Centrum van bestuur en rechtelijke macht

Het kasteel als gevangenis

Gezagsdragers en kasteleins van de 15e eeuw.

(Rev. 07-08-2015)

De kasteleins (slotvoogden) van het kasteel en baljuws van Medemblik:


Inleiding

Hieronder een citaat uit J. van Lennep, W.J. Hofdijk: Merkwaardige kasteelen in Nederland (Lit. 2, J. van Lennep, W.J. Hofdijk). Hieruit blijkt wel een zeer romantische visie op het dagelijks leven, rond 1400, in het Medemblikker kasteel, ten tijde van vrede:

"....In tijden van vrede moet de levenswijze op een kasteel aan den uithoek van het stille West-Friesland, aan den oever der zee, ongetwijfeld met veel eentonigheid zijn verbonden geweest. Ambtsbezigheden, rechtszittingen, het schouwen van dijken, wegen, vaarten, en sloten, wapenschouwingen en wapenoefeningen, dat alles zal wel eens zijn afgewisseld door eenigen tocht voor vermaak te land of ter zee, door een jacht met honden op hazen, met vogels op reigers, ganzen, of eenden; kegelen, klossen, kaatsen, en boogschieten konden er ieder op zijn tijd even genoechlyke uitspanning zijn by den dag, als de worptafel of het schaakbord by den avond; maar levendigheid van verkeer, bezoek van Edele buren, vrienden, of verwanten - dat behoorde er ongetwijfeld tot de groote zeldsaamheden. Wie zou er heen reizen in 't hart van dat lage, vochte Friesland, tusschen die meiren, wateren, en poelen door, waar het oog op de met rietgorzen omzoomde vlakten niets ontwaarde dan koeien, dorpers, en dorpelyke woningen en schuiten, en waar nog wel hier en daar een enkel kerkgebouw, maar geen adellyk landslot de blaauwe spitsen fier opwaarts hief....."
Afbeelding: Het kasteel van Medemblik in volle glorie. Cornelis Springer (1817-1891), lithografie.
In: J. van Lennep, W.J. Hofdijk; Merkwaardige kasteelen in Nederland.


In een rekening van 1404 wordt vermeld dat een zekere Wouter van Gent kastelein was tegen een jaarsalaris van 450 Hollandse Schilden. Met dit geld moest hij wel het slot onderhouden.

Willem van Brederode wordt in in 1406 genoemd in een rekening ten behoeve van het huwelijk van Jacoba van Beieren en Jan, hertog van Touraine (Lit. 162, Codex Diplomaticus Neerlandicus):
"ontfain van Willem van Brederode bailiu van Medembliic, c vranx cronen. Idem: ontfain van Bairtout van Assendelft, bailiu van Kennemerlant ende van Vrieslant, xc vranx cronen"

In 1413 verleent Willem VI van Beieren het kasteleinschap, het dijkgraafschap en schoutambacht aan Daniel van Cralingen:

"Willem....doen cond allen luden, dat wy bevolen hebben ende bevelen met desen brieve Danel van Cralingen onse huys ende Casteleynscip tot Medenblic, ende onse Dijcgraefacip van Medemblic, die Heemraden te kiesen ende te eeden, als custumelic is, ende dat Scout ambocht van Medenblic mitten Gerechte aldair te setten, ende te ontsetten, so wanneer hem des genoecht, ende custumelic is, mitten allen horen toebehoren, te bedriven, te bewaren, ende te regieren, als dair toebehoirfc,geliken een Casteleyn ende Dijcgrave, ende een goet man schuldich is te doen: behoudelic dat hi onse Scout van Medenblic tot geenre tijt verseiten en sal dan bi onse wille."

(Lit. 2, J. van Lennep, W.J. Hofdijk)

Dirk van Zandhorst werd in 1414 kastelein en schout van Medemblik. Hij was getrouwd met de bastaardzuster van Willem VI; Margrite. Deze slotvoogd kreeg geen salaris, maar zijn inkomsten waren verzekerd, door de tiendheffing, de visserij en uit boeten, die hij vanuit zijn functie als schout oplegde.

