De hofstede van de Torenburg in de 16e eeuw.

Het bezit gaat over.

(Met bijdrage van Bernd Ooijevaar)(bijgewerkt op 18-08-2011)

De eigenaars van de hofstede van de Torenburg in de 16e eeuw:

Inhoud:


Context

Claas Adriaanz Van Torenburg was de laatste Van Torenburg die de grond waar het kasteel op stond (de hofstede, Hoog Torenburg) in bezit had. Het andere gedeelte van de grond (in de ban van Oudorp), "Laagh Torenburch" was in bezit van Willem van Rietwijk. Op 30 maart 1500 verkocht Claas van Torenburg de hofstede aan Dirk Sijmonz. (de zoon van Claas Corf). Deze Dirk kocht twee jaar later (1512) Laag Torenburg van Willem van Rietwijk over, zodat hij het volledige voormalige kasteelterrein in bezit had.

Nadat Dirk in 1512 was overleden, erfde zijn zus: Gerijde Claas Corfsdochter (tevens echtgenote van Jacob Pijnssen) het grondgebied.
Op 25 maart en 6 mei 1521 gaf zij haar bezit aan haar zoon, Willem Pijnssen, die op zijn beurt het (oorspronkelijke!) leen Torenburg verkocht aan de stad Alkmaar. Dit ten behoeve van de stadsuitbreiding.

Hoog Torenburg werd in 1528 bij de aanleg van de stadsmuren en grachten doorgraven

In een manuscript uit 1749, staat een verwijzing waaruit blijkt dat in 1528, toen Alkmaar omringd was met wallen en grachten, de fundamenten van het slot gezien konden worden.

In 1530, werd de ruim 170 jaar oude leenband ontbonden.

Een deel van het voormalige kasteelterrein werd dus gebruikt voor het nieuwe verdedigingswerk van de stad Alkmaar. Er bleef nog wel een deel over van "Hooch Tornenburch". Dit lag binnen de veste van de stad. Dit werd in 1537 door de stad verkocht aan Jacob Florisz. Daarna kwam het in handen (koop of erfenis?) van Pieter Jacobs Saij.

De erfgenamen van Pieter verkochten het in 1565 op hun beurt weer door aan de stad Alkmaar samen met het "warmoeshof" of "kooltuin", de voormalige moestuin van het kasteel. Deze naam is nog steeds in gebruik voor het huidige straatje/grachtje in Alkmaar: De Kooltuin. In 1569 gaf de stad deze grond uit om betimmerd te worden.

Het beleg van Alkmaar.

Diederic Sonoy (1529-1597), 'Didrich Sonoy Gouverneur van Noort Hollant en Waterlant'.
(Regionaal Archief Alkmaar, PR 1001846).
Toen de Spanjaarden na de val van Haarlem optrokken naar Alkmaar lieten de geuzen onder leiding van Diederik van Sonoy de landerijen in de omgeving van Alkmaar onder water lopen. Alkmaar was ondertussen begonnen met de modernisering van de verdediging. Het beleg van Alkmaar vond plaats in 1573. Onder andere de toenmalige Friese Poort werd toen weggeschoten. Toch hielden de Spanjaarden het beleg niet vol en in Alkmaar begon de victorie.

In 1577 werd er begon met de vergroting van de stadsveste. Op grote schaal werden eigendommen onteigend. Hoog Torenburg was ondertussen in handen gekomen van Allert Claes Louwen die, zoals blijkt uit een oorkonde van 17 september 1577 van enkele roeden van Hoog Torenburg afstond ten behoeve van een blokhuis buiten de Friese Poort en voor de aanleg van een gracht en een singel.

Simon Eikelenberg verwoordde dit als volgt (Lit. 156, S. Eikelenberg, G. Boomkamp):

"Ik vinde in dit Jaer volgens oude quytfcheldingen aen Burgemeesters verscheide Lynbanen, Huizen en Erven, by 't fortificeeren en vergrooten der Stad afgebrooken en weggedolven, opgedragen, onder deezenvinde ik eene quytfchelding van den 17 September, waer in gewag geschiedt van eenige roeden Lands, afgenoomen van 'tLand genaamt Toornburg, tot behoef van een Blokhuis buiten de Vriesse Poort, en den Gragt en Cingel om het zelve Blokhuis, stellende de Verkooper ten onderpand een stuk Land genaemt Toornburg, daer het voorschreven Land afgedolven is, leggende in den banne van Alkmaer, buiten de Vriesse Poort, belent de Stadts Veste aen de Zuidzyde, met de Melksloot aen de Noortzyde. Ook wierdt by de Vroedschap belast, volgens voorheen verkregen Privilegie, alle Huizen en Schuuren, binnen de 600 Roeden aen de Stadt gelegen, door d'eigenaers aftebreeken, op poene van afgebrandt te worden; doch is deeze Last van de Vroedschap den 19 Febr. 1578 ingetrokken en vernietigt, en vryheid gegeeven de bouwing voortezetten."

