk, dat een huis in eigendom van de abdij van Egmond na de roerige reformatie in eigendom is gekomen aan de armenverzorgers van Berkhout. Maar de gegevens zijn te summier om te concluderen, dat het hier daadwerkelijk om het huis het Slotje gaat.

Nog meer toponiemen

Nu is het verhaal van mevr. Hetsen-Fit best opmerkelijk omdat er in de directe omgeving van de Goorn veel toponiemen zijn met Burcht erin. Het noordeinde van de Goorn, tussen de Zuidspierdijkerweg en het westeinde van Berkhout, heet thans nog De Burg (rond 1825 de Burchtweg genaamd). Ten oosten aan deze weg vinden we op veel topografisch materiaal de buurt De Burcht ingeschreven. De Burchtsloot, loopt parallel aan De Burg(-weg) en vervolgt haar weg langs het Westeinde van Berkhout als Burggracht. Het eerder genoemde perceel het Slotje ligt in de buurt De Burcht. Iets ten oosten van de buurt De Burcht, ten zuiden van het Westeinde van Berkhout, vinden we de Hofsloot. Nu dienen we met een naam als burg wel enige reserve in te bouwen. Wellicht zijn in het woord Burcht twee woorden samengevallen. Enerzijds uit het Germaanse woord dat tot de groep van berg behoort (waaruit de betekenis "versterkte plaats" begrijpelijk is) en anderzijds uit het Latijnse Burgus dat "wachttoren" betekent6. Net als slot hoeft ook berg niet per definitie op een kasteel te slaan. Wel vindt het verhaal van mevr. Hetsen-Fit bijval door deze toponiemen. Vooral de combinatie van beide geeft te denken.

Detail kadastrale minuut ca. 1832, Berkhout sectie F. Perceel 341 ('Het Slotje') heeft als eigenaar 'De Armen Gemeente'
(Bron: WatWasWaar.nl, bewerking Bernd Ooijevaar)
Detail Chromatopografische kaart nr 263. Verkend in 1895, gedeeltelijk bijgewerkt in 1904.
(Bewerking Bernd Ooijvaar)

Historische topografie

Twee tekeningen van Andries Schoemaker van de 'Ruïne van 't huis Berkhout 1642', vanuit twee verschillende standpunten getekend.
(Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, MS Schoemaker KB 78 H 43)
Klik op een afbeelding voor een vergroting.
In de prachtige bundels van de verzamelende en rondtrekkende tekenaar Andries Schoemaker vinden we talloze dorpgezichten, kerken en gebouwen getekend7. Het oog viel op een tweetal tekeningen van een "ruïne van het huis Berkhout anno 1642". De tekeningen betreffen hetzelfde gebouw maar uit een andere hoek getekend. Hoewel aannemelijk is, dat de tekeningen die Schoemaker maakte van het Huis Nuwendoorn en het Huis Wijdenes op fantasie berusten, lijkt dit niet op te gaan voor de tekeningen van de ruïne van Berkhout. Het opgegeven jaartal 1642 maakt duidelijk, dat het hier kopieën betreft die gemaakt zijn naar ouder voorbeeld.
Reconstructietekening van het grondplan van het Huis Berkhout, gebaseerd op de tekeningen van Andries Schoemaker.
(Tekening: Bernd Ooijevaar)
Het feit dat de ruïne van twee kanten is getekend, wekt sterk de indruk dat er in 1642 iemand is geweest, die de tekeningen ter plaatse vervaardigde. Wellicht was dit R. Roghman, die precies in die periode talloze goede, betrouwbare tekeningen van kastelen en ruïnes maakte. De ruïne toont ons een forse toren met bovenin een rond hoektorentje (arkeltorentje). Tegen de toren is een woonvleugel geplaatst, die tegelijk met de toren zal zijn gebouwd. Voorts zien we een houten aanbouwtje en een stenen gebouwtje. Dit laatste huisje lijkt een onderdeel van het hele complex te zijn geweest, terwijl het houten huisje wellicht later is aangebouwd. Op basis van de twee tekeningen is getracht een plattegrondje te maken. Dit valt geenszins mee, omdat met name het perspectief van de tekeningen te wensen over laat. Hoewel critici de nodige kanttekening zouden kunnen plaatsen bij de wat kinderlijke tekeningen van Schoemaker, mag het geheel toch zeer opmerkelijk heten. De overlevering en het topografisch kaartmateriaal krijgen steun uit een heel andere hoek!

Een onverwachte bevestiging

In de Hoornse kroniek van Velius8, verschenen in 1604, vonden we kort geleden een opmerkelijke vermelding met betrekking tot het bovengenoemde verhaal. Velius weet namelijk te melden dat hertog Filips van Bourgondië in 1426 opdracht gaf tot het bouwen van een kasteel in de Goorn, in het westeinde van Berkhout.

