Kasteel de Nieuwburg in de 16e eeuw.

Verwoesting.

(Bijgewerkt op 07-01-2016)

De kasteleins en baljuws van het baljuwschap de Nieuwburg en beheerders van de Hofstede:


Jan Gerritsz. door Jacob Cornelisz. van Oostzanen
Jacob Cornelisz. van Oostzanen (uitsnede): Jan Gerritz. van Egmond, baljuw van de Nieuwburg.
(Amsterdam, Rijksmuseum, SK-A-3838)
Het ambt van baljuw, kastelein en rentmeester van de Nieuwburg werd door Jan van Egmond tegen een pacht van 500 pond Vlaams per jaar aan Jan Gerritsz. (van Egmond) opgedragen (1503). In de rekening van 20 januari 1517 betaalde Jan Gerritsz. een pacht van 600 pond en ook nog eens een een vat boter. Jan Gerritsz. bleef het ambt dragen tot aan zijn dood in 1523.

Na de grondige onderhoudswerkzaamheden aan het kasteel in de periode 1477/1478 zou men verwachten dat voorlopig een eind was gekomen aan het herstel van het slot. Maar reeds 1508 gelaste de Rekenkamer opnieuw reparaties. Dit was waarschijnlijk het gevolg door de vernielingen die waren toegebracht tijdens de opstand van 1492.
In eerste instantie werd het dak hersteld met 'Rijnsche' en 'Luycse' leien. Ook werd lood aangevoerd.
Verder werden er bakstenen besteld om ""...al die thinnen diechte te maeken...". Reyer Scuytmaker ontving 20 s. "...van de poert ende brugge van tvoorhuis te teeren om te langer mogen duyrren..."

In de diverse rekeningen werden weer reparaties aan de Phebustoren (Vobistoren) genoemd:

De Nieuwburg was vaak een plaats waar mensen in hechtenis werden genomen. Dit waren niet altijd gevangenen van de baljuw. Ten tijde van baljuw Jan Gerritz. zat een zekere Geertruid Pieter Brouwers uit Amsterdam gevangen op de Nieuwburg (1502). Zij had in bijzijn van de schout een stuk land verkocht in Ursem. Toch ontkende ze de verkoop en beschuldigde de schout van valsheid in geschrifte omdat hij een valse akte opgemaakt zou hebben. Omdat dit een belediging van het openbaar gezag was, kreeg zij een boete. Omdat de baljuw bang was dat zij de benen zou nemen zonder te betalen, werd zij gevangen gezet.

(Klik hier voor het verhaal van Geertruid Pieter Brouwers.)

Vernietiging van een burcht.
Nog tijdens de ambtsperiode van Jan Gerritsz., was 1517 het jaar dat het einde voor de Nieuwburg en de Middelburg betekende. Grote Pier en zijn ongeregelde bende van Friese en Gelderse plunderaars, genaamd de 'Zwarte Hoop', plunderden de kastelen Nieuwburg en Middelburg en staken deze vervolgens in brand. Dit had gevolg dat er niets meer van deze machtige kastelen overbleef dan twee ruïnes.

Wat nu te doen met de restanten van de kastelen. Acht jaar lang heeft men hierover gepiekerd, maar uiteindelijk gaf de Rekenkamer opdracht aan de rentmeester van Kennemerland om de Nieuwburg en Middelburg te laten afbreken. De stenen zouden netjes worden afgebikt en verzameld zodat zij nog geld konden opbrengen. Van het bedrag zou 2/3 deel naar Karel V (van Habsburg) gaan. De arbeiders die de klus zouden klaren zouden de rest krijgen (11 augustus 1525).

Ook in die tijd bestond er een marktwerking: voor deze klus meldde zich niemand, want de opbrengs van 1/3 voor de arbeiders was wel heel erg karig. Toen het aandeel van de arbeiders werd verhoogd, ging Willem Cornelisz. uit Haarlem aan de slag en in mum van tijd waren de kastelen grotendeels afgebroken. De fundering was blijven zitten, maar ook een deel bovengronds. In 1528 kocht de stad Alkmaar deze restanten van de rentmeester en sloper voor 20 pond. Er was wel een voorwaarde aan deze koop verbonden: de overeenkomst werd ontbonden als het niet mogelijk was om de stenen van de fundering er heel uit te krijgen.

Het duurde tot 4 september 1541 tot de burgemeesters van Alkmaar ontdekten dat de fundering uit 'gegoten werk' bestond, zodat de stenen niet los te krijgen waren. En gelukkig maar, daarom zijn de resten van de funderingen in onze tijd weer teruggevonden! Maar de koop werd natuurlijk ongedaan gemaakt.

Het baljuw-, rentmeester- en kasteleinschap van de Nieuwburg werden, ondanks de totale verwoesting, nog steeds gehandhaafd en waren nog steeds in handen van de graven van Egmond. Er bestaat een akte waarin Lamoraal, graaf van Egmond de uitoefening van deze functies opdroegen aan de zoon van Jan Gerritz. (de voormalige baljuw): Jan Jansz.