Aan het einde van de 16e eeuw blijkt dat er al gebouwd is op de hoek van de Cooltuyn en Thorenburch (het huidige straatje Torenburg). Twee huizen staan er: 't Vale Ossenhooft en de Vergulde Wagen. Aan de "straat van Thorenburch" was een "verwerij" (ververij).


Leentransporten van de Hofstede Heemskerk in de 16e eeuw

(Lit. 97, J.C. Kort)

Zijn goed, (1410: verminderd met een weide van ca. 5 morgen bij Alkmaar in de ban van Oudorp bij de molen van de graaf,
noord: de leenheer, zuid: de leenman met de hofstede Torenburg, die leen is en een stuk land binnen Alkmaar binnen de Rekerdijk, groot 2 morgen,
noord: de leenheer, zuid: Nikolaas Scoutken;
1454: zijnde de hofstede;
1530: Hoog Torenburg bij de stad Alkmaar;
1461: vermeerderd met een stuk land, genaamd Laag Torenburg, gelegen nasst de hofstede, groot 8 koeweiden, waarvan Bertout van Torenburg, Adriaans oudere broer, een zevende heeft.

Uit het Regionaal Archief Alkmaar (RAA)

www.archiefalkmaar.nl
Inventaris stadsarchief Alkmaar 1254-1815, deel 1. Inventaris

reg.nr. 208.
1372: Aankomsttitel van een stuk land, genaamd Hoog Torenburg, gelegen benoorden en achter Luttik Oudorp, afkomstig van de erfgenamen van Pieter Say. 28 februari 1565. Met oudere titel. 6 september 1537. 2 charters.
N.B. Aangekocht in verband met de stadsuitbreiding en een te graven waterloop.

reg.nr. 390.
1425: Aankomsttitel van een deel van het land genaamd Torenburg, gelegen buiten de Friesepoort, afkomstig van Alyt en Maertgen Allerts dochters. 17 september 1577. 1 charter.

Verzamelinventaris Alkmaarse archieven (parochie voor 1573, kloosters, provenhuizen, gasthuizen, armenhuizen, weeshuizen, charitatieve fondsen): regestenlijst 1394-1805
270. 1554, december 29
Adriaen van Toornburch Jacobszoon en Jacob Reyerszoon Boon, schepenen in Alcmaer, verklaren dat Thys Symensz Smit verkocht heeft aan Katryn Jansdochter, weduwe van Cornelis Pietersz alias Corffgen, een pacht van 3 carolusgulden uit zijn huis en erve aan de zuidzijde van de Leedt, belend ten 0. Neel Cortges, ten W. Dieuwer de Baexster. Met 2 beschadigde schepenzegels.
Gasthuizen, inv. nr. 6.

298. 1567, februari 26
Frans van Teylingen, secretaris en notaris te Alckmaer, verklaart dat Mr. Jacob van Toornburch, Hillegont Jacobsdr van Thoorenburch en Claes Jansz haar oudste zoon, besloten hebben zekere kapelanie, gesticht door Cristina van Thoorenburch, waarvan de collatie steeds in hun geslacht is geweest, te weten bij Cristina's kleinzoon Jacob Barthoutsz van Thoorenburch, diens zoon Adriaen, die vader was van Mr. Jacob voornoemd, te derogeren en eendeels teniet te doen door verkoop van zekere landerijen, waarvan de opbrengst zal worden aangewend tot stichting van twee woningen te Alckmaer voor leden van hun geslacht. Tevens zullen zekere erfpachten worden gebruikt om een jongeling uit hun geslacht voor priester te laten studeren.
Getuigen: Adriaen Jansz van der Nyenburch en Reyer Woutersz, poorters van Alkmaar. Met notarismerk.
Fonds Torenburg, inv. nr. 4

309. 1569, maart 30
Frans van Teylingen, secretaris en notaris te Alckmaer, verklaart dat Hilgont Jacobsdr van Thoornburch, wonende buiten de Geestpoort, met haar oudste zoon Claes Jansz als haar voogd, zeker beneficie op het St. Eloysaltaar in de kerk van Alckmaer, waarvan Mr. Jacob van Toornburch, clerck van het bisdom Haerlem, vrijwillig afstand heeft gedaan, heeft opgedragen om te bedienen aan Lambert van Toornburch Adriaensz, clerck alsvoren. Met notarismerk.
Fonds Torenburg, inv. nr. 5.