Een fragment uit Velius' Kroniek van Hoorn. Deze passage meldt dat Filips van Bourgondië opdracht geeft tot het bouwen van een kasteel in de Goorn.
(Klik op de afbeelding voor een vergroting.
(Collectie: Bernd Ooijevaar)

In de leenregisters van Holland vinden we geen vermelding van dit kasteel. Op zich hoeft dit geen probleem te zijn, het kasteel van Medemblik vinden we bijvoorbeeld ook niet in de Hollandse leenkamer terug. Het kasteel was een grafelijk bezit en werd niet in leen uitgegeven, dit kan ook zo zijn geweest met het huis van Berkhout9. We hebben reeds gezien dat de ru´ne in 1642 nog als zodanig bestond. Het is dus goed mogelijk dat Velius tijdens zij leven op de hoogte is geweest van het bestaan van dit kasteel. Het lijkt daarom ook geen toeval dat hij een vrij nauwkeurige plaatsbepaling geeft. De plek die hij aangeeft komt exact overeen met het verhaal van mevr. Hetsen-Fit en wordt, zoals gebleken, bevestigd door divers topografisch materiaal.

Een bezoek aan 'Het Slotje'

Op 18 maart 1998 ontving het West-Fries Archief een brief van de heer K. Ridder uit Rotterdam. De heer Ridder uitte hierin zijn vermoeden van een burcht in de Goorn. Naast gegevens die reeds vermeld zijn in dit artikel haalt hij het volgende aan:

"Pakweg 15 jaar gelden zou men op resten van dit kasteel gestuit zijn tijdens de bouw van het huis van C. Laan te De Goorn".

Detail van de kadastrale minuut: De Goorn 10, 'Het Slotje'.
(Bewerking: Bernd Ooijevaar).
Deze interessante passage deed mij besluiten te onderzoeken om welk huis het hier gaat. Al snel werd duidelijk dat het hier het in 1980 gebouwde huis van de familie Co Laan aan de Goorn 10 betreft (Wester-Koggenland, sectie AD nr. 473). Toeval of niet, het huis is gebouwd op het land 'Het Slotje' (ten zuiden van het perceel is een strook land toegevoegd en een deel van het oude Slotje behoord thans tot de buren ten noorden). Van resten van het kasteel tijdens de bouw in 1980 wist de familie niet af maar op de dag dat ik telefonisch contact opnam was de heer des huizes juist op resten gestuit tijdens het plaatsen van een nieuw hekwerk. Op circa 1 meter diepte bevind zich een laag moeilijk te doordringen puin van rode baksteen. Ook op het gehele erf, aan de oppervlakte, zijn veel resten van puin, mortel en aardewerk te vinden. Zeer vriendelijk werd ik door de familie ontvangen en heb tijdens het bezoek een en ander aan archeologisch materiaal bijeen gezocht. Op bijgaand kaartje (in geel aangegeven het oude perceel 'Het Slotje') heb ik de verdachte boring van de heer Co Laan aan gegeven (A).

Een fragment vensterglas uit de 15e-16e eeuw, dat is aangetroffen op het oude perceel 'Het Slotje'.
(Foto: Bernd Ooijevaar)
Uiterst opvallend is de oppervlaktevondst van een fragment vensterglas uit de periode 15e-16e eeuw (B). De onregelmatigheid van het glas maakt het aannemelijk, dat het zeker niet jonger is dan omstreeks 1650. Op circa 50 cm diep werd een stukje leisteen aangetroffen welke niet aan een doorsnee woonhuis uit de late middeleeuwen kan worden toegeschreven (C). Wenselijk is om meer leisteen aan te treffen op het perceel. Het overige gevonden materiaal kan heel goed terug gaan tot de 15e eeuw, maar werd ook in latere eeuwen nog veelvuldig gebruikt. In dit artikel is dit verder buiten beschouwing gelaten. Wel moet nog worden opgemerkt, dat op oude topografische kaarten niets blijkt van bebouwing op deze plek. Heel voorzichtig mogen we er van uit gaan dat het perceel vanaf de 17e eeuw tot 1980 onbebouwd is geweest. Daarom zullen de gedane vondsten waarschijnlijk van voor ca. 1650 zijn.