De ambtsperiode van Jan Jansz., als baljuw van de Nieuwburg, eindigde waarschijnlijk gelijktijdig met de zeggenschap van de van Egmonds over de Nieuwburg, welke werd overgenomen door de Hollandse Grafelijkheid. In deze hoedanigheid werd jr. Joost van Veen in 1551 benoemd tot baljuw.


Detail van een kaart uit 1566 Lauris Pieterz., landmeter, met het terrein van de Nieuwburg. Links een deel van het Vroner Meer.
Detail van een kaart uit 1566 Lauris Pieterz., landmeter, met het terrein van de Nieuwburg. Links een deel van het Vroner Meer. (Lit. 8, J. Belonje)Anoniem (1900): 'Ruïne van Nieuwburg'. Kaart van de bouwvallen en het land van Nieuwburg in de eerste helft van de zestiende eeuw.
(Regionaal Archief Alkmaar, PR 1005153
De Alkmaarse burgemeester Adriaen Doedesz. had in 1557 de resten van de Nieuwburg bezocht, en beweerd dat hij de Phebustoren had gezien, inclusief de stoffelijke resten van het betrokken slachtoffer. (Lit. 156, S. Eikelenberg, G. Boomkamp) (Eikelenberg citeert een handschrift uit 1557)

De 'Hofweide' te Oudorp, een stuk grond van 18 morgen groot, waarop de resten van de Nieuwburg stonden, werd op 2 mei 1556 voor 5000 pond van Domeinen aangekocht. De kopers waren erven van Gerrit Willemsz (=de vader van Jan Gerritz. van Egmond van de Nijenburg):

De kopers probeerden het puin weg te ruimen, de grachten te dempen en de ge-egaliseerde grond te verkavelen. De fundering liet zich nog steeds niet gemakkelijk verwijderen, zodat de werkzaamheden pas in 1566 'voltooid' waren. Toch waren er nog steeds twee stukken van de ruïne boven de grond zichtbaar.

Eikelenberg schreef dat van de stenen van de Nieuwburg Adriaan zijn stadshuis aan de Papen- of Doelenstraat, hoek Nieuwesloot optrok, wat door iedereen (Belonje, Rombach) is overgenomen en niet onwaarschijnlijk lijkt. Dit gebouw heet nu Cinema (naar de bioscoop die het in de 20e eeuw werd, en is een gemeentelijk monument. (Noot 1, W. van den Berg):

"..ben op de Ruïnen geweest, die als toen nog zoo genoemt werden, welke Ruïne van 't Huis gebikt, ende te Almaer gebragt werden, daer Neyenburgs Huis by de Doelen eensdeels van gebouwt is, met de Muur aen 't Water, ende veele Steenen werden verkogt by de Neyenburgen, die 't Landt van de Koning ende de Rekenkamer gekogt hadden..." (Lit. 156, S. Eikelenberg, G. Boomkamp) (Eikelenberg citeert een handschrift uit 1557, vervolg)

In 1561 was men van plan om de grond om het kasteel te verkavelen. Maar dat ging niet door, tot 1618 bleef 'de Hofweide' onverdeeld bezit.

Uitsnede van de kaart uit 1561, die door Jacob van Deventer in opdracht van Filips II van Spanje is vervaardigd. Rechts bovenaan, de Nieuwburg (aangeduid met: Noorderburcht?). Linksonder de Middelburg en middenonder de restanten van het Carmelitenklooster.

Het beleg van Alkmaar.

Beleg van Alkmaar. Anonieme ets (1680)
Anoniem (1680): Beleg van Alkmaar 1573
(Regionaal Archief Alkmaar, PR 1004104_2)
Detail van bovenstaande gravure van het beleg van Alkmaar.
Detail van bovenstaande gravure van het beleg van Alkmaar

Toen de Spanjaarden na de val van Haarlem optrokken naar Alkmaar lieten de geuzen onder leiding van Diederik van Sonoy de landerijen in de omgeving van Alkmaar onder water lopen. Alkmaar was ondertussen begonnen met de modernisering van de verdediging. Het beleg van Alkmaar vond plaats in 1573. Toch hielden de Spanjaarden het beleg niet vol en in Alkmaar begon de victorie.

Vanzelfsprekend speelden de Nieuwburg en de Middelburg al lang geen militaire rol meer. Op de afbeelding hiernaast staat een tafereel met een voorstelling van het beleg van Alkmaar. Op een fragment van deze gravure zijn duidelijk een tweetal ruïnes te herkennen. Deze restanten van zijn van de Nieuwburg en een Carmelitenklooster. Duidelijk herkenbaar, is de dijk die de huidige Munnikenweg vormt. De restanten van de Middelburg zijn niet op deze afbeelding zichtbaar


Geraadpleegde bronnen en literatuur:
Noot 1: Naar mededeling van Willem van den Berg, ontwikkelaar Historisch Kadaster Alkmaar (bijdrage ontvangen op 25-05-2011)
Noot 2: ibid, met verwijzing naar Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek 2, p. 430
(Lit. 5, J.W. Groesbeek)
(Lit. 8, J. Belonje)
(Lit. 156, S. Eikelenberg, G. Boomkamp)
S. Eikelenberg, G. Boomkamp;

[Naar boven]         [Vorige][Kaart][Volgende] [Home]
(Onderstaande link breekt aktieve frames!)
[Huidige pagina]