Nieuwe bestemmingen in de 17e eeuw.

Schuttersdoelen.

De Oosterkerk.

(Revisie: 02-01-2016)

Sonoy werd opgevolgd door jonkheer Hartog van Rijswijk, zoon van Cornelis Rijswijk. Deze vertrok in 1606, nadat de slotvoogdij werd opgeheven. Over hem werd door de burgemeesters gezegd, dat hij collaboreerde met de vijand:

"..dat hij van een quaet comportement was; dat hij [het kasteel] als casteleyn bewoonende, ende groote gemeenschap houdende met bittere papisten, sij [des tijds] meenden, dat [hij wel] heymelijck eenige van sulcke ende andere gesellen, daer op houden ende verbergen soude mogen, die dan van des vijants voornemen verwitticht, ten aencomste desselffs, den poort overvallen, inhouden ende vijant alsoe voorts in de stadt helpen souden mogen, tot grontlijcken verderff van alle d'inwoonders, ende cleyne swarichheyt van 't quartier aldaer..."

Dit laatste werd geschreven, kort nadat de Spaansgezinden in 1605/1606 enige grenssteden (Lingen, Lochem en Grol) innamen. Men vreesde voor een herhaling, in het geval dat de vijand via de Zuiderzee naar Holland zou komen. (Lit. 92)

'Het Kasteel te Medemblik, van buiten aan te sien', 1725 J. Schijnvoet.
J. Schijnvoet: 1725, Het KASTEEL te MEDEMBLIK, van buiten aan te sien. Naar een situatie in de 17e eeuw.
(Hoorn, West-Fries Museum)

'T Slot te Medenblik, 1647, krijttekening van R. Roghman. Het kasteel van Medemblik, 1668
Roelant Roghman: 1647 T Slot te Medenblik, krijttekening. (Collectie Beelaerts van Blokland).Het kasteel van Medemblik, 1668.

Kasteel van Medemblik, 1640 (gravure van A. Rademaker) 'Casteel te Medemleck', 1649 uit de stedenatlas van Blaeu
Abraham Rademaker: Het KASTEEL van MEDENBLIK 1640. Kabinet van Nederlandsche Outheden en Gezichten, 1725.
(Facsimile 1966, Europese Bibliotheek, Zaltbommel)
Het CASTEEL te MEDEMLECK. Stedenatlas van Blaeu, 1649. (Collectie auteur)

Het kasteel in gebruik als Hervormde kerk, (naar C. Pronk, 1740)
Het kasteel van Medemblik in gebruik als Hervormde kerk
(naar C. Pronk, 1740).
Na het vertrek van de laatste kastelein in 1606: Hartog van Rijswijk, werd het slot bedreigd door ernstig verval vanwege baldadigheden en vernielingen die tijdens de ontmanteling plaatsvond.
De Burgemeesters klaagden in een verzoekschrift over de verwaarloosde staat van het kasteel. Zij beklaagden zich dat ten tijde van Sonoy de burgerij was "uitgesart te worden" om:

"tumultuoselijck te samen loopende eenige toorens ende middelmuyren van [het kasteel] responderende opte stadt, omver te halen, zoodat het slot sedert, niet anders was, dan een open huizinge sonder eenige sterkte'. Er wordt verder gezegd 'dat het gebouw bijna twee jaren lang leeg en onbewoond staat. Dat in dien tijd, zoo door onweder als bij geboufte, groote schade daer aen gedaen is, in glasen vensters, deuren, aen den dack ende andersints, ende meerder een oude ruyne dan een bequame woninge gelijck is, jae geschapen geheellijkcen te vervallen. Immers sal sonder groote costen nyet weder bequaem gemaect connen werden, omme eerlijck te bewonen, nyet tegenstaende binnen drie jaren omtrent acht hondert guldens, op eene tijt teffen, daer aen te consten geleyt sijn geweest. Ende consideren [Burgemeesters] indient vergaet, dattet jammer soude sijn alsoo t'een antiquiteyt oft oudt hys is."

Zij deden daarmee het verzoek aan het landelijk bestuur om het kasteel af te staan aan de stad Medemblik, inclusief het opbrengsten van de Waag, waarmee het onderhoud van het kasteel betaald kon worden. Zodra de stad eenmaal eigenares van het kasteel zou zijn, dan werd het ingericht tot doelhuis voor de schutterij, waar de schutters en de jeugd konden oefenen met het roer (=geweer), zodat de laatste op deze wijze afgeleid konden worden van baldadigheid en criminaliteit. Dit verzoekschrift werd op 1 mei 1608 door de Staten van Holland ingewilligd, waarna het kasteel aan de stad Medemblik werd overgedragen.

Het bestuur van Medemblik zorgde direct dat de schutterij zijn onderkomen in het kasteel kreeg. Deze stadsmilitie bewaarde bovendien de veiligheid van de stad. Een opzichter beheerde, in dit verband, het kasteel voor het salaris van 120 gulden per jaar. (Lit. 92)

Het was blijkbaar nodig om aan het slot enige verbouwingen te plegen. In 1654 werd het slotplein verhoogd en de ingang aan de noordzijde kreeg een hardstenen poort. Men ging over tot het houden van kerkdiensten in de grote zaal van het slot. De westelijke vierkante toren werd verhoogd, zodat men het idee van een kerkgebouw kreeg. De eerste kerkdienst vond plaats op 25 september 1661. Ds. Curtius hield toen zijn eerste preek. Het kasteel kreeg zelfs de naam Oosterkerk nadat de klok uit de oostelijke stadspoort (Oosterpoort) naar het slot werd verplaatst.

De hardstenen voorgevel van de ingangspoort uit 1654. Het bijschrift van deze prent meldt:
'Buitenpoort van het kasteel Radbout te Medemblik fecit fa. A. Voskuil 1851'. Waar Voskuil zijn bron vandaan had, is niet bekend. Zeker is in ieder geval wel, dat de poort in 1851 niet meer bestond
Bovenaan de poort bevinden zich drie wapens, links van de stad Hoorn, midden van Medemblik en rechts van Enkhuizen.
Klik hier of op de afbeelding voor een vergroting. (Deze prent is voor deze website ter beschikking gesteld door Carolien van Berge van Stichting Kasteel Radboud)
Een uitvergrote uitsnede van een kaart van de stad Medemblik uit 1649 van Johannes Blaeu, waarop het ontmantelde kasteel is te zien.
Een paar interessante kenmerken, zijn de poort en pallisade aan de noordzijde van het slot (zie ook de afbeelding links hiernaast). De houten(?) pallisade uit de zuidzijde van het kasteel die het gebouw met de oostelijke hoektoren verbindt, mogelijk vanwege het ontbreken van de stenen weermuur aldaar.
(Bron: Kaartencollectie van de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam)

Geraadpleegde bronnen en literatuur:
(Lit. 3, D. Kransberg, H. Mils)
(Lit. 5, J.W. Groesbeek)
(Lit. 92, C.J Gonnet)

[Naar boven]         [Vorige][Kaart][Volgende][Home]
(Onderstaande link breekt aktieve frames!)
[Huidige pagina]