Conclusie

Vanuit totaal verschillende invalshoeken worden we eenduidig geïnformeerd over het daadwerkelijke bestaan van een kasteel in de Goorn. Wat ons betreft, hoeft er aan het bestaan van het voormalige kasteel niet te worden getwijfeld. Waar het kasteel exact heeft gestaan zal nog moeten blijken. Vooralsnog lijkt de optie van mevr. Hetsen-Fit, namelijk het Slotje, het meest voor de hand liggend. Het perceel is strategisch gelegen, een stukje van de weg af met een brede sloot er voor. Als we kadastrale minuut beschouwen, dan wekt het perceel ook de indruk ooit bebouwd te zijn geweest. Ook de eigenaar omstreeks 1830 geeft enige hoop: 'De Armen Gemeente'. Nog omstreeks 1960 was het Slotje eigendom van 'De Armen Gemeente'. Het is zeer goed mogelijk dat de eigenaar (de grafelijkheid?) het perceel, na het verdwijnen van het kasteel, over heeft gedragen aan de plaatselijke overheid, die zich ontfermde over de minder bedeelden in de gemeenschap. Archeologische indicatoren maken het perceel uiterst "verdacht" en het belang hiervan is inmiddels aangegeven bij de bewoners. Vervolgonderzoek zal moeten plaatsvinden. In de grafelijke archieven te Den Haag is mogelijk een en ander te vinden. Eveneens zal er nauw contact worden onderhouden met de bewoners van het perceel.

Bernd Ooijevaar, 20 maart 2007, revisie: 26 april 2008
(red. Ben Dijkhuis)

©2007-2008


Geraadpleegde bronnen en noten:

  1. Het Slothuis in Spanbroek stond direct aan het Wijseneinde (met de noordgevel in het water) op de plaats waar thans de BIK-fabriek staat. Achter het Slothuis werd later de houtzaagmolen gebouwd. De huidige Zaagmolenweg, Slotweg en het Slothuys zijn hier naar vernoemd.


  2. Het Slot te Aartswoud lag ten noorden aan de Slijksteeg (ook wel het Sikkerige-, of Noorder Wuiver genaamd), de verbindingsweg tussen de Schoolstraat en de Zuiderzeestraat.


  3. Westfries Archief, Oud Rechterlijk Archief Berkhout; bergnummer 4695, fol.171

  4. Westfries Archief; Oud Archief Berkhout; Toegangsnummer 1322, inv.nr.48

  5. (Met dank aan Jan Peereboom te Berkhout)

  6. J.C. Kort; Repertorium op de lenen van de abij van Egmond 12e eeuw - 1650; In: Ons Voorgeslacht 1998, blz. 91-92


  7. J. de Vries en F. de Tollenaere; Etymologisch Woordenboek. (Lit. 34a: J. de Vries, F. de Tollenaere)
    Tevens werd ik er op attent gemaakt dat de Burcht ook kan verwijzen naar een dijk of kade. In die zin moet men denken aan het borgen of veilig stellen van het land welk de dijk of kade moest beschermen.


  8. Andries Schoemaker; Korte Beschrijving van de oude adelyke huysen deszelfs Ruinen: deftige riddermatige hofsteden: hofsteden en plysier plaatsen gelegen in Westvriesland, Kennemerland, Waterland en 't land van Bloys voor sooverre die noch in wesen syn: nat leven getekent: en hier in een bondeltie bij een gebracht door Andries Schoemaker., 1 deel.; MS Schoemaker KB 78 H 43 (Koninklijke Bibliotheek Den Haag).


  9. Theodorus Velius; Chronijck van de stadt van Hoorn, daerin des zelven begin, opcomen, en gedenckweerdige gheschiedenissen tot op den tegenwoordigen iaere van 1604 int corte verhandelt en beschreven werden. Alles uyt verscheyden schriften by een versamelt, en in drie boexkens verdeelt door D.D.V.; 1604. Zie ook (Lit. 102: Th. Velius)
    Met verwijzing naar Velius schreef Jan Wagenaar (Vaderlandsche Historie...; 3e deel; Amsterdam 1770; blz. 475) over de "sterkte", maar plaatste dat in Hoorn.
    A.J. van der Aa (Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden; (14 delen); Gorinchem, 1839-1851) vermeldt in de 1e helft van de 19e eeuw het volgende: Filips de Goede, Hertog van Bourgondië, deed in het jaar 1426 alhier [dat is De Goorn] eene sterkte aanleggen, welke echter later weder vernield werd.
    H. Kollis (Uit de historie van Berkhout; Berkhout 1965/1968; blz. 21) haalt eveens aan dat over de Burcht weinig bekend is en voegt toe: Mogelijk is de sterkte in 1517 verloren gegaan, toen Berkhout gebrandschat werd door de wegtrekkende Geldersen.
    Het is duidelijk dat deze auteurs, zonder verder onderzoek te hebben gedaan, op elkaar terug grijpen.
    (Met dank aan Jan de Bruin, werkzaam bij het West-Fries Archief te Hoorn).


  10. Repertoria van talrijke lenen vind men in de jaarboeken van "Ons Voorgeslacht". Alle jaarboeken hiervan zijn recentelijk op cd-rom uitgegeven.
  11. [Naar boven]         [Home]
    (Onderstaande link breekt aktieve frames!)
    [Huidige pagina]