Vanaf 1350 regende het over klachten over het gedrag van de baljuws, wegens afpersing en machtsmisbruik. In 1400 ontsnapte de baljuw van Medemblik, Coen van Harlaer zelfs aan een lynchpartij. Daarop wilden Albrecht en zijn zoon Willem VI het baljuwschap opheffen en aan de West-Friese dorpen (en combinaties), stadsrechten verlenen, zodat rond 1413 het baljuwschap en kasteleinschap van het kasteel van Medemblik van elkaar werden gescheiden. Desondanks bestaan er bronnen, die aangeven dat het Oosterbaljuwschap, in naam, zeker tot ver in de 15e eeuw heeft bestaan (Lit. 144, R.I.A. Nip) (Zie ook de tabel van grafelijke lenen onderaan deze pagina).
Het proces van het afzwakken van de West-Friese baljuwschappen, werd langzamerhand voortgezet, toen in 1402 Schellinkhout stadsrechten kreeg, vervolgens Hoogwoud in 1414 en eindigend met de toekenning van stadsrechten aan Schagen 1415. De rest van de dorpen moest zich onder een bestaande stad schikken.
Op 2 februari 1414 werden de baljuwschappen opgeheven en het dijkgraafschap ingesteld. De kastelein van Medemblik was dijkgraaf over beide ambachten, Vier Noorder Koggen en Drechterland. Dit werd in 1503 gesplitst. (WFG, Archief Oud Medemblik)
Door het getouwtrek tijdens de 'Hoekse en Kabeljauwse Twisten', tussen Jacoba van Beieren en Philips van Bourgondië werd na 1417 een aantal stadsrechten weer teruggedraaid, zo kwam Wognum onder de jurisdictie van Hoorn, doch Grootebroek, Abbekerk, Sijbekarspel, Niedorp en Winkel kregen na een verzoening met Philips van Bourgondië weer de stadsrechten terug. Een aantal plaatsen werden in 1426 leen gegeven door Philips aan 'edelen', deze particuliere heren zorgden voor nieuwe stadsrechten: Willem van Schagen gaf in 1427 stadsrechten aan Barsingerhorn en Haringhuizen.
Ridder Roeland van Uitkerke pakte het anders aan en schaarde de heerlijkheden St Pancras, Koedijk, Oudorp, Oterleek, Schermer, Ursem, Broek op Langedijk, N.-en Z. Scharwoude en Graft onder het nieuwe Baljuwschap de Nieuwburg in, waarbij de baljuw zetel in het kasteel de Nieuwburg.
Voor minder belangrijke zaken hadden de dorpen in dit baljuwschap een college van Schout en Schepenen.
In 1429 werden de stadrechten van Hoogwoud ingetrokken, vanwege steun aan de 'Hoekse' Jacoba van Beieren. Toch ontving Eduard, bastaardzoon van Willem VI, in dezelfde tijd Hoogwoud als heerlijkheid in leen. Pas in 1450 kreeg Hoogwoud wederom stadsrechten.

De stadhouder van dat moment, Jan III (van Egmond) was niet blij met schout Dirk van Zandhorst en onthief hem van zijn functies. Bovendien moest hij afstand doen van de tienden en de visserij (1419). In plaats daarvan zou hij een rente ontvangen van 15 Engelse nobels per jaar (vanuit de renten van Crabbendijke). Pas aan het einde van de 15e eeuw zou de koppeling tussen het kasteleinschap en de inkomsten uit de tienden ongedaan worden gemaakt.

In 1426 werd de verdedigingsfunctie van het kasteel weer eens op de proef gesteld. Tijdens de strijd van Jacoba van Beieren met Philips de Goede, trokken opstandige Kennemers naar Medemblik om het kasteel in te nemen. Dit mislukte echter.