Inventaris stadsarchief Alkmaar 1254-1815, deel 2. Regestenlijst 1254-1810
164. 1537, september 6. Willem Jansz., schout, en Claes Lourisz. en Dirrick Symonsz. van Heck, schepenen in Alcmaer, verklaren, dat Symon Jansz., Jordaen van Foreest en Jan Jansz. Buyser, burgemeesters, met consent van de vroedschap verkocht hebben aan Jacop Florijsz., het Hooch Toornenburch, gelegen binnen de veste van Alcmaer benoorden en achter Lutke Oudorp, strekkende van het westeinde van de Toornenburch aan de noordzijde oostwaarts op tot de middelste toren tot op vijf voeten van de sloot bij de stadswal en voorts oostwaarts op van de middelste toren tot het einde van de Toornenburch tot op zeven voeten van de voornoemde sloot, en aan de zuidzijde van Toornenburch voornoemd, zoals dat door de buren van Lutke Oudorp en de koper gerooid is. Met stadszegel en burgemeesterszegels (zeer beschadigd). In dorso: Quijtschelding. Inv. nr. 1372.

195. 1552, mei 12. Adriaan van der Aar Arentsz., schout, Cornelis Claasz., Cornelis Gerbrantsz. en Mr. Gerrit Pietersz., burgemeesters, Jacob Jacobsz., Simon van Veen Arentz., Adriaan van Toornburg Jacobsz., Floris van Teylingen, Wouter Cornelisz., Jan Dircksz. Brouwer en Jan Jansz. Steenhuijs, schepenen van Alkmaer, geven op verzoek van Mr. Augustijn Pauwelsz. en Mr. IJsbrant Jansz., chirurgijns, een ordonnantie op het chirurgijnsgilde. Vidimus in akte van 20 februari 1553 (regest nr. 196). Inv. nr. 1965.

244. 1565, februari 28. Willem van Ryedtwijck en Jan Jacobsz. Brouwer, schepenen in Alckmaer, verklaren dat Jan Pietersz. Say, Doeff Pietersz. Say, Cornelis Aerians, man van Trijn Pietersdr. (Say), mede namens Marytgen en Wijve Pietersdr. Say, verkocht hebben aan de stad Alckmaer, een stuk land genaamd Hoochtoornburch, gelegen binnen der stede vesten benoorden en achter Lutke Outdorp, strekkende van de westzijde van de voornoemde Toornburch aan de noordzijde oostwaarts op tot de middelste toren op vijf voeten na aan de sloot bij de stedewal en voorts oostwaarts op van de middelste toren tot het einde van de Toornburch op zeven voeten na aan de voornoemde sloot, welk land hen is aangekomen van wijlen hun vader Pieter Jacobsz. Say, onder voorwaarde, dat een huisje met boomgaard in de Coeltuyn, eertijds door Gryet Jansdr., weduwe van Pieter Jacobsz. Say voornoemd, verkocht aan Hubert Pietersz., zal blijven liggen, voor welke koop Cornelis Aeriansz. ten onderpand heeft gesteld zijn huis en erve aan de zuidzijde van de Langestraet, belend ten oosten Cornelis Pietersz. Halfvasten, ten westen Cornelis Dircxsz. Haen. Met 2 zegels. Inv. nr. 1372.

397. 1577, september 17. Jan Claesz. en Cornelis Reyersz. Pen, schepenen in Alckmaer, verklaren dat Jacop Allertsz., Andries Symonsz. Cluyver als voogd van het kind van Alijt Allertsdr., en Adriaen Jansz. van der Nijenburch als voogd van Maertgen Allertsdr., erfgenamen van Allert Claes Louwen, bekend hebben betaald te zijn door burgemeesters, wegens de 288 roeden 9 voeten 6 duim, welke van hun land genaamd Torenburch zijn afgegraven t.b.v. het blokhuis buiten de Vryessepoort en de gracht met de singel, stellende ten onderpand het stuk land genaamd Toornburch, gelegen alsvoren, belend ten oosten Jacop Allertsz., ten zuiden de stadsvesten, ten noorden de Melckersloot. Met 2 zegels. Inv. nr. 1425.


Geraadpleegde bronnen en literatuur:
(Lit. 5, J.W. Groesbeek)
(Lit. 9, E.H.P. Cordfunke)
(Lit. 97, J.C. Kort)
(Lit. 156, S. Eikelenberg, G. Boomkamp)

[Naar boven]         [Vorige][Kaart][Volgende] [Home]
(Onderstaande link breekt aktieve frames!)
[Huidige pagina]