De Torenburg in de 14e eeuw.

Particulier bezit.

De kasteleins van de Torenburg in de 14e eeuw:


Omstreeks het einde van de 13e eeuw verloor de Torenburg zijn betekenis voor de Hollandse graven. Zijn functie werd overgenomen kasteel de Nieuwburg, waar de baljuw van Kennemerland en het Westerbaljuwschap (Geestmer- en Niedorperambacht): Daniel van Merwede, al in 1324 zijn zetel had.

Dat de betekenis van de Torenburg afnam had ook practische redenen. Doordat de stad Alkmaar steeds meer uitbreidde, raakte omstreeks 1300, de stadsgrenzen en het grondgebied van het kasteel elkaar. Met andere woorden: na verloop van tijd stond het kasteel meer en meer in de weg

Dat de grafelijke betekenis afnam blijkt uit de feiten dat de Torenburg niet meer voorkwam in de grafelijke rekeningen. Toen bijvoorbeeld in 1345 de glazenmaker Jacob en de leidekker Ghenekijn van uit Den Haag op pad werden gestuurd om de grafelijke kastelen af te reizen voor reparaties en onderhoud, kwam de Torenburg niet op hun lijst voor.

Omdat we in de eerste helft van de 14e eeuw geen belening werd gevonden, is het aannemelijk dat het kasteel en het terrein particuliere bezit was geworden. Het zou eigendom geworden zijn van een familie die zich Van Torenburg is gaan noemen.

De stamvader van deze familie van Barthoud (of Berthout) van Torenburg, die voor het eerst in grafelijke rekeningen uit 1348-1351 genoemd werd als schout van Schoorl en pachter van tienden, sluizen en de visserijen in de omgeving van Alkmaar.

Barthoud van Torenburg was aangesloten bij 'Kabeljauwen', waartoe veel leden van de lage adel behoorden. In deze hoedanigheid was hij betrokken bij de "ondaet op het Castricummerzand": de aanslag op de kersverse baljuw van Kennemerland; Reinoud van Brederode. Een misdrijf dat veel indruk maakte, zoals uit oorkonden en kronieken blijkt.

Barthoud nam de benen uit angst voor vervolging.

Zoals blijkt uit een grafelijke rekening liet hertog Albrecht (van Beieren) op 17 november 1358, naar aanleiding van de moordaanslag, de bezetting op de Torenburg versterken. Ook liet hij zijn baljuw een schuur afbreken en verplaatsen naar de Nieuwburg. Deze schuur bleek eigendom te zijn van Barthoud van Torenburg:

"....van de scuere, die Bartouds van Torenburch was...".

De extra versterking op het kasteel bestond uit een gezamelijke garnizoen van zowel de graaf als de stad Alkmaar. De graaf leverde hiervoor vier man:

Fragment van een grafelijke rekening uit 1358 inzake het gemeenschappelijk garnizoen op de Torenburg.
Fragment van een grafelijke rekening uit 1358 inzake het gemeenschappelijk garnizoen op de Torenburg.
(Den Haag, Nationaal Archief, grafelijke rekenkamer, nr. 3689, fol. 16 vso)(Lit. 9, E.H.P. Cordfunke)

"Item........bi mijnsheren des hertoghen beveelnisse.......van 4 ghesellen cost, die op thuys te Torenburgh laghen, dair die goed lude van Alcmaer mede ghesellen hadden liggehende om die stede te bet te voirhoeden....."

Tegen de schuldigen van de moordaanslag werd streng opgetreden en het betekende het einde van Barthouds carrière. Doordat hij vluchtte kon hij niet meer gevangen worden genomen, maar zijn bezittingen werden verbeurd verklaard en door hertog Albrecht aan de heer van Brederode verkocht. In de betreffende oorkonde stond vermeld dat Barthoud "..die ender voorname misdaders geweest was..." en dat zijn meeste goederen zich in Akersloot bevonden.

Ook de Torenburg werd verbeurd verklaard, maar vermoedelijk werd het slot weer direct aan Barthoud's zoon: Claas Barthoudz. van Torenburg teruggegeven, niet in eigendom, maar als leen.

In een rekening uit 1360/61 staat een post die betrekking heeft op het hofland de Torenburg, onder de grafelijke inkomsten staat:
"..Ontfaen van Willem Gerijtz. van Bertouts hoflande van Thorenburgh en van den werve 12 scilde...."

Deze Willem Gerritz. huurde blijkbaar het hofland (het grondgebied waarop het kasteel stond) en de werf.

Het kwam nooit meer goed tussen Barthoud van Torenbrug en hertog Albrecht. Dit in tegenstelling met zijn zoon Claas (Nikolaas), die moest daarvoor wel 100 mottoenen betalen (20 juni 1363). Waarschijnlijk kocht hij daarmee het oorspronkelijk bezit van zijn vader terug: de jaarlijkse 13 pond rente (leen). De nakomelingen van Claas hadden hier profijt van. Gedurend 100 jaar bleef dit recht in het bezit van de familie Van Torenburg.

Claas werd in 1389 doodgeslagen en daarover was veel te doen. De heer van Egmond en de proost van Bergen in Henegouwen moesten in opdracht van hertog Albrecht als rechter optreden en een uitspraak doen. Deze uitspraak moest vast stellen wat de schuldigen moesten betalen om met de hertog en de naaste verwanten van het slachtoffer te verzoenen. De uitspraak werd in principe op 12 december 1389 gedaan, maar de zaak sleepte zeker tot 1414 nog door!

Gebeurtenissen die betrekking hebben op het kasteel zelf zijn na 1358 niet meer te reconstrueren door gebrek aan gegevens. Het slot, dat zo dicht bij Alkmaar lag, vormde uiteindelijk een bedreiging voor de stad. Het is bekend dat veel Hollandse steden, bij het uitbreken van de Hoekse en Kabeljauwse twisten allerlei lastige obstakels probeerden te verwijderen. Er werden allerlei zaken afgebroken. De slopers mochten als betaling voor hun werkzaamheden de verkregen bouwmaterialen van de graaf houden.

Hetzelfde is waarschijnlijk gebeurd met de Torenburg. En het is vrij zeker dat het kasteel in 1410 niet meer bestond, zo blijkt uit een leenakte, waarin men spreekt over de hofstede Torenburg. Dit is doorgaans een aanduiding van een stuk land waar ooit een kasteel heeft gestaan. Als er geen 'huis' wordt genoemd, mag men ervan uit gaan dat er geen 'huis' of kasteel was.


Geraadpleegde bronnen en literatuur:
(Lit. 5, J.W. Groesbeek)
(Lit. 9, E.H.P. Cordfunke)

[Naar boven]         [Vorige][Kaart][Volgende] [Home]
(Onderstaande link breekt aktieve frames!)
[Huidige pagina]