Tymmerage 1438

Uit een rekening uit 1438 van de Hollandse grafelijkheid, die zich in het Nationaal Archief in Den Haag bevindt blijkt, dat gedurende zes jaar, reparaties en aanpassingen aan het kasteel hebben plaatsgevonden. Dit gebeurde in opdracht van de nieuw aangetrede kastelein Banjaert Saij Jansz. (ook wel: Bangaert/Bengaert Sey/Scey Jansz.). Deze rekening van 50 pagina's is bijzonder omvangrijk en bevat veel details over het kasteel. Zo zijn drie kamers, en zeven torens benoemd, alsmede enkele andere functionele bijgebouwen en ruimten. Eveneens blijken er bewijzen voor een voorburcht te bestaan. Over dit onderwerp is door de auteurs een aparte artikel geschreven:Tymmerage tot Medembliec

Gevangenis

Middeleeuwse rechtspleging
Middeleeuwse rechtspleging.
Uit: Sachsenspiegel, 14e eeuw.
(Universitätsbibliothek, Heidelberg)
Een grote ruzie met een dubieuze afloop, tussen de slotvoogd Banjaert Saij Jansz. en Gozewijn de Wilde, president van het Hof van Holland. Het conflict had niets te maken met het kasteel, maar Gozewijn beschuldigde Banjaert van moord. Banjaert op zijn beurt, beschuldigde Gozewijn van 'crimen nefandum' ('tegennatuurlijk geslachtsverkeer'). Beiden werden opgesloten in de Gevangenpoort in Den Haag en daarna overgebracht naar een andere plaats. Na anderhalf jaar kwam er een uitspraak: Banjaert verloor in 1449 zijn ambten en werd veroordeeld tot ballingschap. Gozewijn echter werd in 1448 op het slotplein van het kasteel Loevestein onthoofd.

Met Banjaert liep het beter af. Doordat hij onder bescherming stond van Philips de Goede en waarschijnlijk een flinke greep uit de geldbuidel kon doen, behield hij het kasteleinschap en schoutambacht van Medemblik. Doch na het plegen van valsheid in geschrifte werd hij in 1466 uit zijn functies ontheven. (Voor meer informatie over het voorgaande korte relaas en meer over deze corrupte kastelein Banjaert, verwijs ik graag naar een uitgebreid artikel uit 2010 van Ad Kamma op deze website).

Evenals het Muiderslot, werd ook het kasteel in Medemblik gebruikt als gevangenis en om krankzinnigen op te sluiten.

De gevangenis van het slot te Medemblik
Het cachot van het slot te Medemblik in de huidige tijd.
(Foto: Ben Dijkhuis
)
Albrecht, heer van Schagen (niet verwarren met hertog Albrecht van Beieren!) had zijn broers geweigerd hun erfdeel te geven. Hierop kwam een vonnis van het Hof van Holland waarin Albrecht wordt gesommeerd om zijn broers toch hun deel te geven. Albrecht volgde de uitspraak niet op en deed net of zijn neus bloedde. Toen zijn eigen kasteel, het Slot van Schagen door de proost van West-Friesland, Philips van Wassenaar, werd belegerd, gaf Albrecht zich zonder slag of stoot over. Hij werd gevangen gezet in de Gevangenpoort in Den Haag en daarna in het slot te Medemblik. Hij overleed daar op 24 augustus 1480. Philips van Wassenaar, volgde reeds in 1466/67, Banjaert Saij Jansz. in de functie van kastelein en dijkgraaf op (Lit. 144, R.I.A. Nip).

In de akte van 19 december 1492 bleek dat de graaf een betrouwbare kastelein wenste,

"....'t zelve slot van Medemblieck gelegen opte frontieren van Westvrieslant, dat huere genaden begeren wel scerpelick ende getrouwelick bewaert te zijn..."

en benoemde daarvoor Jan van Barry. Deze slotvoogd was ook schout, maar eveneens dijkgraaf van de Vier Noorder Koggen (het vroegere Houtwouder- of Hoogwouderambacht). De slotvoogd moest zes weerbare mannen op het kasteel huisvesten en onderhouden.

In 1491-92 werd het kasteel te Medemblik betrokken bij de opstand van het Kaas en Broodvolk.
Onder het gezag van de toenmalig plaatsvervangend landsheer Albrecht III van Saksen moesten 135 opstandelingen, waaronder 10 poorters van Medemblik, schaars gekleed, barrevoets en met een wit stokje in de hand (dat een teken was van onderwerping), Albrecht vergiffenis vragen. Na betaling van 300 Andriesguldens werd deze vergiffenis gegeven.

Soms maakte geldnood het noodzakelijk om het kasteel als onderpand aan te bieden. Albrecht van Saksen had namelijk 300.000 gulden voorgeschoten op de soldij van zijn soldaten te betalen. Hiervoor kreeg hij het slot als onderpand. Dit pandschap duurde tot 1515, doch hij overleed reeds in 1500.


Overzicht van enkele grafelijke afkondigingen
1400-1500
(Lit. 92, C. J. Gonnet)
JaarDocumentOmschrijving
1416Charter, reg. no. 36Willem VI van Beieren vergunt aan Dirc van Zanthorst, kastelein van Medemblik, te bedijken een stuk buitendijksch land, nabij het kasteel.
1430Charter, reg. no. 39Willem, Heer tot Naaldwijk, Maarschalk van Holland, maakt bepalingen aangaande het leengoed van zijn neef Dirc van Zanthorst, die zijn vrijen wil mag doen met de helft van de Nesse bij Medemblik.
1437Charter, reg. no. 42Dirc van Zanthorst sluit eene overeenkomst aangaande reeds bedijkt en ander nog in te dijken land vóór het kasteel.
1439Stuk, reg. no. 45Philips van Bourgondie geeft het kasteleinschap en het Dijkgraafschap van Medemblik aan den Procureur-Generaal van Holland Bangaert Scey Janssoene.
1442Charter, reg. no. 47Dirc van Zanthorst en zijne vrouw Beatrys van Rueel verkoopen voorwaardelijk aan Bartout en Dirc van Assendelft, gebroeders, vier morgen land met de tienden bij het kasteel, in de groote Nesse, wegens eene schuld van 100 gouden Engelsche nobelen.
1442Charter, reg. no. 48Willem, Heer tot Naaldwijk, Maarschalk van Holland, schenkt aan zijn neef Dirc van Zanthorst, zeer belast met schulden, een stuk land vóór het kasteel.
1442Charter, reg. no. 49Willem, Heer tot Naaldwijk, Maarschalk van Holland, geeft leen aan zijn neef Jan Dever van Mynden een stuk land genaamd 'Uterdijc', gelegen vóór het kasteel.
1442Charter, reg. no. 50Jan Dever van Mynden verklaart, dat zijn neef Dirc van Zanthorst hem voorwaardelijk heeft verkocht, wegens eene schuld van 100 gouden Engelsche nobelen, het land genaamd 'Uterdijc', waarmede hij, van Mynden, door Willem tot Naaldwijk is beleend.
1442Charter, reg. no. 51Dirc van Zanthorst verkoopt dit land aan zijn neef Jan Dever van Mynden.
1443Charter, reg. no. 52Dirc van Zanthorst heeft dit land verkocht aan zijn neef Jan Dever van Mynden. Deze koop wordt nu goedgekeurd door Bartout en Dirck van Assendelft, gebroeders, die afstand doen van alle rechten, welke zij op dit land hadden.
1443Charter, reg. no. 53Willem, Heer tot Naaldwijk, Maarschalk van Holland, verklaart van zijn neef Dirc van Zanthorst te hebben gekocht het in 1416 aan dezen door Willem VI ter bedijking gegeven buitendijksch land nabij het kasteel/
1457Charter, reg. no. 56Jan Dever van Mynden vergunt aan twee belanghebbenden twintig morgen land te bedijken in zijn uiterdijk vóór het kasteel.
1483Charter, reg. no. 64Burgemeester, Schepenen en raden van Hoorn bekennen voldaan te zijn van eene boete, welk zij te vorderen hadden ter zake van een halven tiende en zekere percelen van landen in Dirc van Zandhorst's Nes, bij Medemblik.
1484Charter, reg. no. 65Marytgen Claes, weduwe van Jacob die Walen, heeft 60 Rijnsche gulden op afkorting ontvangen, wegens verkoop van tienden en land in Dirc van Zanthorst's Nes.
1485Charter, reg. no. 66Aelbrecht Symonsz en Jonkvrouwe Evert zijne vrouw, hebben aan hunne twee zoons overgedragen het land, de tienden, enz. welke zij hebben in Dirc van Zanthorst's Uiterdijk, bij Medemblik.

Overzicht van enkele grafelijke afkondigingen inzake Banjaert Scey
1439-1449
Bron: Chronologisch Register op het vervolg van het Groot Charterboek van Van Mieris; Provinciaal Utrechts Genootschap; Utrecht; 1859
(Lit. 113, Redactioneel)
DatumDocumentOmschrijving
13 Maart 1438 (1439)*Register Z.O. 1441-1447, Cas K.De Hertog van Bourgondië geeft de Slotvoogdij van Medemblik en het Dijkgraafschap, voorheen aan Willem den Bastaard van Holland verleend, aan zijnen Procureur Generaal Benijaard Scey.
9 Julij 1439Mauregnault, p. 245De Hertog gelast zijnen Kastelein te Medenblik Benijaart Scey, te zorgen dat die van Westwoude, van Hoogwoude, van Spanbroek, van Abbekerke, van Schellenhout, van Wijdenisse, van Hem, van Veenhuizen en van Sybenkarspel, ten hunnen kosten eenige kleine oorlogschepen, Bairdzen, doen maken voor den oorlog met de Wendische steden.
13 Maart 1440 (1441)Register Z.O. 1441-1447, Cas K.De Hertog van Bourgondië geeft, op zekere voorwaarde, het land van Vlieland aan zijnen Secretaris en Slotvoogd van Medemblik, Benjaard Scey, te behouden zijn leven lang.
31 Julij 1442Zevende Memoriaal van RosaUitspraak van den Hove van Holland, bij welke Benjaard Sceij verwezen wordt tot teruggave van zekere hoeveelheden wagenschot en teer, welke door hem, wegens zeebraak, aan kooplieden van Dantzick en Hoorn waren ontnomen, boven en behalve hetgeen zij voor bergloon hadden moeten betalen.
26 Nov. 1445Register Z.O.De Hertog geeft het Schoutambacht van het eiland Wieringen, op zekere voorwaarde, aan zijnen Secretaris en Kastelein van Medemblik, Benjaard Scey.
1 Febr. 1448 (1449)Register Z.O.De Hertog geeft het bestuur van geheel Vlieland aan zijnen stadhouder van Holland enz. voor zijn leven, in de plaats van Benjaart Sceij, mits van de helft van de inkomsten genietende. (In het Fransch).

Overzicht van grafelijke lenen met betrekking tot het baljuwschap van Medemblik van 1401-1488.
Ontleend aan: (Lit. 72, J.C. Kort)
6 pond op het baljuwschap van Medemblik (1447: waar Bangart Saay kastelein is), uit de visserij en de tienden.
14-3-1401: Pieter Allardsz. als leenman aangenomen, te komen op Allard, zijn zoon, LRK 52, fol. 413v.
14-1-1406: Allard Pieter Allardszz. bij dode van zijn vader, LRK 54, fol. 13v.
31-1-1447: Evert Allardsz. bij dode van Allard Pietersz., zijn vader, LRK 115 c. Friesl., fol. 3v.
13-6-1476: Allard Evertsz. bij dode van Evert Allardsz., zijn vader, LRK 118 c. Friesl., fol. 6v.
4-10-1488: Mr. Thomas Dirksz. van Medemblik bij overdracht door Allard Evertsz., LRK 120 c.
Friesl., fol. 6v.
4 pond hollands op het baljuwschap van Medemblik.
20-8-1423: Oveke Maartensz. draagt over aan de leenheer in ruil voor een deel van nr. 21, LRK 62, fol. 42v.




Voetnoot:
*1448 volgens de zg. Paasstijl-kalender, die het nieuwe jaar met Pasen liet beginnen. De datum 13-03-1438 is in onze tegenwoordige tijdrekening 13-03-1439

Geraadpleegde bronnen:

(Lit. 2, J. van Lennep, W.J. Hofdijk)
(Lit. 3, D. Kransberg, H. Mils)
(Lit. 5, J.W. Groesbeek)
(Lit. 92, C.J. Gonnet)
(Lit. 72, J.C. Kort)
(Lit. 113, Redactioneel)
(Lit. 144, R.I.A. Nip) (Lit. 162, Codex Diplomaticus Neerlandicus)

Www:
Th. Coppens; Slot Loevenstein
Westfries genootschap: Archievering: Medemblik 1401-1500

[Naar boven]         [Vorige][Kaart][Volgende] [Home]
(Onderstaande link breekt aktieve frames!)
[Huidige pagina]